`De prins kan niet worden weggestopt'

Boersma: `Hij kan op safari!' Den Uyl: `Ik denk van niet'. In de vergaderzaal van het kabinet-Den Uyl ten tijde van een van de zwaarste politieke crises uit de jaren zeventig: de Lockheed-affaire. De `ijskastnotulen' van het kabinet zijn na bijna een kwart eeuw in de openbaarheid.

Het duurt even voordat alle ministers aanwezig zijn op de avond van 20 augustus 1976. Jan Pronk is er, evenals onder meer Wim Duisenberg, Ruud Lubbers, Hans Gruijters en Jaap Boersma. Als ook Dries van Agt om tien voor negen het Catshuis binnenkomt, opent premier Den Uyl de ministerraad.

De ministers van het centrum-linkse kabinet-Den Uyl zijn bijeen voor de politieke afronding van wat de Lockheed-affaire is gaan heten. Ze moeten besluiten welke maatregelen ze nemen tegen prins Bernhard vanwege zijn rol in de affaire.

De Amerikaanse vliegtuigfabriek Lockheed zou in de jaren zestig en zeventig smeergeld hebben betaald aan de prins. De echtgenoot van het staatshoofd zou, in ruil voor 1,1 miljoen dollar, Lockheed hebben geholpen bij de verkoop van vliegtuigen aan de Nederlandse strijdkrachten. Bernhard was inspecteur-generaal der krijgsmacht. De feiten kwamen in februari 1976 naar buiten tijdens openbare verhoren van een onderzoekscommissie van de Amerikaanse Senaat. De affaire zorgde voor grote politieke en maatschappelijke commotie, en leidde bijna tot een constitutionele crisis.

Het is spannend, die twintigste augustus. Het regeringsstandpunt moet een week later aan de Tweede Kamer worden gepresenteerd. ,,Ten paleize leven ideeën over een televisieoptreden door prins Bernhard. Ik [vind dat] niet [goed]'', zal de premier later zeggen. ,,Ik heb aan Zijne Koninklijke Hoogheid gezegd: Hoe kleiner u zich maakt, hoe groter de kans is dat Hare Majesteit kan doorregeren.''

De uitspraak van Den Uyl is terug te vinden in de `Middelburgnotities'. Dit verslag, geschreven in het zwierige handschrift van de secretaris van de ministerraad, J. Middelburg, is geheim. Wegens de politieke gevoeligheid en uit bescherming van het koningshuis. De notities zijn gedetailleerder en openhartiger dan de officiële notulen van ministerraden. Het bijna woordelijke verslag van Middelburg heeft historische waarde. Het laat zien welke opvattingen individuele ministers hadden over de affaire en welke overwegingen een rol speelden in het kabinet.

Tot vandaag de dag liggen de Middelburgnotities achter slot en grendel in het Rijksarchief in Den Haag. Als het aan het ministerie van Algemene Zaken ligt, blijven ze daar. Het ministerie heeft vorig jaar bij het archief een verzoek ingediend om de geheimhoudingstermijn met 25 jaar te verlengen. Het tv-programma Reporter, dat ze eind vorig jaar per abuis even kon inzien, mocht er niet uit citeren. De oud-ministers werden per brief door Algemene Zaken herinnerd aan hun geheimhoudingsplicht. NRC Handelsblad beschikt over een kopie van de notities van Middelburg.

`Avondvergadering half negen' staat boven de eerste pagina in het schrijfblok van secretaris Middelburg. Die middag hebben de ministers het rapport van de Commissie van Drie gelezen. Op verzoek van het kabinet onderzocht deze commissie de juistheid van de beschuldigingen tegen de prins. Voorzitter is Europees rechter mr. A. Donner, de andere leden zijn dr. M. Holtrop, oud-president van De Nederlandsche Bank, en drs. H. Peschar, voorzitter van de Algemene Rekenkamer.

De Commissie van Drie vond geen sluitend bewijs voor de beschuldiging dat Bernhard zelf 1,1 miljoen dollar had ontvangen. Wel werden geldstromen ontdekt, die bij drie personen eindigden: een onbekende die schuilging achter het pseudoniem Victor Baarn, een zekere Fred Meuser (een vriend van Bernhard) en ex-kolonel A.E. Pantchoulidzew (de levensgezel van de moeder van Bernhard).

