goed grenst aan gruwel

Acteur Jeroen Willems geeft vaak gestalte aan verziekte geesten, verrotte mensen. Hij vraagt zich af waarom hij dat doet en of hij dat wel wil.

De ogen van acteur Jeroen Willems zoeken tijdens de voorstelling de rand van de speelvloer op, een onzichtbare plek ergens aan het plafond, een punt ver achter in de zaal dat alleen hij kan zien. Onder zijn donkere pupillen verschijnt dan het witte, halve maantje van het oogwit. De toeschouwers nemen iets leegs in zijn blik waar, of de toneelspeler net even buiten de voorstelling staat. Juist van dat lege in zijn oogopslag, dat ijzig-beschouwende, gaat grote dreiging uit. Alsof de acteur elk moment kan exploderen in een woedeuitbarsting. Slapend dynamiet.

Jeroen Willems (Maastricht, 1962) heeft een wijze van acteren die op bijna nonchalante manier gevaar oproept. Al zwijgt hij, hij trekt de aandacht naar zich toe. Het is of de toeschouwer ervaart dat daar, bij die geheimzinnige acteur, zodadelijk van alles over de schreef gaat.

Bij sommige spelers vertellen de handen het verhaal of soms zelfs hun hele lichaam. Bij Willems zijn het vooral de ogen en zijn vaak wat afwezig klinkende, slepende stem. In 1987 studeerde hij af aan de Maastrichtse Toneelacademie. Sindsdien werkt hij veel samen met regisseur Johan Simons van het Noord-Hollandse gezelschap Hollandia. ,,Het zijn nogal eens verziekte geesten, verrotte mensen die ik speel,'' vertelt hij na de repetitie van het nieuwe stuk met de veelbetekenende titel Bloeddorst. ,,En daar word je niet blij van.''

Bloeddorst is een gruwelkabinet van wreedheden, begeleid door de sacrale, verstilde muziek van Monteverdi. Shakespeare met Macbeth en Vondel met Gijsbrecht zorgen voor de teksten, naast ooggetuigenverslagen uit Sebrenica en zelfs een zeventiende-eeuwse tekst over piraterij. Jeroen Willems en zijn tegenspeler Peter Paul Muller repeteren in de kapel van het rooms-katholieke St. Joseph Gesticht uit 1907 in Zaandam. Een met bloed besmeurd laken hangt tegen de achterwand. Voor de televisie ligt een dode herdershond. Een etalagepop houdt een hakbijl in haar hand. In die sfeer van dood en geweld bereiken regisseur en spelers een klein wonder. Op onverwacht lichte wijze verandert het gevaarlijke in iets ongevaarlijks, een spel waarom je moet lachen.

Willems en Muller spelen twee kinderen die, op weg naar de volwassenheid, elkaar tarten met wreedaardige rollenspelen. ,,Het spookbeeld van mijn brein: een moord te plegen,/ schokt zo mijn menselijkheid, dat al mijn denken/ door dat drogbeeld wordt verstikt,'' zegt Muller uit Macbeth citerend. Willems, zijn tegenspeler, is het slachtoffer. Dood moet hij, doorstoken. Desnoods met zijn kop in een emmer water, het doet er niet toe.

Jeroen Willems laat in volstrekte beheersing, met af en toe opflakkerend oogwit, de teksten over zich heenkomen. Hij gehoorzaamt Mullers grillen alsof het hem niet aangaat. Naderhand, in de serre van het voormalige gesticht met uitzicht op een verwilderde tuin en afgedankte vliegtuigstoelen, denkt Willems hardop na wat deze vorm van toneel, dit grand guignol, betekent. Hij praat aarzelend. Met stiltes. Er zijn veel zinnen die halverwege niet weten waar ze aanvankelijk heen wilden. ,,Ik ben toneel gaan spelen om de betekenis, de klank en muzikaliteit van woorden te proeven. Teksten van schrijvers konden me jaloers maken, zo scherp gedacht vond ik ze. Ik wilde ze zelf uitspreken, want daardoor krijgen ze voor mij een extra betekenis.

,,Toen regisseur Johan Simons Bloeddorst voor het eerst voorlas, hier aan deze tafel, schrok ik ervoor terug. Ik had in De val van de goden naar de film The Damned van Visconti al een diabolische, gedegenereerde nazi uitgebeeld die voor niets terugdeinst. Met Pasolini's stuk Twee Stemmen speelde ik in een monoloog, beurtelings zes verschillende rollen: een staatsman, een grootindustrieel, intellectueel, crimineel enzovoort. Machthebbers. Een van hen laat zich door de duivel verleiden meer roem en geld te vergaren. Hij koopt zijn heiligheid af. Dat klopt natuurlijk niet. Aan het slot versteent deze man, de personificatie van het kwaad. God wijst hem terecht en gooit hem vervolgens in de woestijn. Geleerden vinden de man, onderzoeken de mineralen waaruit hij bestaat. Ze kunnen het goede en kwade, het goddelijke en demonische, dat hij in zich draagt niet van elkaar scheiden. Voor mij schuilt hierin de legitimatie om deze gewelddadige, soms zelfs verschrikkelijke teksten uit te spreken. Goed en kwaad bestaan niet zonder elkaar. In de uitbeelding van het kwaad toon je, als onuitgesproken tegenbeeld, wat goedheid zou kunnen zijn.

