Champions League kost Dynamo geld

Ook het volleybal heeft een Champions League. Nederlands kampioen Piet Zoomers Dynamo verloor gisteravond zijn eerste duel met 3-1 van favoriet Friedrichshafen.

De Champions League van het voetbal kent eigenlijk geen verliezers. Elke deelnemer verdient miljoenen. Voor Dynamo, de Nederlandse vertegenwoordiger in het volleybal, moet er alleen maar geld bij. Het Europese avontuur zal de Apeldoornse club dit seizoen zo'n 150.000 gulden extra kosten en dat is voor deze tak van sport veel geld.

Apeldoorn is niet bepaald uitgelopen voor het begin van de Champions League. Aan de zijkanten van het veld in de kleine Dynamo-hal zijn extra tribunes neergezet, maar die zitten bij lange na niet vol. Mede omdat ook clubleden – in tegenstelling tot bij wedstrijden in de eredivisie – entree betalen. Niet meer dan zo'n duizend toeschouwers zijn er komen opdagen.

Toch wil Dynamo naar een grotere accommodatie verhuizen. In Apeldoorn zijn vergevorderde plannen voor een omni-sportcentrum, met een overdekte atletiekbaan, wielerbaan en een volleybalhal met 4.000 zitplaatsen. Alleen dan kunnen we een echte Europese topclub worden, beweren de volleyballers. Nu worden de leden van de businessclub in een noodgebouwtje naast de zaal ontvangen en is het daar na afloop niet te harden door de rook.

Dynamo, in de afgelopen tien jaar acht keer landskampioen, heeft een begroting van 1,2 miljoen gulden. Dat moet volgens voorzitter Reinier van Dijk minstens 2,5 miljoen worden om mee te kunnen draaien in de Europese top. Het Duitse Friedrichshafen, de eerste opponent in deze Champions League, heeft een dergelijk budget. De ploeg werd vorig jaar dan ook derde van Europa.

Het eerste duel van Dynamo komt uitgebreid op de Nederlandse televisie. Daarom spreekt Van Dijk vooraf de angst uit dat Friedrichshafen te sterk zal zijn en het een ongelijke en dus oninteressante strijd gaat worden. Het pakt anders uit. Na een oponthoud van ruim een kwartier – een deel van het licht in de zaal valt uit – geeft Dynamo verdienstelijk partij. De ploeg toont inzet en doorzettingsvermogen. En dat is in Apeldoorn weleens anders geweest. Twee jaar eerder liet Dynamo zich in de openingswedstrijd van de Champions League wegspelen door het Franse PUC en ontstond naderhand ruzie in de Nederlandse kleedkamer.

Deze keer komt het verschil in kwaliteit in de eerste en tweede set pas in de laatste punten tot uiting. Friedrichshafen wint met 26-24 en 25-22. De derde set gaat tot grote vreugde van de supporters zelfs naar de thuisploeg (25-23). Even hangt dan een verrassing in de lucht. Dynamo komt in de vierde set tot 22-22 terug, maar verliest toch met 25-22. Als beloning krijgen de spelers applaus van hun coach Appie Krijnsen. ,,Er had zelfs meer ingezeten'', vindt de voorzitter na afloop. Hij had, bekent Van Dijk, graag Ronald Zoodsma eerder in het veld gezien. De oud-international wordt pas halverwege de tweede set voor het eerst ingezet. In de derde set komt Zoodsma weer niet in actie, omdat Krijnsen een fout maakt met zijn opstellingsbriefje.

Bij Dynamo vallen deze avond twee spelers nadrukkelijk uit de toon. Aanvaller Sander Mulder, deelnemer aan het olympisch beachvolleybal in 1996, komt niet door het Duitse blok en Justin Sombroek schiet zelfs op alle fronten tekort. Sombroek is international, maar dat is hem niet aan te zien. Mogelijk heeft hij nog last van vermoeidheid van het toernooi met Oranje in Polen, waarvan hij pas maandagavond terugkeerde. ,,Toen hij wegging, was hij nog top'', constateert Paul van Sliedrecht, technisch directeur bij Dynamo.

Bij Dynamo hebben ze het niet op het Nederlandse team. De trips van Oranje verstoren vaak de plannen van de club. Van Sliedrecht bekent in zijn column in het Dynamo-magazine dat hij soms verlangt naar een situatie als met de Belgische kampioen Maaseik. ,,De club is daar belangrijker dan het nationale team.'' Van Sliedrecht vindt het ook onzin om talentvolle spelers van Dynamo tijdens het clubseizoen vrij te geven voor centrale trainingen. ,,Wat willen ze daarmee nog toevoegen? Als je als club nou drie keer per week traint, maar die tijd is geweest. Wij trainen acht keer per week.''

In de Champions League moet Dynamo aantonen op de goede weg te zijn. De club speelt met zeven andere ploegen in de poule. Na een halve competitie – voor Dynamo vier keer thuis en drie keer uit – gaan de nummers een en twee naar het weekeinde van de Final Four. Friedrichshafen en titelhouder Treviso uit Italië zijn de grote favorieten. Voor Dynamo is het van groot belang om derde of vierde te worden. Daarmee zou de ploeg zich plaatsen voor de nieuwe competitie, de Grand Champions Cup, waarmee de Europese volleybalfederatie CEV volgend jaar wil starten. Het is een meer professionele opzet als de Champions League. ,,En daarin valt wel wat te verdienen'', weet Dynamo-voorzitter Van Dijk.