Zuinig

VIJFENVIJFTIG JAAR na de bevrijding ligt de bezetting nog altijd niet achter ons. De reden daarvoor is historisch van aard. Toen de joodse Nederlanders die de oorlog hadden overleefd in 1945 naar huis terugkeerden, viel hun een kille ontvangst ten deel. Het leek er soms op of het Duitse antisemitisme ook hier een beetje wortel had geschoten. In talloze boeken – variërend van wetenschappelijke studies tot egodocumenten en romans – is over dit naoorlogse klimaat getuigenis afgelegd. Mede hierdoor is het historisch bewustzijn in Nederland langzamerhand versterkt. Dat leidde decennia na dato onder meer tot de Wet Uitkering Vervolgingsslachtoffers (WUV) uit 1972.

Sinds een paar jaar gaat het echter niet meer alleen om de maatschappelijke atmosfeer na de bevrijding, maar vooral om de houding van de overheid. Die heeft de noodlottige erfenis vooral administratief afgehandeld, zo blijkt door een reeks verschillende onthullingen die gemeen hebben dat ze een benepen bureaucratische attitude blootlegden. Een deel van het joodse vermogen is gewoon verdwenen. In haar vandaag gepubliceerde rapport bevestigt de commissie-Van Kemenade het ,,onverschillige'' en ,,sterk legalistische en formalistische karakter'' van het rechtsherstel in Nederland. Voor de slachtoffers was dat ,,grievend''.

Hoeveel geld of bezit de overheid niet heeft teruggegeven, heeft de commissie-Van Kemenade niet kunnen achterhalen. Dat heeft te maken met een gebrek aan betrouwbare gegevens, tegenstrijdige berekeningen, verjaringstermijnen en de onmogelijkheid om bijvoorbeeld kunstschatten op waarde te schatten. Het lijkt de commissie niettemin ,,billijk'' als de overheid alsnog 250 miljoen gulden ter beschikking stelt, als erkenning dat ze ,,is tekortgeschoten''.

NOG VOORDAT de commissie-Van Kemenade haar eindverslag openbaarde, nam premier Kok gisteren vanuit Stockholm een voorschot op de conclusies die hij kennelijk al had gelezen. Het kabinet wil wel ,,ruiterlijk'' erkennen dat het na de oorlog anders had gekund, maar niet zeggen ,,het spijt ons''. Dat de Zweedse regering dit gisteren wel heeft gedaan, was voor Kok geen argument omdat dit indertijd neutrale Scandinavische land volgens hem veel ernstiger in gebreke is gebleven. Is dit een semantische benadering van de premier, die zich ervan bewust is dat historisch onderzoek iets anders is dan juridische formules? Of is het een poging om op voorhand eventuele claims de pas af te snijden? Kok wekt de schijn van het laatste. Dezelfde Kok verlangde onlangs immers nog excuses van Japan voor de oorlogsmisdaden in Nederlands-Indië. Er is inderdaad een verschil tussen Japan en Duitsland enerzijds en Zweden of Nederland anderzijds. De eerste twee staten waren bezetters, Zweden kon van twee walletjes eten, terwijl Nederland brutaal werd bezet.

TOCH ZOU het beter zijn geweest als Kok zich niet had laten verleiden tot het al te subtiele verschil tussen spijt en erkenning. De commissie-Van Kemenade stelt terecht vast dat ,,genoegdoening'' niet meer mogelijk is. Juist daarom mag de kracht van het woord niet onderschat worden. Verbale zuinigheid kan de vermenging van morele rekenschap en materiële verantwoordelijkheid daarentegen verder bestendigen.