Fusieregels zijn gedateerd

Als het Nederlandse bedrijfsleven zijn rol in de samenklontering van Europese bedrijfstakken met verve wil blijven spelen, dan moet de regelgeving worden gemoderniseerd, meent Menno Tamminga.

Nog geen vier weken na het nieuwe wereldrecord betwiste overnames is het ook in Nederland raak. Baggerbedrijf Boskalis wil de zes keer zo grote bouw- en baggeronderneming Hollandsche Beton Groep (HBG) in handen krijgen. Boskalis doet, over de hoofden van de formele beslissers (directie en raad van commissarissen) heen, een aanbod aan de aandeelhouders van HBG om hun effecten te verkopen.

De verwachte overnameprijs van meer dan een miljard gulden valt in het niet bij het recordbedrag van meer dan 400 miljard gulden dat de Britse Vodafone (mobiele telefonie) vier weken geleden neertelde voor het Duitse industriële conglomeraat Mannesmann. De bedragen zijn anders, het principe is hetzelfde.

Met de geslaagde Angelsaksisch aandoende raid op Mannesmann is het taboe op zulke vijandige (de term van tegenstanders) of betwiste (de term van voorstanders) overnames in het Rijnlandse consensuskapitalisme doorbroken. In het zogeheten Rijnlandse model voor ondernemingsbestuur zijn de managers verantwoording schulding aan meer belanghebbenden (van werknemers tot en met toeleveranciers) dan alleen aan de aandeelhouders. Beleggers zijn de dominante doelgroep van de Amerikaanse en Britse ondernemingsbestuurders.

Betwiste overnames zijn in de zakenwereld zeldzaam, zelfs in de Verenigde Staten. Zij trekken wel veel publiciteit, maar dat komt juist door het feit dat zij weinig voorkomen en door hun confrontatiekarakter, twee elementen die een rol spelen in de nieuwsselectie van de media. Betwiste biedingen zijn maar in een beperkt aantal gevallen succesvol, zo blijkt uit Amerikaans onderzoek en uit de Nederlandse praktijk, waar vijandige biedingen nog schaarser zijn.

Het geslaagde bod op Mannesmann onderstreept dat het proces van financieel-economische mondialisering vooral een Amerikanisering is. De normen en waarden van het Amerikaanse ondernemingbestuur, inclusief het bijbehorend jargon (corporate governance), doen buiten de Verenigde Staten steeds meer opgeld. Zij worden verspreid door bedrijven en zakenbanken die uit de VS afkomstig zijn of daar veel van hun zaken doen en 's lands wijs en eer hebben overgenomen.

Het Nederlandse bedrijfsleven is van oudsher een grote investeerder in de VS (in de top vier) en gedraagt zich steeds Angelsaksischer, inclusief aantrekkelijke optieregelingen ter aansporing van de directie en de medewerkers. Nederlandse bedrijven hebben in de Verenigde Staten ook geen probleem met betwiste overnames, zoals Philips vorig jaar demonstreerde met het bod op VSLI.

Eén cruciaal aspect van Amerikanisering weigeren veel bedrijven echter te imiteren: zeggenschap van aandeelhouders. Uit een recent onderzoek naar de zeggenschapspositie van beleggers in zes Europese landen van het onderzoeksbureau Déminor bleek het Nederlandse bedrijfsleven onderaan de ranglijst te bungelen. Veel verbetering in de zeggenschap is de afgelopen jaren niet gerealiseerd.

De gang van zaken bij het bod van Boskalis maakt duidelijk dat traditionele reflexen niet snel verdwijnen. Door de plaatsing van goedkope aandelen bij een bevriende stichting, blokkeert HBG bij voorbaat elk bod van Boskalis nog voordat duidelijk is of dat bod redelijk of onredelijk is. De tegenwerping dat HBG zelf niet het initiatief heeft genomen voor deze beschermingsmaatregel, snijdt geen hout. HBG noemde het voornemen van een bod vorige week al direct een ,,vijandige actie'' en dat was het codewoord waarop het stichtingsbestuur wachtte.

Het voorgenomen bod op HBG maakt tevens duidelijk dat de afgelopen jaren door trage wetsvoorbereiding en behandeling een jammerlijke lacune in de Nederlandse regelgeving is ontstaan. De discussie over vijandige overnames dateert van 1987, toen de Amsterdamse effectenbeurs een commissie van wijze mannen aan het werk zette. Verschillende rapporten later kwam het kabinet twee jaar geleden eindelijk met een wetsontwerp dat een vijandige overname meer ruimte geeft.

Een `opkoper' die een jaar lang 70 procent van de gewone aandelen van een bedrijf bezit kan, volgens het wetsontwerp, naar een gespecialiseerde rechter stappen die de beschermingsmaatregelen van het doelwit kan opheffen, tenzij de bieder of diens plannen niet deugen. Inmiddels is het wetsontwerp al weer achterhaald door de gebeurtenissen. Een ontwerp-richtlijn van de Europese Commissie, die voorrang heeft boven nationale wetgeving, heeft het wetsontwerp onhoudbaar gemaakt. Nu modderen beleggers en bedrijfsleven verder met de bestaande vrijwillige fusiegedragsregels van de Sociaal-Economische Raad en een handjevol jurisprudentie, die het tekort aan specifieke wetgeving niet kan opvangen. Gevolg hiervan is onder meer dat Boskalis wel een bod gaat doen, maar een week mag wachten om de prijs te noemen.

Nederland heeft een traditie gehad in het achterlopen bij de VS met financieel-economische regelgeving: in de mededinging, in effectenhandel met voorkennis, in de verplichte melding van grote aandelenpakketten, in openbaarheid over effectenhandel door topmanagers in aandelen van hun bedrijf.

Willen Nederland en het bedrijfsleven hun rol in de samenklontering van Europese bedrijfstakken en de mondialisering met verve blijven spelen, dan moet de regelgeving op de thuismarkt adequaat zijn: moderne fusie- en overnameregels en meer zeggenschap voor aandeelhouders.

Menno Tamminga is redacteur van NRC Handelsblad.