Authenticiteit door siliconen en pikant melodrama

De sleutelscène in Todo sobre mi madre, de dertiende film van Pedro Almodóvar en zijn grootste internationale hit tot nu toe, is misschien de monoloog van Agrado (Antonia San Juan) voor het gordijn van een theater, waar de voorstelling is afgelast. Om het publiek niet voor niets naar huis te sturen, vertelt de travestiet haar levensverhaal. ,,Het belangrijkste is authenticiteit.Ik ben authentiek, maar dat heeft een hoge prijs.'' En dan volgt een komische opsomming van de tarieven van de plastische chirurgie aan haar ogen, neus, mond en borsten.

Almodóvar is gek op zulke paradoxen. Zijn gecompliceerde verhaal hangt van de onwaarschijnlijkheden en melodramatische clichés aan elkaar, schetst met gevoel voor camp de details van de wereld van travestieten, transseksuelen, actrices en hoeren in Barcelona, maar staat erop dat de toeschouwer dit alles serieus neemt. Todo sobre mi madre lijkt bedoeld als authentiek, om niet te zeggen realistisch melodrama, dat mededogen opwekt voor intens acterende, vrijwel uitsluitend vrouwelijke personages, die desondanks elke geloofwaardigheid tarten.

Hoe ik ook mijn best doe, ik slaag er niet in na te voelen waarom Todo sobre mi madre in de hele wereld een gevoelige snaar raakt: de film won achtereenvolgens de regieprijs in Cannes, de European Film Award voor beste film, werd een grote hit in onder meer Frankrijk en Engeland, en is de belangrijkste kandidaat voor de Oscar voor de beste buitenlandse film. Nu is Nederland het enige land waar de eerdere films van Almodóvar ook weinig waardering kregen, misschien wegens een allergie voor melodrama, camp en het bepleiten van hier al lang geleden geaccepteerde mensenrechten voor seksuele minderheden.

Niet te loochenen valt Almodóvars beheersing van de filmvorm en zijn herkenbare stilistische handschrift. Maar zijn expliciete verwijzingen naar Tennessee Williams' toneelstuk A Streetcar Named Desire en Joseph L. Mankiewicz' film All about Eve doen even ijdel aan als zijn opdracht aan de actrices Bette Davis, Gena Rowlands en Romy Schneider. Nog problematischer zijn de kronkels van het scenario, waarin een verpleegster die hartdonaties begeleidt haar zoon ziet verongelukken, wanneer hij de handtekening vraagt van een bekende toneelactrice, net op het moment dat de moeder hem wilde onthullen dat zijn vader een transseksueel is; waarin een non zwanger wordt van dezelfde, inmiddels seropositieve transseksueel; waarin de beroemde actrice een destructieve relatie onderhoudt met haar aan heroïne verslaafde assistente; en waarin de vrouwen tot algehele hilariteit een travestiet vragen zijn geslacht aan hen te tonen.

Natuurlijk legt Almodóvar de nadruk op de waardigheid van zijn personages, en koketteert hij met zijn vermogen om als homoseksueel regisseur, in de traditie van Cukor en Fassbinder, het uiterste te halen uit door de meeste heteroseksuele filmmakers minder goed aangevoelde actrices. Tegelijkertijd is zijn film ook een parade van pikante gemeenplaatsen, een ouderwets aandoende libertijnse freak show. Ook deze Almodóvarfilm zal in Nederland minder succes hebben dan in de rest van de wereld.

Todo sobre mi madre (All About My Mother). Regie: Pedro Almodóvar. Met: Cecilia Roth, Marisa Paredes, Penélope Cruz, Candela Peña, Antonia San Juan, Rosa María Sardá, Fernando Fernán Gómez. In: 8 theaters.