Agenten

Bij de Amsterdamse politierechter is het vandaag geen leuke dag voor politieagenten. Hun handelingen moeten weer eens worden gewikt en gewogen en tegen het licht van de omstandigheden gehouden. Het is goed dat wij burgers dat doen, maar je bent op zulke momenten wel blij dat je geen politieagent bent.

Zoals zo vaak ligt de treffendste zaak verscholen tussen twee grote zaken. Die grote zaken gaan over taxichauffeurs die het tijdens de recente `taxi-oorlog' met de politie aan de stok kregen. Typische welles-nietes-zaken.

Taxichauffeur X. zegt dat hij helemaal niet van plan is geweest op een motoragent in te rijden – die motoragent reed op hém in. Taxichauffeur Y. is nog altijd woedend dat een agent hem een gebroken hand heeft geslagen. Hij had tijdens de aanhouding best uit zijn auto willen komen, maar `die opgefokte agenten' werkten elkaar tegen. De een had hem uit zijn auto willen sleuren, de anderen hielden hem juist tegen, en wat doe je dan als eenvoudige taxichauffeur? Je houdt je aan je stuur vast. Totdat een agent met een wapenstok zó hard op je hand slaat dat-ie breekt.

De rechter hoort het allemaal geduldig aan. Taxichauffeur X. mag nog een keertje terugkomen als er drie andere getuigen worden gehoord, taxichauffeur Y. gaat mokkend naar huis met een voorwaardelijke boete van 250 gulden een lichte straf dankzij die hand.

In dat bescheiden zaakje dat even tussendoor wordt afgehandeld, komt de verdachte niet opdagen. Hij laat het zijn advocaat alleen opknappen. Jammer, vindt de advocaat, en ook onverwacht: cliënt had nog zo beloofd te zullen komen. Wij, toehoorders, begrijpen spoedig waarom cliënt vanmiddag elders interessantere bezigheden heeft.

Wat was het geval? Op een avond werden drie politieagenten in het centrum van Amsterdam door voorbijgangers gewaarschuwd. Ze hadden gezien dat een man een vrouw aftuigde. De agenten renden erheen en zagen hoe een man een vrouw over de straat sleurde. Ze bleken beiden dronken te zijn. Die man sleepte deze vrouw – zijn vrouw – veel vaker op deze manier naar huis, maar dat wisten de agenten toen nog niet.

De agenten probeerden de man te overweldigen. Het lukte niet goed. De man schopte en sloeg als een bezetene om zich heen. Een vrouwelijke politieagent werd daarbij ernstig getroffen in buik- en maagstreek. Vergezeld van enkele collega's zit ze nu op de eerste rij. Een donkere, nogal frêle vrouw. De geschiedenis heeft haar hevig aangegrepen. Ze heeft wekenlang pijnstillers moeten slikken, tot straatsurveillance was ze een poosje niet in staat.

Ze zegt weinig, er hoeft haar ook niet veel te worden gevraagd.

,,Heeft u nog ooit iets van die man gehoord?'' vraagt de rechter haar.

,,Hij heeft een bloemetje laten bezorgen op het bureau'', zegt de agent.

Ze zegt het zo neutraal mogelijk, maar het is duidelijk dat die geste weinig indruk op haar heeft gemaakt. Ze zit hier dan ook om een eis in te dienen van 750 gulden voor de geleden immateriële schade. Politieagenten die zich gedupeerd voelen, eisen de laatste tijd steeds vaker smartengeld.

Dan komt de advocaat aan het woord. Advocaten moeten hun werk doen, zoals wij allemaal. En deze advocaat is nog zo vriendelijk om zijn werk vandaag te beginnen met een blijk van medeleven aan het adres van de agent. Maar dan moet hij toch écht zijn werk gaan doen. En dat bestaat in dit geval hieruit dat hij vindt dat de agenten de man niet meteen hadden moeten aanhouden. Ze hadden eerst een gesprekje met hem moeten beginnen. Er was immers `geen vermoeden van schuld van enig misdrijf'.

De rechter vindt het nogal vergezocht. Ze neemt de eis van de officier een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie weken niet over, maar ze veroordeelt de man wel tot een boete van 750 gulden, rechtstreeks te betalen aan de agent.

,,Mijn cliënt is niet bepaald kapitaalkrachtig'', zegt de advocaat. De agent zal dus lang op haar geld moeten wachten. De kans is groot dat ze in de tussentijd op een andere dronken man stuit, ergens in het centrum van Amsterdam.