De allermooiste vrouw van Hollywood

In alle boeken over de geschiedenis van het taboe staat de foto van een naakte, slanke brunette die uit een meertje aan land stapt. De frontale aanblik van deze waternimf maakte een ster van Hedwig Eva Maria Kiesler, een bankiersdochter uit Wenen, die dezelfde betekenis heeft voor de filmhistorie als Phil Bloom voor de annalen van de Nederlandse televisie: het eerste openbare naakt in een massamedium, buiten het getto van de porno.

De film in kwestie, een Tsjechoslowaakse productie van Gustav Machaty uit 1932, getiteld Extase, zou door het Vaticaan in de ban worden gedaan, terwijl Kieslers eerste van zes echtgenoten, wapenhandelaar Fritz Mandl, vergeefs trachtte alle bestaande kopieën van de film te kopen. Kort nadat de film Amerika had bereikt, kreeg Kiesler een Hollywoodcontract aangeboden van Louis B. Mayer, die haar naam veranderde in Hedy Lamarr, een eerbetoon aan een diva van de stille film, Barbara La Marr.

Gisteren werd in haar huis in Florida het lichaam gevonden van de 86-jarige Lamarr, die al in 1958 afscheid had genomen van de filmwereld en een paar jaar geleden officieel blind werd verklaard. Lamarr ging door voor een van de mooiste vrouwen van Hollywood, en kreeg navenante rollen. Voor een actrice die nog in Berlijn door Max Reinhardt was geregisseerd, had er meer in moeten zitten dan remakes van Ninotchka (Comrade X, 1940) en Pépé le Moko (Algiers, 1938). Haar grootste hit was Samson and Delilah (1949), een bijbelepos van Cecil B. DeMille, waarin Lamarr de titelrol speelde tegenover Victor Mature als Samson.

Ze had in plaats van een surrogaat voor Garbo en Dietrich ook een Ingrid Bergman kunnen worden, maar zag af van de later door Bergman vertolkte rollen in Gaslight en Casablanca. Tot haar meest memorabele films behoren de Steinbeck-verfilming door Victor Fleming uit 1942 Tortilla Flat en Edgar G. Ulmers The Strange Lady (1946). Tijdens en vlak voor de Tweede Wereldoorlog mocht Lamarr zelfs twee keer een zakenvrouw spelen, in Boom Town (Jack Conway, 1940) en H.M. Pulham, Esq. (King Vidor, 1941). De naslagwerken wijzen echter vooral op Lamarrs exotische schoonheid, die nooit meer zo optimaal benut zou worden als in het schandaalwerkje dat haar op de kaart zette.

Minder bekend is het feit dat Lamarr in 1942 samen met de bevriende componist George Antheil een patent deponeerde voor de zogeheten `spread spectrum'-communicatie, een vorm van gecodeerde informatieoverdracht, die nu een bescheiden rol speelt in de mobiele telefonie. Royalties zou Lamarr er nooit voor hebben ontvangen. Ze werd in 1966 en 1991 gearresteerd voor kruimeldiefstal, maar niet veroordeeld.