De woordkeuze van de commissie was desalniettemin hard. De prins had zich ,,lichtvaardig begeven in transacties, die de indruk moesten wekken dat hij gevoelig was voor gunsten''. Hij had zich ,,toegankelijk getoond voor onoirbare verlangens en aanbiedingen'' en zich laten verleiden tot ,,initiatieven die volstrekt onaanvaardbaar waren''. Bovendien trok de commissie verklaringen van Bernhard op onderdelen in twijfel (,,zijn verhaal (...) is te gekunsteld om geloofwaardig geacht te worden''). De prins had ook veel last van een slecht geheugen. Buitengewoon pijnlijk bleek de ontdekking van twee handgeschreven briefjes van de prins waarmee hij het management van Lockheed in 1974 wel om geld vroeg. In ruil daarvoor zou Bernhard zich inspannen om de Koninklijke Marine de Lockheed P-3 Orion te laten kopen.

Huisvriend

Op de avond van 20 augustus 1976 deelt secretaris Middelburg de concepten uit van het standpunt van de regering over de kwestie. Het is voorbereid door vijf ministers van PvdA, KVPen ARP: Den Uyl, Van Agt, Max van der Stoel, Wilhelm de Gaay Fortman en Wim Duisenberg.

Uit het verslag van de vergadering blijkt dat het kabinet niet inhoudelijk over de bevindingen van de Commissie van Drie praat. De bewindslieden hebben wel alle waardering voor het werk van de commissie. In hun oordeel is het meest gebruikte woord `geschokt'. Alleen minister Hans Gruijters, principieel tegenstander van de monarchie, gaat verder. Hij meldt met ,,een gevoel van walging'' het stuk te hebben doorgelezen en zegt: ,,Ik heb er vanmiddag over zitten peinzen. Ik voel me als Nederlander bepaald beschadigd. (...) Ik heb me afgevraagd: zou je de omgang met lieden die dit doen niet moeten beëindigen? Ik voel me door wat hier gebeurd is beledigd. Als ik persoonlijk in het geding was, dan zou ik het voor gezien houden.''

De christen-democratische ministers, hoewel verbijsterd door de inhoud van het rapport van de commissie, reageren ingetogen. Bernhard moet een douw krijgen, maar het uitgangspunt van de regeringsverklaring dient de voortzetting van het koningsschap van Juliana te zijn. Dat moet niet in gevaar worden gebracht door maatregelen van het kabinet waarmee Juliana het niet eens is.

Des te opmerkelijker is de recalcitrante houding van ARP'er Jaap Boersma: ,,Hoe moet dat straks? Ik kan me niet voorstellen dat prins Bernhard bij de opening van de Staten Generaal naast Hare Majesteit zit.'' Den Uyl is daar later in de vergadering helder over. Een verbod om een uniform te dragen is bespreekbaar, maar als de ministerraad zou besluiten tot uitbanning van de prins uit het openbare leven, dan kan Bernhard niet meer als echtgenoot van Juliana functioneren. Dat is ondenkbaar.

Den Uyl: ,,Als voorzitter vind ik dan ook dat hij op Prinsjesdag gewoon aanwezig behoort te zijn.''

Boersma: ,,Hij kan op safari!''

Den Uyl: ,,Ik denk van niet.''

Henk Vredeling: ,,Hij zit er dan zichtbaar zonder uniform.''

Den Uyl: ,,Dat is de consequentie en [dat heb ik] toevallig al met [de] koningin besproken. De prins kan niet worden weggestopt.'' In de notulen is geen bevestiging terug te vinden van de speculaties dat Juliana gedreigd zou hebben met aftreden als haar man strafrechtelijk vervolgd zou worden.

Opofferen

Vredeling is de enige PvdA-minister die in de loop van de vergadering kritische kanttekeningen plaatst. De overige PvdA'ers steunen Den Uyl, en daarmee het koningshuis, onvoorwaardelijk. De minister-president beseft dat een harde, eventueel strafrechtelijke aanpak van Bernhard het constitutionele bestel ernstig beschadigt.

