Euro geeft centrale bankiers hoofdpijn

Hoewel geruchten over mogelijke interventies de macht van de Europese Centrale Bank op de valutamarkt gisteren even deden opflakkeren, begint vooral de onmacht van Frankfurt op te vallen.

Twee mannen met zonnebrillen komen de winkel van de kleine middenstander binnen. ,,Mooi zaakje heeft u hier'', zegt de een. ,,Wel een beetje brandgevaarlijk'', peinst de ander, en wendt zich tot de nerveuze winkelier achter de toonbank. ,,Alles goed? Kindertjes nog steeds op de Kastanjelaan op school?''

Zoals de middenstander zich vervolgens voorbereidt op een winstafdracht aan de twee heren, zo voelde de valutahandel zich gisteren ook. De koers van de euro schoot binnen een minuut met bijna anderhalf procent omhoog, van 0,969 dollar naar ruim 0,982 dollar. Zo'n beweging is niet erg gangbaar en onmiddellijk gonsde het gerucht dat de Europese Centrale Bank, of liever: de Bundesbank in de rol van sheriff, steunaankopen had gepleegd op de valutamarkt. Zo'n actie zou uniek zijn. In de 14 maanden dat de euro nu bestaat is er nog nooit direct ingegrepen in de koers.

Nu komen interventies in soorten en maten. En de meest milde, die ook geen echte interventie mag heten, lijkt gisteren plaats te hebben gevonden. Hij heet price checking. De Bundesbank belt in dit geval een aantal banken af met de vraag `hoe zij zitten' in euro`s.

De vraag alleen al is genoeg, net als bij de mannen met de zonnebrillen. Dat de Bundesbank informeert, wekt de indruk dat zij op het punt staat om een aantal banken te vragen om euro-transacties voor haar te doen. En die euro-transacties kunnen enkel bedoeld zijn als steunaankoop. De betrokken handelaren nemen vast posities in, en dat drijft de koers vanzelf omhoog. Op vragen of er geïntervenieerd is, houdt de centrale bank zich vervolgens op de vlakte.

Zo lieten de Europese centrale banken gisteren even zien dat ze er nog zijn op de valutamarkt, en dat de euro niet ongestraft door de handel elke kant op mag worden gedreven. Maar terwijl de macht even doorschemerde, is het vooral de onmacht van de centrale bankiers die steeds meer begint op te vallen.

De ECB, die morgen vergadert over het rentebeleid, wordt geconfronteerd met een reeks van gebeurtenissen die haar handelingsvrijheid steeds verder beperken.

De olieprijs bereikte vanmorgen een hoogtepunt van 29,43 dollar per vat. De energieprijzen zijn nu zo hard gestegen dat de inflatie in euroland, zo bleek gisteren, in januari omhoog is geschoten tot 2 procent – waarvan een volle procentpunt voor rekening komt van gestegen energieprijzen. Nu is de definitie van de prijsstabiliteit die de ECB nastreeft een inflatie van tussen de nul en twee procent. Mocht de inflatie in februari verder stijgen dan dreigen de bankiers, nauwelijks een jaar in functie, hun voornaamste doel al te missen.

De eurokoers draagt daar aan bij. Vorige maand gaf ECB-president Duisenberg voor het eerst ronduit toe dat de lage koers van de euro opwaartse invloed kan hebben op de inflatie in euroland (via het duurder worden van importgoederen). De zwakte van de euro destijds viel samen met een renteverhoging van 3 procent tot 3,25 procent door de centrale bank een maand geleden.

De vraag is nu of de ECB zich morgen gedwongen ziet de rente opnieuw te verhogen. Doet de centrale bank dat, dan wordt de indruk gewekt dat de ECB de gevangene is van de eurokoers. Normaal wordt een munt aantrekkelijker als de rente wordt verhoogd, maar als op de valutamarkt de indruk ontstaat dat de euro aangeschoten wild is, zou het tegenovergestelde net zo goed kunnen gebeuren. Sinds de renteverhoging van een maand geleden is de euro inderdaad verder verzwakt.

Doet de ECB echter niets, dan treedt zij niet op terwijl zij haar inflatiedoel openlijk aan het missen is. En ook dat kan ten koste gaan van de euro – en de reputatie van de bank. Tot overmaat van ramp zorgden vorige week conflicterende opmerkingen van ECB-topeconoom Issing en vice-president Noyer ervoor dat de indruk ontstaat dat de centrale bankiers het óf niet met elkaar eens zijn, óf zelf ook in het duister tasten over de te volgen koers. En de valutamarkt? Na de zoveelste mislukte wederopstanding van de euro zijn er steeds minder handelaren die long-posities in de Europese munt willen innemen, waarmee zij speculeren op een koersstijging. De ECB zal met meer moeten komen dan alleen price checking om het tij te keren. Want de kleine winkelier op de valutamarkt lijkt inmiddels een pistool in zijn kassa te koesteren.