Kunstblad voor kinderen erg gericht op Frankrijk

,,Als je zou zijn geboren op een eiland in de Golf van Bengalen bij India, zou je het leven zien als een mysterie. En een mysterie kan eng zijn.'' In het kunsttijdschrift Dada staan rare dingen. Aan het leven is voor hun doelgroep, Franse, Belgische en Nederlandse `kinderen van 6 tot 106 jaar', blijkbaar niets geheimzinnigs.

Nog een voorbeeld: ,,Heel zachtjes begon de West-Afrikaanse stamoudste Congoli te spreken. Maar Congoli begon nog niet, hij wachtte tot de zon bijna was verdwenen achter de horizon.'' Het blad is van oorsprong Frans, de redactie is voor een groot deel Frans, de onderwerpen zijn vaak Frans, en alleen al in de vertaling voor de Nederlandstalige lezers gaat nogal wat mis. Jammer is dat, want Dada is het enige tijdschrift voor kinderen over beeldende kunst in Nederland. Sinds kort bestaat ook het kunstblad The Dummy Speaks, maar dat is voor jongeren.

Dada ziet er altijd prachtig uit, gedrukt op glanzend papier in een mooi vierkant formaat, sprankelend van kleur en vol dansende lettertjes. Zonder dat het schreeuwerig of te onrustig voor je ogen wordt. Maar het blad valt altijd tegen. Aanstekelijk schrijven voor kinderen over kunst is slechts weinigen (zoals in Nederland Ted van Lieshout) gegeven. De schrijvers van Dada nemen afstand van hun eigen, volwassen zelf en vluchten in de `je'-vorm.

Het nummer over het jaar 2000 is voor een groot deel gewijd aan deuren en ramen, aan `overgangsplaatsen'. ,,Je hebt deuren in alle soorten en maten,'' schrijft hoofdredactrice Mia Goes. ,,(-) je hele leven bestaat uit deuren. Ga maar eens na. (-) De eerste tijd had je nog niet veel met deuren te maken. Je werd er doorheen gedragen (-) Jaren later leerde je een andere belangrijke deur kennen: de schooldeur.''

Het is betuttelend en dwingend, dat ge-je, terwijl Dada daar juist aan tracht te ontkomen. Een beetje prekerig ook, vooral in het slot van het stuk: ,,En als het goed is, leer je uiteindelijk dat de belangrijkste deur in je leven de deur naar je ziel is. En dat er maar een iemand is die de sleutels van die deur in handen heeft: jij!''

Dada gaat behalve over kunst ook over andere culturen. In het nummer over het jaar 2000 is ruimte gemaakt voor de beschrijving van rituelen, bijvoorbeeld bij de Lobi-stam uit Congo. Het blad gaat uit van een christelijke lezer. ,,Iedereen weet dat de priester [bij een doop] wat water uit de doopvont over het hoofdje van een kind laat stromen.'' Ik denk niet dat iedereen van zes dat weet. ,,De kerkdeuren vertellen ook verhalen: over de man die ongeveer 2000 jaar geleden over water liep en mensen liet geloven in de liefde.'' Exit Jezus, zonder verdere toelichting, zonder verdere twijfel.

Gelukkig staan er in Dada toch ook wel enige enthousiasmerende stukjes. In `Hoe de kleine Marcel begon' staat beschreven hoe Marcel Duchamp met zijn broers een poppenhuis bouwde voor zijn kleine zusje. Zo'n poppenhuis als ieder kind wel wil hebben, een exacte replica op poppenformaat van het ouderlijk huis. Wel aardig is ook de rubriek `Dada's expert' een interview met werknemers van de Amsterdamse vestiging van Christie's.

Het zou een goed idee zijn als Dada wat meer vernederlandste. Nu is er wel ruimte voor de brug bij Sospel, niet voor de bruggen bij Rotterdam. Wel voor de poort van Frédérica Matta in Vitry-sur-Seine, niet voor de collages vol deuren van Tonke Dragt. Wel voor het `poortenproject' op de scholen in Bressuire, niet voor de ongetwijfeld even zo vele, even zo leuke `jaar 2000'-projecten op Nederlandse basisscholen.

Dada, kunsttijdschrift voor kinderen van 6 tot 106: Het jaar 2000. Jaargang 5, nr.22. Uitgeverij: Stichting Plint, Eindhoven. Verschijnt 5 keer per jaar. ƒ12,50.