Het zou tevens de val kunnen betekenen van zijn toch al wankele kabinet. Vooral de PvdA, die naar buiten toe kritisch staat tegenover de monarchie, zou er bij vervroegde verkiezingen op worden afgerekend. Ondanks de misstappen van Bernhard kan de monarchie nog op brede steun rekenen van de bevolking.

PvdA-minister Irene Vorrink gaat het verst in haar loyaliteit: ,,Als de vraag aan de orde komt: moet je Hare Majesteit opofferen, dan zeg ik `nee'. Ik hoop en vertrouw dat de koningin dit alles kan accepteren.''

Den Uyl: ,,Ik heb voorspeld dat Jan [Pronk] en jij de meest fervente verdedigers van Hare Majesteit zijn.''

De premier concludeert dat de Commissie van Drie ,,uiterst onafhankelijk gewerkt'' heeft en de ,,situatie pijnlijk duidelijk'' gemaakt heeft. ,,Ik ben dankbaar voor de wijze waarop de Commissie van Drie zijn werk heeft gedaan in deze zaak die mij maandenlang heeft beklemd en dat nog steeds doet. (...) Er ligt een clean, straight, eerlijk en duidelijk rapport op tafel. We hadden het niet beter kunnen treffen.''

Daarna vertelt de premier dat er op 17 juli een confrontatie was tussen de Commissie van Drie en de prins, geëscorteerd door zijn drie raadslieden. Toen zijn de conclusies getrokken. Den Uyl heeft daarna zelf overlegd met koningin Juliana, ook in het bijzijn van advocaten, zegt hij. Den Uyl: ,,Ik merkte, tot voor kort, weinig van ernst bij de prins, Hare Majesteit en het Hof.''

De week daarvoor is het definitieve rapport van de Commissie van Drie overlegd aan Hare Majesteit en de prins-gemaal, meldt Den Uyl. Nadat het paar van vakantie terug is, volgt overleg met Juliana. Kabinet en koningin vormen samen de regering. Ze moeten het dus eens worden over de tekst van de regeringsverklaring. Aan het overleg doet ook de vice-president van de Raad van State mee, dr. M. Ruppert (ARP). Den Uyl: ,,Dat was een voorstel van Hare Majesteit en ik aanvaard er de verantwoordelijkheid voor. Hij is adviseur van de Kroon. Ik vind het verstandig om hem er in te kennen.''

Erkend

In de concept-verklaring die de ministerraad die avond behandelt, is onder punt 10 het volgende zinnetje opgenomen: ,,Dat de prins ernstige fouten heeft gemaakt, heeft hij erkend''. Het is Boersma opgevallen: ,,In het concept staat: `de prins heeft dat erkend'. Is dat ex ante? Uit het rapport van de commissie Donner blijkt dat de prins een gebrekkig geheugen heeft en dan staat hier `de prins heeft dat erkend'?'' Minister Pronk heeft dezelfde vraag voor Den Uyl: ,,Heeft u een vermoeden dat de prins dit zal verklaren?''

De premier geeft toe dat de zin waarin `de prins heeft erkend' staat, nog voorlopig is. Den Uyl: ,,Maar ik hoop [dat hij ermee akkoord gaat]. Dan kan die verklaring worden ingevuld.'' Onderhandelen over de regeringsverklaring wil de premier niet, zegt hij. Ook vice-president Ruppert van de Raad van State vindt de verklaring prima. Dat geeft Den Uyl moed: ,,Niet onderhandelen over dit stuk.''

Bernhard zelf lijkt allerminst geschokt door de bevindingen van de Commissie van Drie. Hij weigert te erkennen dat hij ernstige fouten gemaakt heeft. In de definitieve verklaring, die Den Uyl een week later in de Tweede Kamer aflegt, is de zin waarin hij de ernstige fouten toegeeft geschrapt. Bernhards verklaring, opgenomen in dezelfde regeringsverklaring, gaat niet verder dan het betuigen van ,,oprechte spijt'' en – onder meer – het toegeven niet ,,de nodige zorgvuldigheid'' in acht te hebben genomen.

