Het KGB-huwelijk

Toen Rufina Poechova trouwde, trouwde ze meteen met de KGB. Haar man was immers de van de Britse geheime dienst overgelopen meesterspion Kim Philby. Ze kregen alle privileges die erbij hoorden, van voorrang in het ziekenhuis tot een permanente afluisterpost. Het boek dat zij over haar echtgenoot schreef is in Groot-Brittannië uitgekomen.

`Mijn man was staatsgeheim'', zegt ze zonder ironie. Daarom sloot ze op haar trouwdag niet alleen een verbintenis met hem, maar eigenlijk ook met de KGB. Ze had afscheid moeten nemen van haar vrienden, die niet mochten weten met wie ze trouwde. Geheim agenten traden op als getuigen bij het huwelijk. Andrej Fjodorovitjs Fjodorov heette hij volgens zijn Russische paspoort, maar omdat hij zo onmiskenbaar een buitenlander was, koos hij als nieuwe achternaam Martins: alsof hij een Let was, geboren in New York. ,,Als ik hem op straat wel eens bij zijn nieuwe naam aansprak, dan reageerde hij nooit'', zegt zijn vrouw.

Niemand mocht weten wie hij was, zelfs de buren niet. En juist daarom sloten ze zich het liefst op in hun appartement, waar niemand vragen kon stellen die ze niet mochten beantwoorden. Thuis waren ze in hun eigen wereld. En thuis heette hij gewoon Kim. Kim Philby. De `spion van de eeuw'. De `grootste verrader aller tijden'. De `Derde Man'. Het kopstuk van de Cambridge Vijf – ofwel: een van de ex-Cambridge-studenten die jarenlang als mol binnen de Britse geheime dienst SIS (Secret Intelligence Service) voor de KGB spioneerde.

Nadat hij in 1963 uitweek naar Moskou is er in talloze boeken en artikelen over zijn leven in de Sovjet-Unie gespeculeerd. Hij zou de contraspionage van de KGB leiden. Of juist vergeten en verguisd in bittere armoede leven. Rufina Philby, nu 67, zijn vierde vrouw, kreeg genoeg van de onzin die er over haar in 1988 overleden man werd gepubliceerd, en schreef zelf een boek over hun leven samen. The Private Life of Kim Philby, The Moscow Years, kwam onlangs in Londen uit. Het boek bevat ook niet eerder gepubliceerde teksten van Philby zelf en van een KGB-officier, maar het geeft tegelijk een fascinerend beeld van de weduwe, die door haar huwelijk in de raderen van de geheime dienst terechtkwam.

Hoe was het om getrouwd te zijn met een staatsgeheim? Hoe hield ze zich staande onder het wakende oog van de KGB? Wat wist ze en wat wist ze niet?

In het boek vertelt ze gedetailleerd over het dagelijks leven met haar man, maar vermijdt ze al te felle kritiek op de KGB. In een openhartig gesprek blijkt hoe ze balanceerde tussen weerzin tegen de geheime dienst en sympathie voor sommige KGB'ers. Ze voelt geen woede, maar is wel opgelucht dat ze nu vrijuit kan praten.

,,Ik had geen idee hoe bekend hij was'', zegt Rufina terwijl ze thee met melk serveert. Zelf gruwt ze ervan, maar Kim, steile Brit, dronk dagelijks stipt om 5 uur een kop Engelse thee met een wolkje melk. Haar hand trilt als ze het kopje aangeeft, en het trillen wordt erger bij pijnlijke vragen. Een sympathieke, intelligente vrouw, met een enorme bril en donkerrood geverfd haar. Ze praat zonder schroom, al zou ze het onderwerp KGB het liefst mijden. ,,We leefden in zekere zin in een gevangenis'', zegt ze. ,,Maar tegelijk hoorden we zelf bij de KGB-familie.'' Het is precies die ambivalentie die haar leven heeft getekend sinds ze haar man leerde kennen, in 1970 in Moskou.

Pas vier jaar nadat Kim Philby naar Moskou was overgelopen, verscheen er in de staatskrant Izvestija een artikel onder de kop `Gegroet kameraad Philby'. Dat was de enige ruchtbaarheid die hem in de Sovjet-Unie ten deel viel.

