Angst gedeputeerde voor incestueuze wereld van nutsprivatisering

De Noord-Brabantse gedeputeerde Jan Boelhouwer weigert de regie uit handen te geven bij verkoop van de vervoersbedrijven aan private ondernemingen. Hij heeft angst om `geflikt te worden'.

De presentatie van de kandidaat-koper was ,,om te huilen zo slecht'', vertelt Jan Boelhouwer (PvdA), gedeputeerde van de provincie Noord-Brabant. Als mede-aandeelhouder van het grote busbedrijf BBA krijgt hij dagelijks potentiële kopers op bezoek die dingen naar zijn hand. ,,Maar na afloop van die slechte presentatie'', vertelt Boelhouwer, ,,werd ik aangesproken door een adviserende bankier die zei: Dat was nou eens een verhaal met visie.''

Het opmerkelijke was dat deze bankier tevens adviseur is van Connexxion, net als de provincie aandeelhouder van BBA. Maar hij was ook in de race om de provincie te adviseren. De verkopers van BBA kunnen immers maar beter gezamenlijk optrekken, zo luidde de gedachte. Boelhouwer: ,,Later kom je er dan achter dat de koper van die presentatie de favoriete partij voor Connexxion is. En dat wist die bankier maar al te goed.''

De anekdote is voor Boelhouwer exemplarisch voor de ,,volstrekt incestueuze wereld'' waarin hij verzeild is geraakt, sinds hij bijna een jaar geleden in het provinciebestuur de portefeuille vervoer op zijn schouders nam. Onder druk van het paarse kabinet, die marktwerking afdwingt in de Nederlandse nutssectoren, zijn provincies en gemeenten bezig met de verkoop van energie-, kabel- en vervoersbedrijven aan particuliere ondernemingen.

ondom die miljardentransacties is een heuse markt opgebloeid van zakenbankiers, bedrijfsadviseurs, juristen, accountants en potentiële kopers.

Ogenschijnlijk is de komende verkoop van BBA, waarin de provincie Noord-Brabant 46 procent van de aandelen heeft, de zoveelste privatisering van een nutsbedrijf. Maar er is één belangrijk verschil: terwijl veel provinciale en gemeentelijke bestuurders vol vertrouwen zijn over hun eigen vermogen om de publieke taak te waarborgen, toont Boelhouwer zich behoedzaam, ja zelfs wat onzeker over wat hij noemt zijn ,,zwakheid''.

Zwakheid? Is gedeputeerde Boelhouwer niet op zijn taak berekend? Het tegendeel lijkt het geval. De Brabantse bestuurder heeft een sterkte-zwakte analyse gemaakt van het verkoopproces dat nu enkele maanden loopt en heeft een scherp oog voor de valkuilen.

Zo ging Boelhouwer na het echec met de `onafhankelijke' bankier met de twee petten op zoek naar een eigen adviseur, terwijl de meeste overheden zich bij een privatisering op sleeptouw laten nemen door de directie van het te verkopen bedrijf. Maar Boelhouwer weigert de regie uit handen te geven. De zwakheid is dan ook niet persoonlijk. ,,Het is de zwakheid van de overheidsbestuurder in dergelijke processen tegenover een conglomeraat van marktpartijen die elkaar op alle mogelijke manieren kennen'', zegt Boelhouwer op het provinciehuis in 's-Hertogenbosch.

Niet alle regionale bestuurders lijken doordrongen van dat besef, denkt Boelhouwer: ,,Als ik mijn collega's hoor willen de meeste bestuurders stellig de indruk wekken dat ze het proces wel geheel beheersen. Dat is een vorm van stoer doen.'' De provincie Noord-Brabant maakt de indruk goed te zijn voorbereid op de komende liberalisering en privatisering van het stads- en streekvervoer, die straks wordt afgedwongen door de nieuwe Wet personenvervoer. ,,Wij zien de marktwerking als een kans om het openbaar vervoer beter te maken en zijn van harte op pad gegaan om onze BBA-aandelen te verkopen'', zegt Boelhouwer.

Brabant let op de verkoopprijs, de werkgelegenheid van het personeel en de toekomst van het bedrijf. Er is een vervoersplan voor de provincie en een `personenvervoer van morgen-team' is al vier jaar bezig met de nieuwe rol van de provincie als opdrachtgever die concessies gaat verlenen aan onafhankelijke –veelal – particuliere vervoersbedrijven.

Maar is het genoeg, vraagt Boelhouwer zich af, om bij de verkoop van BBA de publieke zaak optimaal te dienen. ,,Ik heb een heel basale angst, een angstdroom. Namelijk dat, ondanks dat wij op volstrekt integere wijze opereren en op verantwoordelijke wijze uitvoeren, aan het eind blijkt dat we geflikt zijn.'' Op welke manier? ,,Dat ik kan ik nu juist niet aangeven. Als ik dat wist, was het probleem er misschien niet.''

De angst is ingegeven door de wereld van het openbaar vervoer, ,,waar iedereen het met elkaar doet, of wel eens gedaan heeft''. Dat komt volgens hem doordat iedereen afkomstig is van één bedrijf, VSN, de voormalige alleenheerser in het streekvervoer die tegenwoordig Connexxion heet.

Toen Boelhouwer onlangs bij mede-aandeelhouder Connexxion aanschoof om te praten over het busbedrijf BBA, zag hij aan tafel ook een bekende adviseur. ,,Die heb ik meteen laten wegsturen en ik heb gezegd dat ik die nooit meer wil zien'', zegt Boelhouwer over de man die én Connexxion adviseert én BBA én de stad Tilburg.

Het zijn deze dubbele en drievoudige petten die Boelhouwer een groot gevoel van onbehagen bezorgen. ,,Ik weet niet wat er gebeurt met de informatie die ik tijdens het proces geef. Of die informatie niet wordt doorgespeeld naar een andere partij, die dan een dossier kan opbouwen en een kennisvoorsprong kan nemen op ons.''

De vraag is dus hoe de overheid zich met het oog op de publieke belangen wapent tegen de kennisvoorsprong van de marktpartijen. Die marktpartijen zijn de potentiele kopers, de adviseurs, maar ook de eigen directie en mede-aandeelhouder Connexxion (46 procent). Brabant heeft steun gezocht bij de andere overheidsaandeelhouder, de BV Stadsvervoer uit Tilburg. ,,Toen BBA verkocht ging worden, ben ik ook meteen naar mijn collega in Tilburg gegaan en heb gezegd: wij pakken elkaar nu bij onze vesten en laten elkaar niet meer los'', zegt Boelhouwer.

Brabant en de deelnemende Brabantse steden zitten volgens Boelhouwer als overheidsaandeelhouder in dezelfde positie, omdat zij publieke verantwoording moeten afleggen. ,,Dat is een verschil met een partij die dat niet hoeft te doen'', zegt Boelhouwer, die daaraan de conclusie verbindt dat alle aandeelhouders en ook de onderneming een eigen adviseur moeten hebben.

Bij veel privatiseringen die in Nederland hebben plaatsgehad was er veelal één adviseur voor aandeelhouders, commissarissen en onderneming. Niet bij BBA, zegt Boelhouwer: ,,Er liggen al te veel partijen met elkaar onder de wollen deken.''