Krijgsraad

Strafrechtelijk is de zaak bij het begin van de ministerraad al helder. De prins zal niet vervolgd worden, zo staat in de concept-verklaring. De grote meerderheid van de ministerraad is het daarmee eens. En de enkeling die de prins wel wil vervolgen, legt zich erbij neer. Vredeling ziet Bernhard het liefst voor de krijgsraad: ,,We hebben te maken met een officier in werkelijke dienst. Als een gewoon militair dat gedaan zou hebben, zou hij door zijn meerderen naar de krijgsraad zijn verwezen. Maar er zijn in dit geval geen meerderen.''

Den Uyl: ,,Geen probleem want het opperbevel berust bij de Kamer.''

Vredeling: ,,De rechtstaat is in het geding. Als hij weg moet als militair, dan is de vraag of dat eervol moet gebeuren.''

Partijgenoot Pronk daarentegen betwijfelt, als enige minister, of er wel voldoende aanknopingspunten zijn voor een strafrechtelijke vervolging. Pronk: ,,Ik vind: er zijn wel laakbare handelingen geweest, maar kun je aantonen dat het strafrechtelijk is hard te maken? (...) Ik wil niet als Gruijters oordelen. Hij generaliseert te zeer. Het is niet zo dat als een lid van het Koninklijk Huis iets verkeerd doet, de andere leden ook besmet zijn.''

Volgens minister van Justitie Van Agt zijn er wel aanknopingspunten voor een vervolging. ,,Vooral ten aanzien van wat in 1974 [is gebeurd]'', zegt Van Agt. Daarmee doelt hij op de brieven aan Lockheed waarin Bernhard om geld vraagt. ,,De stelling dat ZKH niet strafrechtelijk vervolgd [kan worden] blijkt niet houdbaar.'' In de latere verklaring van de regering op dit punt staat dat er echter geen ,,reële mogelijkheid'' is dat een vervolging ook tot een veroordeling zal leiden. Een deel van de feiten is verjaard en van de overige feiten is het ,,zeer onzeker'' of een onderzoek voldoende bewijsmateriaal oplevert.

Minister Westerterp bespeurt ,,een zweem van klassenjustitie''. Maar de publicatie van het rapport zal voor Bernhard zwaarder zijn dan een strafprocedure, voorspelt hij. Westerterp: ,,Als ik Zijne Koninklijke Hoogheid een beetje ken, dan vindt hij de publicatie erger dan dat de staat een proces gaat voeren''.

Van Agt werpt het verwijt van klassenjustitie ver van zich. De prins wordt niet vervolgd, maar wel getroffen door maatregelen. Van Agt somt op: er is een commissie ingesteld; er is een kritisch rapport dat gepubliceerd wordt en de prins zal moeten terugtreden uit een aantal van zijn functies. (Den Uyl: ,,Hij heeft een kleine duizend bijbanen.'') Van Agt, de maatregelen overziend: ,,Is dat klassenjustitie? Ik geloof het niet. Want terecht: de prins is niet als ieder ander.''

Westerterp stemt in, net als De Gaay Fortman die de bijbel erbij haalt: ,,In dit hele bijzondere geval wordt de ministerraad een oordeel gevraagd over een persoon. Het oordelen over een mens is altijd iets wat aangrijpend is en wordt in de Bergrede omschreven als: met de maat waarmee gij meet, zult gij zelf gemeten worden. De ministerraad moet zich van zijn beperkingen bewust zijn. Vredeling sprak over de krijgsraad. Ik heb al enkele malen gezegd dat niet de rechter moet worden ingeschakeld, maar dat andere wegen gezocht moeten worden.'' De Gaay Fortman concludeert: ,,De prins heeft zich onwaardig gedragen. Ik ben ervan overtuigd dat de koningin het (de regeringsverklaring, red.) zal aanvaarden. Ik voeg toe: de koningin moet het accepteren.''

Erosie staatshoofd

Hoewel strafrechtelijke vervolging zeker niet kansloos zou zijn geweest, sluit het kabinet bij voorbaat uit dat de prins-gemaal vervolgd wordt. Die keuze is gebaseerd op politieke argumenten. Het kabinet voorziet ingrijpende gevolgen voor het constitutionele bestel. De regering zal ernstige schade lijden, houdt Den Uyl de raad voor. Het zal onvermijdelijk zijn weerslag hebben op de positie van de koningin. Of, in de woorden van Van Agt: ,,Door de lange duur van een proces zou de erosie van het staatshoofd doorgaan.'' Dat acht het kabinet een onevenredig en onrechtvaardig gevolg, zegt Den Uyl. Hij krijgt de warme steun van partijgenoot Duisenberg. Ook die vindt dat alle maatregelen tegen Bernhard bekeken moeten worden in het licht van de vraag: wat betekent het voor de rust in Nederland en voor de positie van Hare Majesteit?

