Eenheid van Nigeria staat op het spel

In Nigeria zijn christenen en moslims met elkaar slaags geraakt. Achter het religieuze geweld gaan tribale en regionale spanningen schuil.

Maandenlang verkoos de Nigeriaanse president Obasanjo te zwijgen over de netelige kwestie van shari'a. Door de controverse te negeren, dacht hij deze te kunnen oplossen. Intussen trokken islamitische militanten alsof ze op kruistocht waren door de noordelijke deelstaten en werkten aan de invoering van de strafrechtelijke aspecten van de shari'a. Geschokte en angstige christenen grepen naar hun bijbels.

De grondbeginselen van de Nigeriaanse natie werden door de religieuze ruzie aangetast. Pas nadat door honderden doden en grootschalige vernietigingen ook de eenheid van de natie in gevaar was gekomen, stak Obasanjo zijn nek uit. Eind vorige week noemde de president de strafrechtelijke aspecten van shari'a – zoals het uitvoeren van lijfstraffen als het afhakken van handen – ongrondwettelijk. Gisteren werd de shari'a na spoedoverleg met alle 36 gouverneurs en de militaire top opgeschort.

De drie deelstaten Zamfara, Sokoto en Niger hadden al vorig jaar besloten het islamitische strafrecht in te voeren. Vele andere noordelijke staten kondigden aan dit initiatief te zullen volgen. Aangevoerd door een – partijdige – zuidelijke pers begonnen christenen zich te weren. De christelijke minderheden in het noorden bereidden zich voor op een gevecht en in het overwegend christelijke zuiden sleep men de messen om wraak te nemen op islamieten. De regering sloeg de waarschuwingen in de wind. Twee weken geleden nog verklaarde vice-president Atiku Abubakar dat de shari'a ,,geen enkel probleem oplevert voor Nigeria''.

Noord-Nigeria kent een lange islamitische geschiedenis. De huidige deelstaat Sokoto vormde begin 19de eeuw het centrum van een groot islamitisch rijk. Met de komst van de Britse kolonisten verloor in 1915 het sultanaat van Sokoto iedere politieke macht. De Britten, en na de onafhankelijkheid de nieuwe nationale autoriteiten, lieten de shari'a toe in het noorden om persoonlijke geschillen tussen moslims op te lossen. Om de nationale vrede tussen beide religies te garanderen, kent Nigeria een liberale grondwet. Voor criminele zaken geldt in het noorden, net als in de rest van het land, daarom het wetboek van strafrecht en niet de shari'a. Daaraan proberen de noordelijke deelstaten, gebruikmakend van hun beperkte mate van autonomie, nu een einde te maken. De landelijke controverse draait erom of ze daartoe grondwettelijk het recht hebben.

Obasanjo is een christelijke zuiderling. Met zijn regime is voor het eerst sinds Nigeria's onafhankelijkheid het machtscentrum verschoven naar het zuiden. Van discriminatie of uitsluiting van noordelijke politici is geen sprake en de president tracht niet in te spelen op noordelijke gevoelens dat het noorden zijn machtspositie heeft verloren. Daarom liet Obasanjo, hoewel hij tegenstander is, de voorstanders van de invoering van de strafrechtelijke aspecten van shari'a ongemoeid. In de hoop dat het vuur vanzelf zou doven.

De president maakte daarbij belangrijke misrekeningen. Na vele jaren militair bestuur ging met de invoering van het democratisch bestuur in mei het deksel van een oververhitte ketel. Tribale, religieuze en regionale spanningen vonden op gewelddadige wijze een uitlaatklep. In het mozaïek van tegenstellingen ligt de scheidslijn tussen noord en zuid het scherpst. De gemoederen bedaarden niet, zoals Obasanjo verwachtte. Met iedere ronde van nieuw geweld – in Kano, Lagos en elders in het zuiden – namen op nationaal niveau de spanningen tussen de etnische groepen verder toe. Honderden doden vielen er toen nijdige Yoruba's in het zuidwesten noordelijke Hausa's te lijf gingen en Hausa's in het noorden Yoruba's of Igbo's uit het zuidoosten verdreven.

Bovenop die spanningen kwam het geschil over de shari'a. Obasanjo hoopte dat uiteindelijk de rationaliteit zou zegevieren. Immers, zo werd bij debatten rond eerdere controverses in Nigeria over de shari'a geargumenteerd: het land kan niet bestaan met twee verschillende rechtssystemen. Obasanjo onderschatte dat er voor Nigeriaanse moslims in werkelijkheid geen keuze bestaat. De gouverneur van de deelstaat Zamfara zei het in december onomwonden: ,,Een moslim die zich niet aan de shari'a houdt, is een ongelovige.''

Niet de religie maar de tribale tegenstellingen zaaien de meeste onenigheid in Nigeria. Door de religie worden de stamverschillen zichtbaar en krijgen deze xenofobische vormen. Het overgrote deel van de christenen in het noorden zijn Igbo's. Het overgrote deel van de slachtoffers van de rellen vorige week in het noordelijke Kaduna waren christenen, lees Igbo's. De slachtoffers die gisteren vielen bij wraakacties in het zuidoostelijke Aba en Umuohia waren islamieten, lees Hausa's.

Op het spel staat de eenheid van Nigeria. In 1966 werden Igbo's, na een staatsgreep door Igbo-officieren, in het noorden slachtoffers van een georganiseerde volkswoede. De terugkeer in hun zuidelijke woongebied leidde daar tot wraakacties tegen Hausa's. Hiermee was het startsein gegeven voor de Biafra-oorlog, waarbij de Igbo's tevergeefs vochten voor een eigen staat. De omstandigheden zijn dit keer verschillend en een nieuwe afscheidingsoorlog is vooralsnog niet aan de orde. Maar in Nigeria wordt onder radicalen wel steeds meer met afscheidingssentimenten gespeeld, dit keer niet zo zeer onder de Igbo's, maar wel onder de zuidwestelijke Yoruba's. Nigeria's eenheid is nog lang niet vanzelfsprekend.

De belangrijkste vraag is of opportunistische politici het vuurtje aansteken, om Obasanjo te ondermijnen en de prille democratie om zeep te helpen. De president vroeg zich dat gisteren tijdens een bezoek aan de ravage in Kaduna af: ,,Is dit gebeurd met voorbedachten rade of was het spontaan? Één ding is duidelijk: christendom of islam, wat voor religie we ook aanhangen, onze leiders hebben gefaald.''