Die Meistersinger wordt nu nog wat mooier gezongen

De nu in reprise gebrachte prachtproductie van Wagners Die Meistersinger von Nürnberg, die de Nederlandse Opera in juni 1995 gaf, was niet alleen een van de fraaiste van die hele decade, het was ook een voorstelling met een bijzondere morele en politieke lading. De première van dit stuk, dat uitloopt op een oproep tot eer aan de Duitse kunst en de Duitse meesters daarvan, kwam drie weken na de herdenking van de vijftig jaar bevrijding van de Duitse bezetting en de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog. Wagner wordt door velen gezien als de schepper van het fundament onder het nazisme.

Regisseur Harry Kupfer en dirigent Hartmut Haenchen, beide voormalige Oost-Duitsers, produceerden een versie van Die Meistersinger von Nürnberg die spotte met elke cliché-mening over de teutoonse Wagner en het imperialistische Deutschtum. In hun opvatting bleek Die Meistersinger een onderhoudende flitsende komedie met serieuze trekjes over het belang van kunst en van de vrijheid voor de creatieve kunstenaar. De ware Meister is degene die de oude kunst beheerst, maar die ook weet te vernieuwen. Hier pleit de omstreden avantgardist Wagner voor zichzelf.

Het werk over een zangwedstrijd klonk onder de handen van Haenchen feestelijk en met een wonderbaarlijke lichtheid. Het was de reflectie van het in gouden licht draaiende decor: de levensboom, waarvan sprake is in Walthers Prijslied. De boom bestaat uit prachtig Jugendstil-achtig houtsnijwerk en doet dienst als kerk en als huis.

In de enscenering van Kupfer hadden de perfect opgebouwde massascènes waarmee de drie actes eindigen geen martiaal, maar uitsluitend een carnavalesk karakter. De voorstelling, die de nadruk legde op verinnerlijkte tragiek van de weduwnaar Hans Sachs en op het intieme geluk van het liefdespaar Walther von Stolzing en Eva Pogner, liep uit op een totale en bevrijdende verzoening. Sachs sluit vrede met zijn tegenstander Beckmesser en bewijst eer aan het publiek, door de hem uitgereikte lauwerkrans symbolisch aan de bieden aan de zaal.

Nu deze voorstelling vijf jaar later wordt herhaald, ontbreekt die bijzondere context van toen. En zeker na de uitvoering van de complete Der Ring des Nibelungen vorig jaar, doet deze Meistersinger (1868) zich alleen nog voor als een vrijwel zorgeloze komedie, zoals Verdi's Falstaff (1895) en Strauss' Der Rosenkavalier (1911). De opnieuw zeer gedreven Haenchen en zijn uitstekend spelende Nederlands Philharmonisch Orkest zijn gebleven, maar de zeventien rollen tellende vocale cast is vrijwel geheel gewijzigd. Niettemin is het vocale niveau als geheel nog wat hoger in deze voorstelling, voortreffelijk heringestudeerd onder leiding van Monique Wagemakers.

De enige zanger die is gehandhaafd is Dale Duesing, als een karikaturale Beckmesser toen en nu de lieveling van het publiek. Duesings overacting blijft nog net binnen de perken van het aanvaardbare. Die draagt zelfs voor een groot deel de voorstelling en wordt gecompenseerd door de uitstekende Wolfgang Brendel, die ruim overtuigend zingend een ongebruikelijk jonge invulling geeft aan de wijze rol van de schoenmaker Hans Sachs. Dat hij zich te oud acht voor een huwelijk met Eva wordt daardoor extra schrijnend.

Eva, een door Wagner fragmentarisch opgebouwd personage, wordt vertolkt door Charlotte Margiono, die daarmee bij de Nederlandse Opera haar eerste Wagnerrol zingt. Met haar klare, lieflijke en zelfbewust gezongen en uitgebeelde partij is Margiono hier niet alleen de `muze der Parnassus', zoals Walther zingt, maar ook de Nederlandse opvolgster van de in december overleden Gré Brouwenstijn, van wie in het programmaboekje een foto is afgedrukt in haar rol van Eva tijdens de Bayreuther Festspiele van 1956. Brouwenstijn was, samen met Wolfgang Wagner, in 1995 nog aanwezig bij de première van deze productie.

De Zweedse tenor Gösta Winbergh, die in 1980 al eens bij de Nederlandse Opera zong in Mozarts Don Giovanni, lijkt in deze productie een generatiegenoot van Sachs, maar toont zich een waardig vertolker van Walther von Stolzing, die zijn Prijslied keer op keer zingt, tot hij zich bewijst als `Meesterzanger'.

Voor alle voorstellingen is nog een beperkt aantal plaatsen beschikbaar.