,,Mijn tekst in Bloeddorst is ontleend aan een ooggetuigenverslag van de moordpartijen in het voormalige Joegoslavië. Heel terloops, hakkelend als in een kinderspel vol griezelige fantasieën, doe ik het relaas van executies, verkrachting. Ik zeg: `We trekken een stadje binnen. (-) De mannen worden onderhand apart gezet, ingedeeld in groepen van twaalf en afgevoerd, door de maïsvelden, het bos in. Daar staan vrachtwagens. Ik laat ze doodschieten en op een vrachtwagen jonassen. Dan haalt het peloton er nog eens twaalf. Erg snel gaat het zo niet. Als we ze zo allemaal stuk voor stuk afmaken, zijn we met Nieuwjaar nog niet klaar.' Of: `We vinden in een bos een hol, waarin twaalf mannen zitten. Als we ze doodschieten, één voor één, huilt een jongen van zestien: `Waarom? Waarom? Wat heb ik gedaan?' Hij weet het echt niet. Ik krijg medelijden. `Je hoort hier niet, man, dat heb je gedaan.' Hij kijkt me niet begrijpend aan. Nou vraag ik je. Ik help hem uit zijn lijden.'

,,Dit toneel, deze tekst wilde ik helemaal niet spelen. Ik word ervoor betaald, en de oorlog gaat gewoon door. Wat vermag toneel dan? Het is allemaal waar gebeurd, niet eens zo ver bij ons vandaan. Ik moest voor mezelf een goede reden vinden. Ik haal mijn kracht uit mijn ambivalentie. Er heerst, bij iedereen, een fascinatie voor wreedheid. Waarom griezelen kinderen graag? Waar komt dat verlangen in godsnaam vandaan? Ik besef dat we nooit zullen leven in een maatschappij zonder kwaad. Dat is geen cynische houding. De verbeelding van het kwaad in een toneelvoorstelling leert juist dat het kwaad onlosmakelijk met ons en onze samenleving verweven is. Het is onmogelijk, zoals Pasolini zegt in Twee Stemmen, God en de duivel uiteen te halen. Bovendien is mijn vraag: `Hoe principieel kan iemand zijn?' Als ik niet rechts aan een tafel zit, ben ik dan meteen links? En als ik iets opschuif naar het midden, heb ik dan geen recht van spreken meer?

,,Laatst hoorde ik het verhaal van een jonge arts die besloot ondanks zijn status met een Deux Chevaux tussen zijn huis en het ziekenhuis heen en weer te blijven rijden. `Dat gaat je niet lukken,' zei een collega van hem. `Een arts die in een Eendje rijdt, wekt geen vertrouwen. Mensen denken dat hij onderbetaald wordt, en dus een slechte arts is.' Zijn omgeving dwingt hem een andere keuze te maken. Ik geloof dat het onmogelijk is volstrekt zuiver en eenduidig te kiezen. Altijd word je op de een of andere manier gecorrumpeerd, al besef je dat niet.

,,De bijna ziekelijk-verrukte weergave van de gewelddadigheden in Bloeddorst is daar een goed bewijs van. Die beide piraten van drie eeuwen terug zijn aan elkaar overgeleverd. Schipbreuk geleden, aangespoeld op een eiland. De een moet dood opdat de ander kan overleven. Door de afstand in de tijd accepteer je dit lot. De beschrijvingen van geweld en doodslag in Macbeth aanvaarden we dank zij de schoonheid van Shakespeares taal. Het is de poëzie die het gruwelijke dragelijk maakt. Wanneer in Monty Python benen worden afgehakt, hoofden afgeslagen, lachen we erom. We zoeken de humor om ermee te kunnen leven. Maar dan het ooggetuigenverslag uit Joegoslavië. Dat komt dichtbij. Dat maakt het zo verschrikkelijk. En desalniettemin woedt die oorlog nog steeds verder. Het is deze dubbele houding, deze dubbele moraal die mij boeit en tegelijk ook een besef van machteloosheid geeft. Dan twijfel ik, ik aarzel, ja zo...''

