DE FRIKBAL

Een kruimige Malta, jonge spinazie en een goeie frikbal, dat is volgens een West-Friese aardappelboer die ik onlangs sprak het lekkerste op aarde. Zo'n frikbal werd vroeger gemaakt van nuchter kalfvlees van jonge stiertjes. Op de boerderij waren jonge stiertjes vroeger niet rendabel en ze werden al snel naar de slager gebracht. Van het gehakt dat terugkwam voor eigen gebruik werden gehaktballen gemaakt. De oudere garde in West-Friesland noemt een bal gehakt van kalfsvlees nog steeds een frikbal. Bereiding: Verkruimel het brood en week het in wat melk. Snijd intussen de sjalot overlangs in flinterdunne schijfjes en vervolgens in gruisfijne stukjes. Knijp het brood uit en prak het samen met sjalot, peterseliesteeltjes en ei door het gehakt tot een homogeen mengsel is verkregen. Breng het op smaak met zout, versgemalen zwarte peper en versgeraspte nootmuskaat. Rol ballen van het aangemaakte gehakt en wentel ze luchtigjes door wat paneermeel zodat ze rondom heel dun gepaneerd worden. Verhit op een halfhoog vuur boter en olijfolie in een braadpan samen met de laurier. Leg de frikballen in het hete botermengsel en braad ze voorzichtig rondom aan tot de rauwe vleeskleur is verdwenen. Draai het vuur halflaag en braad de gehaktballen in 20 minuten, 30 minuten mooi goudbruin en gaar. Draai ze regelmatig om met twee houten spatels zodat ze rondom gelijkmatig kleuren. Houd de gehaktballen tijdens het aanbraden goed in beweging zodat ze niet vastkleven aan de bodem van de pan. Zodra zich een heel dun korstje heeft gevormd, is dat niet meer nodig. Neem de frikballen uit de pan en houd ze warm. Blus de pan af met 1/2 dl heet water en breng de verkregen jus al roerend aan de kook. Verwijder de laurier en breng de jus op smaak met zout en peper. Die aardappelboer sprak een waar woord: jonge spinazie, een kruimige aardappel en zo'n overheerlijke frikbal zijn een koningsmaal.