Grieken en Turken dichter bij elkaar

Voor het eerst in bijna veertig jaar brengt een Griekse minister van Buitenlandse Zaken een officieel bezoek aan Turkije. Bewijs van de verbeterde verhoudingen tussen beide landen.

Het is een klein verdrag, maar voor veel Turken heeft het grote symbolische betekenis. Toen Yorgos Papandreou, de eerste Griekse minister van Buitenlandse Zaken in 38 jaar die een officieel bezoek brengt aan Turkije, gisteren zijn handtekening zette onder een verdrag om het internationale terrorisme te bestrijden, dachten veel Turken even terug aan februari vorig jaar. Na de arrestatie van de leider van de Koerdische Arbeidspartij (PKK), Abdullah Öcalan werd het immers voor veel Turken zonneklaar dat de toenmalige Griekse regering weinig trek had in de bestrijding van terreur. Öcalan, zo bleek in de weken na zijn arrestatie, had toch wel erg veel steun gehad uit Athene. Hij verbleef in de Griekse ambassade in Kenia en had een Grieks-Cyprisch paspoort op zak. Zelfs verklaarde de PKK-leider dat er opleidingskampen voor zijn strijders waren in Griekenland en dat hij grote financiële steun uit dat land ontving. De handtekening van Papandreou van gisteren betekende daarom voor veel Turken meer dan zomaar een nieuw verdrag: het was een tastbaar bewijs dat Griekenland wil breken met het verleden en streeft naar betere betrekkingen met Ankara.

Paradoxaal genoeg was het de kwestie-Öcalan die beide landen tot het besef bracht dat het anders moest. In Griekenland leidde de gebeurtenissen tot het aftreden van Theodoros Pangalos, de voorganger van Papandreou. Pangalos werd in Turkije universeel gehaat vanwege zijn anti-Turkse populisme. Zo liet de minister zich ooit eens ontvallen dat Turken toch wel veel weg hadden van `dieven, verkrachters en moordenaars'. Na die uitspraken liet de woordvoerder van de minister weten dat Pangalos het allemaal heel anders had bedoeld, maar het kwaad was toen in Turkije al geschied.

Het optreden van Papandreou was na Pangelos voor Turkije een grote verademing. Tijdens een eerder, onofficieel bezoek aan Istanbul onderstreepte de minister dat hij het als zijn levenstaak ziet om Griekenland en Turkije dichter bij elkaar te brengen. Het Turkse publiek geloofde die uitspraken want tijdens de grote aardbeving van augustus had Athene al laten zien dat de Turkse ramp in Griekenland als een bom was ingeslagen: Griekse hulpverleners waren onmiddellijk ter plekke in Turkije en deden hun uiterste best om Turkse levens te redden. Toen vervolgens Athene door een aardbeving werd getroffen, reisden Turkse hulpverleners onmiddellijk naar het getroffen gebied om ook hun goede wil te laten zien.

Vooralsnog is die goede wil voor beide landen beloond in klinkende politieke munt. Nadat Athene zijn veto liet vallen, zette Ankara in december op de Eurotop van Helsinki een eerste stap op weg naar de verwezenlijking van een groot Turks ideaal: lidmaatschap van de Europese Unie. Ook voor Athene was die top een grote stap vooruit. Griekenland wist het imago van zich af te schudden van de megalomane kleine neef die overal op tegen is. Daarnaast wist Athene een belangrijke belofte aan de overige regeringsleiders van de EU te ontfutselen: zelfs als er geen zicht is op hereniging van het verdeelde Cyprus zal de Europese Unie niet schromen om toch toetredingsonderhandelingen te beginnen met de Grieks-Cyprioten.

Toch bleek ook gisteren dat er nog veel water door de Bosporus moet stromen voordat Griekenland en Turkije een min of meer normale verhouding zullen krijgen. Heikele kwesties als de territoriale geschillen in de Egeïsche Zee en de kwestie-Cyprus worden voorlopig vermeden, in de hoop dat de romance tussen beide landen zo zal opbloeien dat zij sterk genoeg wordt om uiteindelijk fikse meningsverschillen te doorstaan.

Hoe gevoelig voor veel Turken de kwestie-Cyprus nog ligt, bleek toen Papandreou enige dagen geleden met het idee kwam om de Europese Unie te vragen de twee gemeenschappen op Cyprus dichter bij elkaar te brengen. Het als creatief bedoelde idee van Papandreou werd door Ankara onmiddellijk afgestraft met een scherpe verklaring: de Europese Unie heeft absoluut niets te zoeken op Cyprus, zo liet Ankara weten. Als de Grieks-Cyprioten erkennen dat er een onafhankelijke Turkse republiek op het eiland is, die gelijkwaardig is aan die van Grieks-Cyprioten, aldus Ankara, kan de kwestie wellicht worden opgelost, maar anders wordt het allemaal erg moeilijk.

Gelouterd door de koele ontvangst van zijn plan voor Cyprus, vermeed Papandreou gisteren al te grote uitspraken. ,,We moeten voorzichtige stappen nemen om er eerst voor te zorgen dat het nieuwe optimisme (over de Grieks-Turkse betrekkingen, red.) vaste voet aan de grond krijgt,'' zei hij voorzichtig. Tot die tijd blijven de moeilijke dossiers op de plank.