Jonge filmers en oude thema's

Met maar liefst drie jury's die hun blik hebben gericht op de films in competitie om de Tiger Awards, zijn jonge filmmakers in Rotterdam ruimschoots verzekerd van aandacht. De leden van de FIPRESCI-jury van internationale filmjournalisten en de jury die is samengesteld uit de Kring van Nederlandse Filmjournalisten, kunnen in hun keuze daarnaast ook (jonge) films van buiten het competitieprogramma betrekken.

Hoewel het lastig is om in al die eerste, tweede en derde films gemeenschappelijke thema's en stijlen te ontdekken, blijft het elk jaar verleidelijk om je af te vragen wat nieuwe regisseurs beweegt.

Gelukkig is daar wederom geen eenduidig antwoord op te geven. Dat jonge filmmakers, zoals het cliché wil, eerst afrekenen met hun jeugd, hun ouders en hun adolescente worstelingen, is ook nu weer het geval. Verfrissend is in ieder geval de humor en de relativering waarmee ze dat doen. Zelfs een qua stijl van Trainspotting-epigonisme overlopende film als het in het Britse uitgaansleven gesitueerde Human Traffic (Justin Kerrigan) bevat genoeg kroeggrappen om de strijd om baan en bestaan dragelijk te maken. Het Amerikaanse onafhankelijke Freak Weather (Mary Kuryla; over een moedermeisje en haar vroegwijze zoontje die aan hun white trash-bestaan proberen te ontvluchten) doet evenzeer een beroep op surrealisme als de melige Deense productie Bye Bye Blue Bird (Katrin Ottarsdóttir). Hierin proberen twee Pippi Langkous-meisjes in het reine te komen met hun roots. De eerste doodernstige debuutfilm moet zich hier in ieder geval nog aandienen.

De liefde is dat andere grote thema. Dat leidt soms tot mooie, sprookjesachtige vertellingen als Suzhou River (Lou Ye), die de gelijknamige rivier in Shanghai bron laat zijn van leven en dood, romantiek, verdriet en zeemeerminnen. In los gedraaide, maar steeds beheerst getimede scènes zijn we vanuit het point-of-view van een videofilmer door een wereld van armoede en misdaad op zoek naar de ware liefde. Al blijven de parallellen tussen de filmer en zijn geliefde en een (fictieve?) Romeo en Julia soms wat cryptisch.

De opvallendste film tot nu toe is Een intens realistisch doch romantisch liefdesdrama van Jesse de Jong, die vorig jaar sterk afstudeerde aan de Filmacademie met de documentaire Het lege nest. De Jong kan zo goed kijken dat zijn films geen uitleg of commentaarstem nodig hebben. Dat is opmerkelijk, want hij heeft een voorkeur voor statische shots die de indruk wekken dat de camera toch maar toevallig aanstond. Zijn huidige film duurt slechts twintig minuten en is samengesteld uit opnamen van de filmmaker en zijn ex-vriendin. In één lange bedscène zien we hen minnen, kozen en kirren en uit elkaar groeien. Het exhibitionisme van De Jong is frappant, shockerender dan Big Brother door zijn schaamteloosheid, al verraden sommige esthetische poses dat de geportretteerden zich wel degelijk van de camera bewust waren. Door zowel brutaal als kwetsbaar te zijn ontstijgt De Jongs parabel over de liefde tussen jongvolwassenen homevideo en egodocument. De film maakt de toeschouwer genadeloos bewust van z'n voyeurisme, becommentarieert onze opvattingen over kijken en bekeken worden, maar blijft in al z'n onomwondenheid vol respect en liefde.