Radicale hervormer

Anatoli Sobtsjak, gisteren op 62-jarige leeftijd in een sanatorium nabij Kaliningrad aan een hartziekte overleden, heeft als burgemeester van St. Petersburg een prominente rol gespeeld in opbouw van het nieuwe Rusland, met alle hindernissen en obstakels die daarbij komen kijken. Maar in het Westen herinnert men zich hem toch vooral om zijn rol tussen 1988 en 1991, toen hij een van de boegbeelden was van het glasnost- en perestrojka-beleid van Michail Gorbatsjov. Hij was een prominent en dynamisch lid van de groep van radicale intellectuelen en hervormers van het eerste uur die als rechterhanden van de laatste Sovjet-leider fungeerden in diens pogingen de starre Sovjet-staat te hervormen.

Op één cruciaal moment redde Sobtsjak dat beleid van Gorbatsjov: tijdens de coup van de orthodoxe communisten in augustus 1991 rukten ook in St. Petersburg de tanks op om, op bevel van de nieuwe machthebbers in Moskou de stad te bezetten en het regime van Gorbatsjov de nek om draaien. Sobtsjak voorkwam dat, door de commandant van het militaire district Leningrad te overtuigen die bevelen uit Moskou te negeren.

De Siberiër Sobtsjak was een laatkomer in de politiek. Hij studeerde rechten in Leningrad en werd daar in 1983 hoogleraar economische wetgeving. Anders dan de collega's in de entourage van Gorbatsjov werd hij pas in 1988 lid van de partij. In de halfvrije verkiezingen van maart 1989 werd hij in het Sovjet-parlement gekozen, waar hij als leider van de radicale Interregionale Groep van parlementariërs direct een prominente rol ging spelen. Hij werd voorzitter van de commissie die het bloedbad op Georgische nationalisten in Tbilisi onderzocht. In 1990 stapte hij – tot woede van Gorbatsjov – uit de partij. Eerder dan Gorbatsjov zag Sobtsjak in dat glasnost en perestrojka de Sovjet-Unie en haar systeem niet zouden redden, maar ze juist zouden begraven. Met Edoeard Sjevardnadze richtte hij de Beweging voor Democratische Hervormingen op en in mei 1991 werd hij met grote overmacht burgemeester van Leningrad. Sobtsjak was toen Ruslands populairste politicus na Boris Jeltsin. Zijn juridische kennis was cruciaal toen een nieuwe Russische grondwet moest worden opgesteld en even overwoog Boris Jeltsin om Sobtsjak tot vice-president te benoemen.

Sobtsjak was een radicale democraat. Of hij een goed bestuurder was is een andere zaak. De economische ineenstorting van Rusland, en St. Petersburg, tastte hoe dan ook zijn reputatie aan en in 1996 werd hij bij nieuwe verkiezingen verslagen. Onder zijn burgemeesterschap was St. Petersburg tot een van Ruslands meest beruchte broeinesten van corruptie en mafia-geweld geworden. Sobtsjak zelf raakte in opspraak: hij zou tegen geld bepaalde transacties hebben doorgedrukt en als cadeau een flat hebben geaccepteerd voor een familielid. Er kwamen twee juridische onderzoeken op gang en Sobtsjak vond het eind 1997 veiliger naar Frankrijk te vertrekken om het verloop van die onderzoeken verder af te wachten (en zich medisch te laten behandelen). Beide onderzoeken werden eind vorig jaar stilletjes gestaakt toen Vladimir Poetin premier van Rusland werd. Pas in juli vorig jaar keerde Sobtsjak naar Rusland terug.

Sobtsjak was Poetins mentor: hij haalde Poetin, een onbekende KGB'er die een van zijn leerlingen was geweest aan de Leningradse universiteit, naar St. Petersburg en maakte hem uiteindelijk plaatsvervangend burgemeester, de springplank voor Poetins verdere klim naar de macht. Poetin was gisteren heftig aangedaan toen hem de dood van Sobtsjak werd meegedeeld. ,,Het is onmogelijk in het reine te komen met dit verlies'', aldus de president. ,,Hij diende als een voorbeeld van fatsoen, kracht en overtuiging. Hij was nooit bang zijn mening te geven. Anatoli Sobtsjak gaat de geschiedenis in als een briljante vertegenwoordiger van de generatie van politici die de nieuwe Russische staat stichtten.'' Boris Jeltsin prees Sobtsjak gisteren als ,,een buitengewone persoonlijkheid, een uiterst gecultiveerde man die altijd zijn standpunt verdedigde''.