Wassende maan

's Nachts is het hier waar wij in Engeland wonen zo stil dat ik de stilte horen kan. De stilte ruist, suist in mijn oren. Soms zoemt de stilte, alsof er ergens heel in de verte een motor draait. Ik zal toch geen last van oorsuizingen hebben, dacht ik geschrokken terwijl ik wakker in mijn bed naar de stilte lag te luisteren.

De nachten in de tropen zijn vol lawaai. De krekels tsjirpen van zonsondergang tot zonsopkomst. In de verte klinkt een drum. Mensen zingen en dansen in de tropennacht.

In een dorp in de tropen is het alleen maar stil rond siëstatijd, als de zon haar hoogste stand bereikt heeft en de mensen net als de dieren stilletjes in een hoekje kruipen in afwachting van het dalen van de zon. Het mooiste moment van de dag is er de snelle zonsondergang. Opeens verzacht het schelle daglicht; het dorp baadt zich in magisch-mooi oranje licht; dan is het donker.

Met nieuwe maan is het er stikkedonker, net als hier. Je kunt geen hand voor ogen zien. Wie nog ergens heen wil, zal op de tast zijn weg moeten vinden, tenzij je een zaklamp hebt die werkt.

Met volle maan wordt in zo'n tropisch dorp het magische oranje licht onmiddelijk vervangen door het koele blauw van de maan. Hier in Engeland is dat net zo: de volle maan komt altijd op als de zon ondergaat. Maar nooit zal de maan hier zo hoog aan de hemel staan als in dat tropische dorp.

Ik kan niet slapen. Mijn hoofd zit vol herinneringen aan de tropen waar we woonden. Ik sta op en loop naar het raam. Ik schuif de gordijnen open. Het is halve maan. Ze staat kaarsrechtop en ik kan er een `p' van maken, de `p' van `premier'. Het is wassende maan dus en over een week zal het volle maan zijn.

Rond de evenaar ziet de halve maan er nooit zo uit. Daar ligt ze lui op haar rug of buik. Waarom? Ik heb dat jaren niet begrepen tot ik in Samoa iemand tegenkwam die me dat heel helder uit heeft kunnen leggen met een voetbal en een bord.

Ik sta voor het raam en kijk naar deze halve maan. Het lijkt wel alsof ze stil staat, maar ik weet dat dat niet zo is. Ze schuift stilletjes naar rechts.

Op het zuidelijk halfrond is dat niet zo. Daar komen de zon en maan ook in het oosten op en ze gaan in het westen onder, maar daar ligt hun hoogtepunt in het noorden in plaats van in het zuiden, en zo lijkt het alsof de zon en maan daar tegen de klok indraaien in plaats van met de klok mee. Vandaar dat zoveel mensen hun gevoel van richting verliezen als ze van het noordelijk halfrond naar het zuidelijk halfrond reizen, of andersom.

Ik mis het Zuiderkruis. Zal ik het ooit weer zien? Zal ik ooit weer een halve maan lui op haar rug of lui op haar buik aan de hemel zien hangen? Zal ik ooit zo zuidelijk op deze aardkloot wonen dat de maan weer rechtop gaat staan? Maar dan als je er een `p' van kunt maken zal dat betekenen dat het er over een week nieuwe maan is.

Ik heb een wereldkaart in Nieuw Zeeland gekocht, toen we daar met vakantie waren. Hij hangt hier aan de muur. In het begin, toen ik die kaart pas had, werd ik er duizelig van. De kaart heet: `New Zealand No Longer Down Under.' Nieuw Zeeland en Australië staan bovenaan op deze kaart, in plaats van onderop; bovendien is niet de Grote Oceaan doormidden geknipt, maar de Atlantische Oceaan, en pas dan kun je zien dat de Grote Oceaan echt veel groter is dan de Atlantische...

Ik heb een tijdje voor dat raam gestaan.

,,Nee hoor'', zei mijn vriend de volgende dag, ,,je hebt vast geen last van oorsuizingen. Het was oostenwind en dan kunnen we hier 's nachts de ventilator horen in het varkenshok van de boer die midden in het dorp woont. Hemelsbreed is dat niet zo ver. Ik schat iets minder dan een kilometer.''

Er zijn plannen om hier bij ons in de buurt 100.000 nieuwe huizen te bouwen. Als die plannen doorgaan, dan zal het hier in de toekomst niet meer zo stil zijn. Waar wel? Hoe ver zal de volgende generatie moeten reizen om de stilte te kunnen horen? Naar de maan?