Farmaconcern Roche verliest belangrijk patent

Een belangrijk patent van het farmaceutische concern Hoffmann-La Roche is via fraude verkregen. Dat heeft een Amerikaanse rechter bepaald.

Het patent op het enzym Taq polymerase, een van de meest gebruikte enzymen in moderne DNA-laboratoria, is via fraude verkregen, zo heeft federaal rechter V. Walker in San Fransisco onlangs bepaald. De uitspraak maakt het patent ongeldig.

Het oordeel betekent een klap voor het Zwitserse farmaceutische bedrijf Hoffmann-La Roche, sinds 1991 eigenaar van het patent. De wereldwijde markt voor het enzym bedraagt zo'n 200 miljoen dollar (ruim 400 miljoen gulden) per jaar. Het enzym is het hart van de polymerase-ketting-reactie (PCR), die in elk modern DNA-laboratorium wordt gebruikt om stukken DNA te vermenigvuldigen. Op basis van deze PCR-techniek heeft Roche de afgelopen jaren diagnostische testst ontwikkeld voor de detectie van het aidsvirus, hepatitis B en hepatitis C. De verkoop daarvan steeg vorig jaar met 22 procent.

De uitspraak van rechter Walker komt voort uit een slepende rechtszaak tussen het farmaceutisch concern Hoffmann-La Roche, eigenaar van het patent, en het Amerikaanse bedrijf Promega. Roche klaagde Promega een aantal jaren geleden aan vanwege onenigheid over een licentie op Taq polymerase. In de daarop volgende rechtszaak kwam aan het licht dat wetenschappers van Cetus Corporation, in 1991 overgenomen door Hoffmann-La Roche, misleidende informatie hadden verstrekt aan het US Patent and Trade Office om hun patent veilig te stellen. Op acht punten vertoonden de wetenschappers, zo blijkt uit het vonnis, ,,onbillijk gedrag'' met een ,,intentie om te misleiden''. Het ging met name om technische details over de werking en de eigenschappen van Taq polymerase. Het enzym is afkomstig uit de bacterie Thermus aquaticus, die in kokende geisers in Yellowstone National Park voorkomt.

Door de explosieve groei van de moleculaire biologie, zullen dit soort onenigheden zich steeds vaker voordoen. Het Amerikaanse biotech-bedrijf Genentech en de Universiteit van Californië legden bijvoorbeeld in november een geschil bij over een humaan groeihormoon, dat gebruikt wordt bij de behandeling van groeistoornissen. Genentech maakte ongeoorloofd gebruik van universitaire kennis. Het bedrijf schikte de zaak voor 200 miljoen dollar.

Roche heeft laten weten dat het beroep zal aantekenen tegen de uitspraak in de zaak tegen Promega, die vorige maand werd gedaan. Volgens het bedrijf hebben de wetenschappers zich niet onfatsoenlijk gedragen. Aanstaande donderdag verschijnen beide partijen weer voor de rechter. Advocaten van Promega hebben inmiddels aangekondigd dat ze ook zullen proberen aan te tonen dat het patent van Roche op de PCR-techniek ongeldig is, omdat die techniek afhankelijk is van Taq polymerase.

Vijf jaar geleden lag Hoffmann-La Roche om een soortgelijke reden in de clinch met het Nederlandse Organon Teknika, een dochter van Akzo Nobel. Dat wilde een soort PCR-test voor het aidsvirus op de markt brengen. De Zwitserse farmaceut heeft er toen alles aan gedaan om de test niet op de markt te laten komen. Het gerucht werd verspreid dat Organon Teknika niet betrouwbaar zou zijn als leverancier van die PRC-tests. De Haagse rechtbank stelde Organon Teknika in het gelijk. Het octrooi op haar techniek pleegde geen inbreuk op het patent van Hoffmann-La Roche. Het Zwitserse concern werd verboden om nog langer misleidende informatie over Organon te verspreiden.

Hoffmann-La Roche ging in hoger beroep, maar werd ook toen in het ongelijk gesteld. Het Zwitserse concern diende vervolgens een klacht in bij de International Trade Commission (ITC). Er zou sprake zijn van unfair competition. Organon Teknika spande vervolgens een kort geding aan tegen Hoffmann-La Roche. Die zou bij de PCR inmiddels gebruik zijn gaan maken van de door Organon Teknika ontwikkelde Boom-procedure. In 1997 hebben beide partijen de zaak onderling opgelost. Organon Teknika kon zijn techniek ongehinderd verder ontwikkelen.