Het arbeidersparadijs

De latere meesterspion raakte al op de kleuterschool in Zuid-Engeland in de ban van landkaarten. ,,Dat mondde uit in een lust tot reizen die ik nog steeds heb'', schrijft hij in zijn memoires. ,,Misschien maakte dat mijn wortels met Engeland losser.'' Ook zijn vroege, compromisloze atheïsme vergemakkelijkte de keuze voor het communisme. Opmerkelijk genoeg accepteerde de SIS zijn linkse sympathieën als een jeugdzonde, en werd hij aan het begin van de Tweede Wereldoorlog tot de Britse geheime dienst toegelaten. Hij was immers een goed opgeleide jongeman uit de middle class.

Zijn vader, Sir John Philby, was zelf ook geheim agent. En hij had zijn zoon niet voor niets Kim genoemd, naar de titelheld uit de spionageroman van Rudyard Kipling. Maar als Philby in 1940 bij SIS binnenkomt, weet niemand dat hij dat doet in opdracht van de KGB. In de memoires, die Rufina in haar boek opnam, onthult hij voor het eerst dat hij in 1934 werd geworven door de KGB. Dat gebeurde in een gearrangeerde ontmoeting in het Londense Regent's Park.

Zijn eerste daad voor het arbeidersparadijs is het opstellen van een lijst van iedereen die hij kent. Op die lijst prijken in elk geval de namen van Guy Burgess en Donald Maclean, die zullen gaan behoren tot de Cambridge Vijf. Als Burgess en Maclean in 1951 op het punt staan ontmaskerd te worden, ontsnappen ze naar Moskou. En juist dan valt de verdenking ook op Kim Philby. Hij moet de `derde man' zijn, degene die de andere twee heeft gewaarschuwd.

Aanvankelijk wordt zijn naam door de Britse minister van Buitenlandse Zaken persoonlijk gezuiverd, maar in 1963, na 29 jaar lang voor de Sovjet-Unie te hebben gespioneerd, kan hij de schijn niet langer ophouden. Vanuit Beiroet, waar hij officieel correspondent voor de Britse krant The Observer is, smokkelen de kameraden hem naar Moskou.

De topagent verwacht daar direct aan het werk te kunnen voor de contraspionage, maar stuit in zijn zelfgekozen thuisland op een muur van wantrouwen. De KGB beschouwt de overloper als een te groot risico: wie weet is hij door de Britse geheime dienst gestuurd. De getalenteerde spion krijgt niets te doen en zakt weg in een depressie die hij met whisky en wodka probeert te verdrinken.

En dan ontmoet hij Rufina.

Opgeblazen

Het gebeurde op metrostation Sportivnaja, juli 1970. De Pools-Russische Rufina had kaartjes bemachtigd voor een Amerikaanse ijsshow, waar ze heen wilde met haar vriendin Ida. Hoewel er geheimzinnig over werd gedaan, wist Rufina dat haar vriendin met een buitenlander was getrouwd – in die tijd een schande. Ze begreep min of meer dat Ida's man, George Blake, een overgelopen spion was. Hij en zijn moeder zouden meegaan naar de ijsshow, maar moeder werd ziek. In haar plaats kwam Kim Philby.

,,Doet u uw zonnebril eens af'', was het eerste wat Kim tegen Rufina zei, ,,ik zou graag uw ogen zien.'' Ze deed wat hij vroeg, meer om aardig te zijn dan omdat ze van hem onder de indruk was. Hij was twintig jaar ouder dan zij en ze vond dat hij een kwabbig, opgeblazen gezicht had. ,,Niet bepaald de prins van mijn dromen.''

Maar Kim viel direct voor haar. Hoe ze liep! Meteen vanaf die eerste toevallige ontmoeting ging de KGB navraag naar haar doen. ,,Ik merkte het aan de waarschuwende blikken op mijn werk'', zegt ze. Daar hadden ze naar me geïnformeerd.

Niet veel later vroeg Kim haar ten huwelijk. Rufina probeerde er een grapje van te maken, wat moest ze met zo'n oude man? Om van hem af te zijn vroeg ze bedenktijd.

Rufina Poechova was al 38 en nog altijd ongehuwd. Ze zorgde voor haar zwakke moeder en haar jongere broertje, terwijl er bij haar zelf kanker was geconstateerd – wat later een foutieve diagnose bleek. Haar vermeende ziekte maakte dat het gezin mocht verhuizen van een kamer van twaalf vierkante meter, naar twee kamers die samen 28 vierkante meter groot waren.

Haar vader was gestorven toen ze jong was. Kort na de Tweede Wereldoorlog – Rufina maakte de Duitse bombardementen mee op een datsja buiten de stad – werd hij gearresteerd door de NKVD, de voorloper van de KGB. Zijn fout was dat hij met een Poolse was getrouwd. Hoewel hij al na drie maanden vrijkwam, was hij gebroken, en dat veroorzaakte zijn vroege dood.