Alert

Als acteur zal Willems zich tijdens een voorstelling nooit laten gaan. Hij blijft behoedzaam, alert: ,,Ik houd niet van acteurs die zich door hun spel laten meeslepen, ik vertrouw dat niet. Ooit deed ik een zeer geëmotioneerde Amerikaanse sessie over de dood van mijn vader; hij overleed toen ik vijftien jaar was. Hij regisseerde in Heerlen, waar wij woonden, toneelstukken. Zelf speelde hij vaak de hoofdrol. Op mijn zestiende, zeventiende ging ik aan het toneel, niet welbewust om te voltooien wat mijn vader door zijn dood had achtergelaten. Het ging mij, aanvankelijk, om de teksten. Tijdens die `Emotional Memory Session' moest ik van de docente de grote gevoelens van verdriet om de dood van mijn vader oproepen, en vervolgens een bepaalde tekst uitspreken. Ik deed het, en vond het vreselijk. Toen voelde ik me pas een hoer. Een particuliere ervaring mag het spel nooit overheersen. Ik denk dat je dan het bewustzijn verliest dat theater een vorm is om de toeschouwer een verhaal te vertellen. En dat verhaal moet openheid bezitten, het mag niet dichtgesmeerd zijn. Tijdens het acteren ben ik me bewust van alles: van de toeschouwers, de ruimte, de aandacht in de zaal, mijn medespelers. Ik speel en neem tegelijk waar. Ik acteer en kijk als op afstand naar mezelf. Mijn toverwoord is concentratie.

,,Om een voorbeeld te geven. Voor aanvang van de voorstelling neem ik twee uur voorbereiding. Ik concentreer me nauwgezet. Dat kan een goede maar ook een slechte voorstelling opleveren. In het andere geval heb ik vastgezeten in de file. Vijf minuten voor het begin ren ik de kleedkamer binnen, moet meteen op. Ook die voorstelling kan evengoed lukken als mislukken. Het heeft dus niks met die twee uur of met de file te maken, maar alles met het vermogen tot concentratie.

,,Alles wat gebeurt, is van belang. Ik zie acteurs altijd heel hard werken juist op het ogenblik dat er iets fout gaat. Dan moet alles weer in het gareel. Sinds Leonce en Lena van Büchner bij Hollandia hebben we besloten dat juist die momenten, waarin spel en niet-spel elkaar raken, misschien wel de mooiste zijn van het theater. Het is als de val van de schaatser, de auto van de coureur die uit de bocht vliegt. Die scènes worden eindeloos herhaald, besproken. Dus juist waar het mis ging. Ik acteer op de grens dat het net fout lijkt te gaan, ik speel daarmee. Mij is weleens gezegd dat elke rol die ik speel een `echte Jeroen Willems-rol' is. Ik vind het van belang dat ik er zelf ben op het toneel, dat mijn eigenheid aanwezig is. Een acteur als Jack Nicholson straalt die eigenheid uit. Soms denk ik weleens, `nu, dat weet ik al, doe eens iets anders'. Dat is een onterecht verwijt. Zo acteert hij. Dat is zijn persoonlijkheid.''

Van Nelle

Het toneel van Hollandia daagt de toeschouwer uit; zoveel kwaad, zoveel ellende en soms zelfs een bepaalde vorm van rituele heiliging van dat kwaad. Tijdens de laatste uitvoering van De val van de goden in de voormalige Van Nelle Fabriek in Rotterdam werd het een bezoeker teveel. Hij was van oordeel dat jonge mensen die de oorlog niet hadden meegemaakt, en van niets wisten, niet in een stuk mochten staan over de oorlog. De confrontatie ging te ver.

,,Als een acteur alleen over onderwerpen mag spreken, die hijzelf heeft meegemaakt, dan is het gros van de voorstellingen niet mogelijk,'' zegt Jeroen Willems over dit voorval. ,,Een acteur heeft wel degelijk recht van spreken. Maar hij moet altijd beseffen dat het toneel is, dat het tijdens de voorstelling gaat om een spel van de verbeelding. Bovendien, al vertolken wij het kwaad van de Tweede Wereldoorlog, wij zijn het niet. Van die afspraak moet elke bezoeker zich bewust zijn. Maar ik weet hoe moeilijk het is, omdat onze voorstellingen heel dichtbij komen. Dat heeft ook te maken met de locaties waar wij spelen. Leegstaande fabriekshallen, autosloperijen, zelfs een bunker. Die gebouwen hebben een eigen betekenis. De beladenheid van Hollandia-voorstellingen is ook voor mij zwaar. Ik verlang er weleens naar om een niks-aan-de-hand rol te spelen. Maar kan dat wel? Misschien heb ik al te veel slechteriken gespeeld om opeens te doen alsof er geen vuiltje aan de lucht is.''

`Bloeddorst' van Hollandia is vanaf 19/1 te zien in de Rotterdamse Schouwburg. Première 21/1. Regie: Johan Simons. Inl.: 010-4118119. Tournee t/m 26/2. Inl. Hollandia 075-612755.