EU moet met Oostenrijk een open dialoog aangaan

De EU is te laat op de Oostenrijkse politieke crisis ingesprongen. Het gevolg is dat een heel volk uit ons midden verbannen dreigt te worden. Toch is de meerderheid van de Oostenrijkers ervan overtuigd dat hun toekomst in een democratisch Europa ligt, en dus moet met hen de dialoog worden voortgezet, meent

In de emotionele, vijandige wijze waarop in Europa en Amerika is gereageerd op de vorming van een coalitieregering met extreem-rechts in Oostenrijk weerklinkt een eerdere vraag, opgeworpen door de NAVO-interventie in Kosovo: zijn we weer op de verkeerde manier op weg in de goede richting?

De richting is zonder twijfel goed. Maar Haider is geen Hitler, niet eens een miniatuur-Hitler, en de vele cartoons die spelen met de analogie tussen hen beiden zijn een belediging jegens de nazi-slachtoffers, maar ook jegens de huidige Oostenrijkers. Dat wil niet zeggen dat we ons mogen troosten met het bekende citaat van Marx, die zei dat de geschiedenis tweemaal plaatsvindt, de eerste keer als treurspel en de tweede keer als klucht. Dat zou namelijk voorbijgaan aan een essentieel punt. Want in het geding is Europa's toekomst en niet de spoken uit zijn verleden. Haider mag vergeleken bij Hitler een lachertje zijn, toch vormt hij zelf een heel reële bedreiging. Hij is niet zozeer de herrijzenis van de duisterste instincten uit Europa's geschiedenis in een land dat zichzelf nog onvoldoende heeft `gelouterd' van zijn nazi-verleden, als wel een potentiële voorbode van onze toekomst indien het democratische proces in een van de EU-landen tot een karikatuur van zichzelf wordt.

Haider mag eruitzien als een knappe skiër, de manier waarop hij over de geschiedenis heen scheert is door en door funest voor Europa. Zijn `geciviliseerde revisionisme' legt de bijl aan de wortel van het naoorlogse Europese streven gebaseerd op verzoening jegens Duitsland en het Duitse volk. Die verzoening vooronderstelde echter wel dat men zijn verleden onder ogen zou zien en zijn eigen historische verantwoordelijkheid zou accepteren.

De Europese Unie, gegrondvest op verzoening, wortelt in een impliciet pact waarvan de onaantastbare kern de huldiging van democratische beginselen is, verdraagzaamheid en respect jegens anderen en de aanvaarding van een pluralistische visie. De Europeanen kunnen zich niet in geografische zin onderscheiden omdat ze niet weten waar Europa ophoudt. Reden te meer om een onzekere geografische afbakening van Europa te vervangen door een aan Amerika ontleend beeld: de frontier, de grens waarbuiten men onze waarden nog niet huldigt. Dat is geen ijle wensdroom. Nog maar pas heeft het Kroatische volk massaal gestemd voor een dergelijk Europa, waar bij het zich en passant distantieerde van Tudjmans duistere nalatenschap. Juist dit `Europa der waarden' wordt bedreigd door de regeringsdeelname van Haiders volgelingen.

Haiders partij is niet toevallig aan de macht gekomen. De twintigste-eeuwse geschiedenis van Oostenrijk, te beginnen met de verminking en onbalans die de ineenstorting van het Habsburgse rijk teweegbracht, speelt zeker een rol. Subtiele specialisten onderstrepen wellicht niet zonder grond de zelfhaat van de Oostenrijkers om wat van hen is geworden en wijzen terecht op de sarcastische kritiek die wijlen Thomas Bernhard op zijn landgenoten leverde. Maar we mogen niet de essentie vergeten, namelijk de implosie van het Oostenrijkse politieke bestel. De bijna 30 procent van de Oostenrijkers die op Haider hebben gestemd, bestond heus niet helemaal uit mensen die terugverlangden naar de Anschluss en het Derde Rijk. In meerderheid verlangde zij een frisse wind met nieuwe gezichten. De les die Oostenrijk ons leert, moeten alle democratische regeringen ter harte nemen, en niet alleen de Oostenrijkers.

Tijdens het Wereld-Economisch Forum, een maand geleden, begaven staatslieden en ondernemers zich in een hoogst belangrijke en sterk symbolische indirecte woordenwisseling, die achteraf bezien een heel nieuw licht werpt op de ware betekenis van de politieke crisis in Oostenrijk. Regeringsleiders hadden, nog gepreoccupeerd met de mislukte topconferentie van de Wereld Handelsorganisatie in Seattle, een nieuwe slogan gevonden: It's the society, stupid (Het gaat om de samenleving, sufferd). De toenemende economische ongelijkheid die het gevolg is van de mondialisering en de tekortschietende openheid bij internationale organisaties, dreigde het evidente succes van de economie in de toekomst te gaan bedreigen. De samenleving moest worden gerustgesteld en de staats- en regeringshoofden vroegen de grote ondernemers hen te helpen dat doel te bereiken.

De ondernemers vertegenwoordigden een heel ander platform, en riepen `Het is de politiek, sufferd.' In het kort zeiden ze tegen de afgevaardigden van de politiek: ,,Wij hebben ons werk goed gedaan. Wij hebben voor rijkdom gezorgd; [...] En u, vertegenwoordigers van de politiek, wat hebt u gedaan? [...]Het minste wat we van u kunnen verwachten is dat u dezelfde maatstaven van uitmuntendheid aanlegt in het politieke leven die wij hanteren in het economische.'' Clinton en Blair mogen tezamen met de Internet-economie de sterren van Davos zijn geweest, toch bevindt de politiek zich in een crisis.

De Europese Unie is te laat op de Oostenrijkse politieke crisis ingesprongen. Het was betrekkelijk eenvoudig te voorspellen dat de klinkklare incompetentie van de politieke elite een gevaar vormde voor de stabiliteit van het land binnen de Unie. Nadat is verzuimd in een vroeg stadium discrete maar ferme druk uit te oefenen, zijn we nu geneigd een heel volk uit ons midden te bannen en de Oostenrijkers en bloc te veroordelen. Symbolische sancties zijn heel mooi, en het zijn trouwens de enige waarover men beschikt, maar de meerderheid van de Oostenrijkers voelt zich vernederd door wat hun land is overkomen en weet dat hun toekomst ligt in een democratisch, open en tolerant Europa, en met die meerderheid moeten we de dialoog voortzetten en zelfs intensiveren.

Haiders aftreden als partijvoorzitter heeft weinig betekenis. Zijn partij blijft aan de macht en ondertussen kan Haider vanuit Karinthië zich manifesteren als `leider van de oppositie'. Er moet voor gezorgd worden dat Haider in Oostenrijk straks, net als Le Pen in Frankrijk nu, zal gelden als een historisch bagatel. Maar daarvoor moet de juiste balans worden gevonden tussen vastberaden, unanieme strengheid en een voortdurende open en kritische dialoog met de Oostenrijkers, zo niet met Oostenrijk. En in dat streven zal de burgermaatschappij van crucialer belang blijken dan ooit.

Dominique Moïsi is directeur van het IFRI en hoofdredacteur van Politique Etrangère.