Een fan van de KGB kon je Rufina dus niet noemen. ,,Net als iedereen van mijn generatie groeide ik op met een doodsangst voor de geheime dienst'', schrijft ze in haar boek. Het feit dat Kim Philby daarbij hoorde, verontrustte haar.

Toch deed Philby, die al drie huwelijken achter de rug had, zijn reputatie van vrouwenversierder eer aan. Ze ging hem aardig vinden en viel uiteindelijk voor zijn charmante glimlach. Het werd echte liefde. Maar dan wel onder het allesziende oog van de geheime dienst. Begreep ze wat dat betekende?

,,Natuurlijk wist ik dat mijn huwelijk met een KGB'er consequenties zou hebben, ik had alleen niet kunnen voorzien hoe ver dat zou gaan'', zegt ze. Het ruime Philby-appartement ligt in een rustige, doodlopende straat in hartje Moskou. Het lijkt op een museumpje, want sinds Kims dood heeft Rufina weinig aan de inrichting veranderd. De oude radio waarmee hij elke ochtend om 7 uur naar de BBC luisterde, de leunstoel die hij erfde van Cambridge-kameraad Guy Burgess, de gravure die Antony Blunt, ook van de Cambridge Vijf, hem heimelijk toestuurde.

Alleen in Kims werkkamer heeft Rufina iets weggehaald. Naast de rijen boeken waar hij zo trots op was, hangt een pentekening die hij nooit heeft gezien. Op die plek hing tijdens zijn leven het portret van IJzeren Felix, Felix Dzerzjinsky, de oprichter van de geheime dienst van de bolsjewieken. Een held voor KGB'ers, een nachtmerrie voor alle anderen. Met een Brits gevoel voor understatement zegt Rufina: ,,Ik vond het niet erg om dat portret weg te doen.''

De KGB was in het begin niet blij met de impulsieve Rufina. Kim, die dat voorzag, stelde de organisatie voor een voldongen feit: hij kondigde botweg aan dat ze gingen trouwen. Toen Rufina er in slaagde haar man van de drank af te helpen – ze gaf haar baan op zodat hij nooit alleen was met de fles – begon de dienst haar te accepteren.

Dossier

Inmiddels leeft ze bijna dertig jaar onder de KGB-paraplu en profiteert ze van de bijbehorende privileges. Maar het lijkt of ze er nooit aan heeft kunnen wennen. Rufina vertelt over die keer dat er twee jonge KGB-officieren langskwamen om met Kim te toosten op hun geslaagde missie: ze hadden juist Aleksander Solzjenitsyn gedeporteerd naar Duitsland, voorgoed uit zijn geboorteland verbannen. Rufina, die net als veel sovjetburgers de illegale samizdat-boeken las, en soms met dissidenten omging, wilde in woede uitbarsten. Een gealarmeerde blik van haar man hield haar tegen. Hij vreesde voor problemen als Rufina zich te liberaal uitliet, maar voor zichzelf bestelde hij uit het buitenland de boeken van Solzjenitsyn in het Engels. ,,We waren stomverbaasd dat we ze echt kregen'', zegt Rufina. Kim zette ze open en bloot in de boekenkast.

Stukje bij beetje kwam ze erachter wat het werkelijk betekende getrouwd te zijn met een beroemde spion. Op een dag ontmoette ze een onbekende KGB'er, die haar nieuwsgierig bekeek. ,,Ik kende u alleen uit uw dossier'', zei hij ter verklaring. Natuurlijk vermoedde ze dat er een dossier was, maar ze wilde het eigenlijk niet weten. En toen de archieven begin jaren negentig opengingen wilde ze haar eigen dossier beslist niet inzien.

Haar handen trillen. ,,Ik zou er ziek van worden'', zegt ze. Vanwaar dat struisvogelgedrag? Ze wist toch wel dat hun flat al die jaren permanent werd afgeluisterd? Dat er ergens een plank vol dossiers over hun leven samen moest zijn? ,,Ik wist het niet echt'', zegt ze. ,,Al had ik het wel kunnen weten.''

Pas in 1991 viel het niet meer te ontkennen. ,,Wat denk je'', vroeg een gepensioneerde KGB'er haar toen, ,,luisteren ze je nog steeds af?'' Hij onthulde dat ene Vladimir tot het afluisteren had besloten. De Vladimir die ze als vriend beschouwde, en met wie de Philby's eens op vakantie waren geweest. ,,Dat was nog het moeilijkst te verkroppen.''