Max van der Stoel, ook PvdA, onderschrijft dat de rust in het constitutionele bestel zo snel mogelijk moet terugkeren. Van der Stoel: ,,Dat is een zaak die de regering niet zelf uitmaakt. Dat doet het parlement. Maar zonder steun van het parlement of door het jagen van de media zal de rust niet terugkeren.''

Bernhard is niet de enige die zaken deed met Lockheed in Nederland. In het rapport van de Commissie van Drie wordt de naam genoemd van ir. F. Besançon, tot 1974 directeur van de KLM. Hij zou 25.000 dollar hebben aangenomen. De KLM is eveneens klant van Lockheed. Ruud Lubbers, minister van Economische Zaken, neemt het op voor Besançon. Of de naam niet uit het rapport kan, vraagt hij. ,,Bij mij bestaat grote twijfel of de commissie een sluitend bewijs tegen hem heeft'', zegt Lubbers. Den Uyl doet het niet: ,,Er zijn zekere risico's aan verbonden, maar de regering kan geen jota veranderen aan het rapport van de Commissie van Drie.''

Het rapport bevat ook een andere aanwijzing die wijst op meer contacten van Lockheed in Nederland. De commissie ontdekte twee documenten waaruit blijkt dat Lockheed ook pogingen heeft gedaan bij leden van de Tweede Kamer steun te verkrijgen voor de P-3 Orion. Als de Kamer er later bij de bespreking van het rapport om vraagt, geeft Den Uyl de documenten vrij. KVP'er J. van Elsen en de VVD'er A. Ploeg, respectievelijk voorzitter en lid van de Defensiecommissie, blijken naar de Lockheed-fabrieken gereisd te zijn zonder er melding van te hebben gemaakt. De zaak loopt met een sisser af.

Volgens het geheime verslag van de ministerraad op de twintigste augustus is er echter meer aan de hand. Westerterp meldt: ,,Lockheed heeft getracht ook enkele leden van de Tweede Kamer om te kopen [in verband met aanschaf van de] P-3 Orion. Is zeer recent.''

Den Uyl: ,,Staat... Lockheed heeft ook pogingen gedaan om Kamerleden om te kopen''.

Westerterp: ,,Ik ben geschokt, wat onder dit kabinet in 1974...''

Den Uyl: ,,Dit kabinet ook geen Orions [gekocht].''

Lubbers: ,,Heeft de minister-president tot nu toe verheimelijkt.''

Westerterp, wijzend naar de schrijvende secretaris Middelburg: ,,Wat is de status van deze notulen?''

Den Uyl: ,,IJskastnotulen.''

Het besluit om Bernhard niet te vervolgen betekent tevens dat de beweerde omkoping van KLM-directeur F. Besançon niet strafrechtelijk onderzocht kan worden. De een wel en de ander niet vervolgen in dezelfde affaire zou de discussie over het kabinetsstandpunt alleen maar hebben verhevigd. Om die reden komt er evenmin een diepgaand onderzoek naar de mogelijke omkoping van Kamerleden.

Aan de orde in de ministerraad komt ook de vraag welke documenten openbaar mogen worden en wat ter vertrouwelijke kennisname naar de Kamer dient te gaan. En: of de Kamer iets onthouden moet worden. De kabinetsleden Boersma en Gruijters zijn voor openheid. Ook Pronk geeft er de voorkeur aan te publiceren: ,,Iets achterhouden is kwalijker dan alles publiceren.'' Minister Van Kemenade is het met Pronk eens. En collega Boy Trip wil zéker de brieven van Bernhard uit 1974 gepubliceerd zien. ,,Want die zijn het meest schokkende. Men zal willen weten wat in die brieven staat.'' ,,Publiceren! Is ook ons eigen belang'', zegt Lubbers. De Gaay Fortman en Westerterp willen slechts beperkte openbaarmaking. Een deel van de annexen is volgens hen ,,te vertrouwelijk''.

