Leeftijd

Voetbalscheidsrechters zijn zo ijdel dat zij zichzelf als topsporters beschouwen. Zij sukkelen over het veld, stapelen dikwijls fout op fout, laten zich voor kankerjol of nog erger uitschelden en durven nooit een wedstrijd definitief te staken. Maar waag het niet hen aan de kant te schuiven omdat ze te oud zijn om het soms hoge tempo van een wedstrijd bij te benen. De bijna 50-jarige Jaap Uilenberg stapte naar de rechter nadat hij door de KNVB wegens het bereiken van de leeftijdsgrens van de lijst was afgevoerd. Die grens staat op 47 jaar. De arbiter uit Losser had al twee keer een jaar dispensatie gekregen, maar nu leek het voor hem toch de hoogste tijd om het rustiger aan te gaan doen.

Uilenberg piekert daar niet over en spande een kort geding aan tegen de KNVB. Wegens leeftijdsdiscriminatie. Hij kreeg op 26 augustus van het vorig jaar nog nul op het rekest van de Utrechtse rechtbankpresident, maar in hoger beroep was het vorige week bingo. Het Amsterdamse gerechtshof gaf de veteraan gelijk. De leeftijdsgrens van de KNVB kent geen objectieve rechtvaardiging, oordeelde het hof. De voetbalbond had en heeft namelijk genoeg adequate meetinstrumenten om de geschiktheid van een scheidsrechter vast te stellen.

De leden van het gerechtshof veronderstellen waarschijnlijk een keurig vonnis te hebben geveld dat het maatschappelijke gevecht tegen leeftijdsdiscriminatie een nieuwe impuls kan geven. Maar zouden zij ook weten hoe het er in het moderne topvoetbal aan toe gaat? Neen dus. Een man van vijftig jaar of ouder hoort daar niet tussen te lopen. Doodeenvoudig omdat hij de fysieke kwaliteiten mist om negentig minuten lang sprintjes over het hele veld te trekken. Om voortdurend zo dicht mogelijk in de buurt van de bal te zijn en halve, hele of uitgelokte overtredingen scherp te kunnen beoordelen dient hij een super-atleet te zijn of althans een man in de kracht van zijn leven. Eigenlijk getuigt de aanwijzing van iemand van boven de veertig al van lichtvaardig management.

Er met je neus bovenop staan, daar gaat het voor een scheidsrechter om in een tak van sport die zich zo snel heeft ontwikkeld. Hoe vaak gebeurt het niet dat een essentiële beslissing – strafschop of Schwalbe? – van een meter of dertig afstand wordt genomen door een rood aangelopen, naar adem snakkende leidsman? Dat de tv-beelden hem regelmatig voor joker zetten, wordt als een onvermijdelijke en ook wel appetijtelijke bijzaak van het voetbal beschouwd, maar het is in een miljoenenbusiness natuurlijk te gek voor woorden om die toestand te laten voortbestaan.

In plaats van Uilenberg weer op het paard te hijsen had het Amsterdams gerechtshof er dan ook wijzer aan gedaan de volgende voorzet aan de KNVB te geven: ,,Gezien de grote financiële belangen van een voetbalwedstrijd is het noodzakelijk dat een scheidsrechter over minimaal dezelfde condities beschikt als een speler. Daarom zijn de testen die uw commissie de leden van het korps vier keer per jaar laat ondergaan veel en veel te licht. Uw meetinstrumenten zijn aan herziening toe opdat er eindelijk scheidsrechters op de velden verschijnen die fysiek en mentaal op hun zware, welhaast onmenselijke taak enigszins berekend zijn. Topsporters willen wij zien. En wat de heer Uilenberg betreft: hij kan als waarnemer bij het voetbal betrokken blijven. Aan affiniteit en kennis van zaken ontbreekt het hem stellig niet.''

Dat in een aantal andere sporten de leeftijdsgrenzen zijn afgeschaft, is in dit verband nauwelijks relevant. Bij het hockey, dat vier jaar geleden de limiet van 47 jaar afzwoer, staan sinds jaar en dag twee man op het veld die weinig hoeven te lopen, bij het basketbal idem dito en de volleybalscheidsrechter kan, ook als hij ouder is dan 55, rustig vanaf zijn stoel de partij onder controle houden. Het voetbal laat zich daarmee niet vergelijken. Daar draait alles om één spelleider die een gebied van 70 bij 110 meter moet bestrijken. Jammer dat het Amsterdamse gerechtshof die realiteit heeft onderschat.