Rufina had wel gemerkt dat Kim bizarre rechtvaardigingen aanvoerde als zij het regime te fel bekritiseerde. ,,Je praat als het hoofdcommentaar van de Pravda'', wierp ze hem eens voor de voeten. Maar dan wees hij naar een lamp en begreep ze dat er werd meegeluisterd. ,,Ik probeerde het te vergeten'', zegt ze, ,,dat was de enige manier om ermee te leven.'' Maar was dat dan niet vreselijk? ,,Ach, het moest wel'', zegt ze, ,,en er lag per slot van rekening geen man onder ons bed.''

Aanvankelijk tracht Rufina de bemoeienis van de KGB te nuanceren. ,,Er waren ook aardige officieren'', zegt ze dan, ,,en we kregen hulp als dat nodig was.'' Kim had een persoonlijke koerator, zijn contactpersoon binnen de organisatie. Kwamen bijvoorbeeld de kinderen uit zijn tweede huwelijk op bezoek, dan kreeg hij een auto om ze in rond te rijden. Was hij ziek, dan regelde de koerator toegang tot het beste ziekenhuis.

De koerator noteerde echter ook wie er bij de Philby's op bezoek kwam. En als er maar het vaagste teken van onvrede bij Kim te bespeuren viel, dan rapporteerde hij dat direct aan de top. Tot op de dag van zijn dood was de KGB bang dat hij uit de school zou klappen tegen buitenlandse journalisten of dat hij terug zou willen naar Engeland.

Dat wantrouwen tegen overlopers was ook de reden dat Kim de andere Cambridge-spion, Guy Burgess, niet op zijn sterfbed mocht bezoeken, al had Burgess daar speciaal om gevraagd.

Een keer was Kim woedend tegen de koerator uitgevallen. Rufina hoorde in de kamer ernaast hoe hij met zijn vuist op tafel sloeg. De koerator had geprobeerd om hem een antidissidentenverklaring te laten tekenen. Kim Philby, die zijn vaderland had verraden voor het communistisch ideaal, raakte danig gedesillusioneerd door wat hij in de Sovjet-Unie zag. Maar hij had er nu eenmaal op zijn 22ste voor gekozen en hij was er de man niet naar om zijn woord te breken. Hij praatte niet graag over zijn twijfels, behalve soms met bevriende KGB-officieren. ,,Jij bent ook verantwoordelijk'', riep hij eens in een discussie over de verbanning van Solzjenitsyn, ,,en ik ook. We zijn allemaal verantwoordelijk.''

Vaker was Philby het toonbeeld van gehoorzaamheid. In het eerste jaar van hun huwelijk moest hij plotseling de stad uit, omdat de Britse geheime dienst een aanslag op zijn leven zou beramen. Kim geloofde er niets van, maar deed wat er van hem werd gevraagd. Rufina en hij begonnen aan een van hun vele reisjes, waarbij ze geen minuut alleen waren. Waar ze ook aankwamen, per trein, boot of vliegtuig, overal stond er een zwarte Volga met een KGB-delegatie te wachten. Er diende een vol programma te worden afgewerkt, dat meestal bestond uit enorme eet- en drinkgelagen. Iedereen wilde de `trofee van de Koude Oorlog' toedrinken.

Bovendien: op die manier kon de overloper geen rare dingen doen. Want zelfs als er even tijd was voor een wandeling of het kopen van souvenirs, dan kon dat uitsluitend onder KGB-escorte. Om gek van te worden! Geen wonder dat ze liever thuis waren. Hoewel? Ook in Moskou mochten ze eens een vol jaar geen stap zetten zonder `lijfwachten'. Dat leidde soms tot grappige taferelen, waarbij Rufina en Kim zich na lang wachten in een overvolle bus propten, die dan door een halflege auto werd gevolgd. Het echtpaar een lift geven was duidelijk niet de opdracht.

Boven de boekenkast hangt een groot portret van Che Guevara, van het bezoek aan Cuba in 1978. ,,Kim hield helemaal niet van Che'', zegt Rufina, ,,maar dit was een geschenk, en hij stalde nu eenmaal alle cadeaus uit.''

Ze wijst ook op een schilderij met het zicht op Dresden van Canaletto. Ze kregen het cadeau tijdens hun enige bezoek aan Oost-Duitsland in 1981, waar Kim de beruchte Stasi-spymaster Markus Wolf ontmoette. De rendierhuiden boven de bank schonk Michail Ljoebimov, spionnenbaas op de Sovjet-ambassade in Kopenhagen.