Den Uyl twijfelt. Hij concludeert dat de verhouding in de ministerraad 50:50 is over wel of niet publiceren van de verhoren van Lockheed. Zelf wil hij wel een deel openbaren. Den Uyl: ,,Ik zal met minister van Defensie...''

Vredeling: ,,Mijn privé-oordeel is: ja.''

Den Uyl: ,,Ja.''

Tijdbommen

Als er gepubliceerd wordt, zijn er ,,twee tijdbommen'' volgens Den Uyl. ,,Namelijk 1960 en 1974. Dit zal velen op het spoor zetten, namelijk wie Victor Baarn is geweest.'' Met `1960' doelt Den Uyl zeer waarschijnlijk op de verklaringen van Lockheed dat in dat jaar met Bernhard was afgesproken dat hij een miljoen dollar zou krijgen. In 1974 trof Bernhard een nieuwe regeling met Lockheed voor een betaling als de Koninklijke Marine de P-3 Orion zou kopen van Lockheed.

Victor Baarn is de schuilnaam van de persoon die in 1968 bij een Zwitserse bank een Lockheed-cheque van honderdduizend dollar, bedoeld voor Bernhard, incasseerde. De krant Het Vrije Volk zou na de presentatie van het rapport van de Commissie van Drie een verklaring van twee functionarissen van Lockheed publiceren. Volgens de twee medewerkers wist het management van Lockheed dat Bernhard schuilging achter het, door hemzelf gekozen, pseudoniem Victor Baarn. Bernhard bewoont paleis Soestdijk, in Baarn.

Den Uyl noemt na `Victor Baarn' ook `F5'. Daarmee doelt hij op de F-5 straaljagers van Lockheed-concurrent Northrop die Nederland in 1966 voor zeshonderd miljoen dollar kocht. In dat verband waarschuwt de premier zijn collega-ministers: ,,Zowel Lockheed als Northrop. In Amerika is in openbare rechtszittingen herhaaldelijk prins Bernhard [genoemd]. Heeft Commissie van Drie niet kunnen opsporen. Dan zal in de Kamer strafrechtelijk [onderzoek] naar niet opgehelderde feiten [worden gevraagd]. Die vraag zal men in Kamer stellen.''

De Commissie van Drie had niet de opdracht om ook de betrekkingen tussen prins Bernhard en vliegtuigfabriek Northrop te onderzoeken. Het Vrije Volk onthulde in 1977 dat premier Den Uyl door de commissie wel in een apart, vertrouwelijk document geïnformeerd was over de relaties tussen de prins en Northrop.

Bernhard was ook in de weer geweest voor dat bedrijf, in België, Nederland en Duitsland. Hij had zelfs Defensieminister Vredeling op Soestdijk ontboden om hem in contact te brengen met Thomas V. Jones, directeur van Northrop. Jones was een vriend van Bernhard.

De onderzoekscommissie van de Amerikaanse Senaat had bovendien ontdekt dat Northrop 750.000 dollar smeergeld had overgemaakt naar tussenpersonen in Europa. Dat bleken dezelfde mensen te zijn als die een rol speelden bij het wegsluizen van het geld dat Lockheed voor prins Bernhard bestemd had.

De Northrop-zaak is in Nederland nooit uitgezocht. Lockheed had de Kroon al doen wankelen, een tweede affaire was hoogst onwenselijk voor het kabinet-Den Uyl. Een nieuwe, langdurige affaire, met nieuwe details over de handel en wandel van de echtgenoot van het staatshoofd, had het land de monarchie kunnen kosten.

De Commissie van Drie gaf in haar eindconclusie – voor de goede lezer – wel een hint dat er meer aan de hand was dan alleen Lockheed: ,,Tenslotte heeft hij (de prins, red.) zich laten verleiden tot het nemen van initiatieven die volstrekt onaanvaardbaar waren en die hem zelf en het Nederlandse aanschaffingsbeleid bij Lockheed – en, zo moet er thans aan worden toegevoegd, ook bij anderen – in een bedenkelijk daglicht moesten stellen.''