Rufina haalt diep adem. De reis naar Cuba was op zichzelf leuk. Ze gingen per vrachtboot, opdat de potentiële overloper Philby geen enkele buitenlandse haven zou aandoen. Maar het Cubaanse klimaat bleek fataal voor Kims gezondheid. Na terugkeer kwakkelde hij, en lag regelmatig in het KGB-ziekenhuis in Moskou. Hij overleed op 11 mei 1988, 76 jaar oud.

Saluutschoten

Rufina was buiten zinnen van verdriet, maar Kims dood werd met net zoveel geheimzinnigheid omgeven als zijn leven. Al was het druk op de begrafenis, de gasten waren louter KGB'ers. De weduwe mocht slechts twee vrienden meenemen en haar familie kwam eerst niet eens voorbij de wachtpost. De meesterspion werd begraven met militaire eer en saluutschoten; de sfeer op het diner na afloop was kil. ,,Geen van Kims collega's belde me in die dagen of kwam langs'', schrijft Rufina in haar boek. ,,Ik vond dat vreemd.''

Wel kreeg ze bezoek van de koerator die haar zakelijk meedeelde hoeveel het weduwepensioen bedroeg. Hij had het lef om te suggereren dat Kims boeken eigenlijk in een museum thuishoorden. Rufina was op haar hoede: ze had direct na zijn dood al Kims persoonlijke papieren verstopt uit vrees voor confiscatie.

Jarenlang was ze te verdrietig om over haar man te praten. Tot ze het boek schreef. Het beeld dat de weduwe daarin schetst van `de grootste verrader aller tijden' is dat van een vriendelijke, zachte man, die oude vrouwtjes hielp met oversteken. Het contrasteert nogal met hoe hij in het Westen wordt gezien: als de gewetenloze Sovjet-spion die tientallen of zelfs honderden agenten de dood in stuurde door zijn verraad. Weet ze dan niet wat hij heeft gedaan?

,,Jawel. Maar de mensen begrijpen hem niet. Je moet zijn daden zien in het licht van die tijd. Zijn keuze voor het communisme was begin jaren dertig niet zo vreemd. Bovendien werd hij gemotiveerd door de strijd tegen het fascisme.'' Kim zelf vond de mensen die hem voor verrader of dubbelagent uitmaakten maar dom: hij was immers juist altijd trouw geweest, maar dan aan de Sovjet-Unie, het land waarvoor hij koos.

Beschouwt Rufina hem als een held?

Ze denkt even na. ,,Ja'', zegt ze, ,,hij was een held. Een held die het niet makkelijk heeft gehad.''

Toen in 1991 de Sovjet-Unie uiteenviel, kreeg Rufina weliswaar haar vrijheid, maar de waarde van haar KGB-pensioen kelderde al snel naar vijf dollar per maand. In 1994 had ze geen keuze meer en gaf ze toe aan Sotheby's die stond te springen om Philby-parafernalia voor haar te veilen. O ironie! De attributen uit het leven van de gezworen communist werden via de meest kapitalistische methode verkocht, en leverden het enorme bedrag van 230.000 dollar op. De grootste opkoper was een anonieme Amerikaan. ,,Van de CIA'', zegt Rufina, ,,zijn naam is geheim.''

Ondanks wat ze heeft meegemaakt is haar houding tegenover de KGB tweeslachtig. Ja, zeker, het was verschrikkelijk. Ze heeft er geen goed woord voor over. Maar toch. Onder haar beste vrienden bevinden zich tegenwoordig topagenten van de geheime dienst. Het zijn ex-leerlingen van Kim, die in de laatste jaren van zijn leven eindelijk zijn kennis mocht overdragen aan een groepje spionnen-in-opleiding.

Haar boek hoefde ze door niemand te laten censureren, maar voor de zekerheid had ze het aan een van die spionnen laten lezen. ,,Ik verwachtte advies om bepaalde passages liever achterwege te laten'', zegt ze, ,,maar tot mijn verbazing had hij geen enkel bezwaar.''

Wat denkt ze, heeft de geheime dienst inmiddels alle belangstelling voor haar verloren? Is het afluisteren en het bijhouden van dossiers echt afgelopen? Ze haalt haar schouders op. ,,Ik denk het wel, al zal ik het nooit zeker weten.''

Ineens lacht ze, alsof ze een verrassing heeft. ,,Maar ik heb nog wel een koerator'', zegt ze bijna triomfantelijk, ,,Die bel ik als ik een taxi nodig heb.''

The Private Life of Kim Philby, The Moscow Years. Door Rufina Philby. Uitgeverij St. Ermin's Press.