Op Elba kun je heerlijk eten

Napoleon werd geboren op Corsica en verbannen naar Elba. Een rondreis langs de Napoleon-huizen in het Middellandse-Zeegebied.

In het geboortehuis van Napoleon in Ajaccio op het eiland Corsica staat op de schoorsteen een klok. De wijzers zijn in de loop der tijden verdwenen, maar het koperen ruiterstandbeeldje dat het uurwerk siert, staat nog fier overeind. Het is een van de producten van de Napoleon-industrie, die tot diep in de 19de eeuw heel Europa ook voorzag van Napoleon-koekblikken, -serviezen en -borstbeelden. In Frankrijk, en ook daarbuiten, bleef het materiële aandenken aan de Keizer van Europa een populair verschijnsel.

Niet ver van Corsica, op het eiland Elba, staan maar liefst twee Napoleon-huizen. Net zo'n klok staat op de schoorsteen van Napoleons zomerverblijf. Met wijzers deze keer. Corsica, dat tot Frankrijk behoort, en Elba, dat Italiaans is, liggen in de Middellandse Zee dichtbij elkaar: staande op de een, kun je de andere zien liggen. Maar een directe bootverbinding is er niet tussen deze eilanden, waar de Napoleon-huizen zo'n beetje de enige historische bezienswaardigheden zijn. Slechts in het hoogseizoen vaart er van Bastia op Corsica een veerboot naar de Italiaanse havenstad Piombino, vanwaar dan weer veren naar Elba vertrekken.

De kleine rondreis langs Napoleon-huizen in het Middellandse-Zeegebied die ik onderneem, is duidelijk geen gebruikelijk toeristisch parcours. En de Napoleon-industrie bestaat nog wel, maar is er niet op vooruitgegaan. Het aanbod blijft beperkt tot borstbeeldjes of asbakken. Vooral het op Elba verkochte aardewerk maakt een heel onwaarschijnlijke indruk: een slanke Napoleon die de indruk wekt van hedendaagse carabinieri.

Dan zijn de afbeeldingen op de Corsicaanse souvenirs geloofwaardiger: een korte, gedrongen man met buikje, die nooit lacht. Een blik op de hedendaagse voorbijgangers op Corsica wekt de indruk dat dit beeld wel eens zou kunnen kloppen. Menige lokale voorbijganger heeft die korte, gedrongen gestalte. En ook die blik, een zekere stuursheid uitstralend: noli me tangere.

Het bezoek aan Napoleons geboortehuis op Corsica valt tegen. Het pand in de oude binnenstad van Ajaccio bevat nauwelijks iets van belang: lelijk meubilair uit later tijden, vitrines met fotokopieën van documenten – een brief van Napoleons vader, de voorpagina van Napoleons eigen Histoire de Corse – die elders in een archief liggen. Aan de muur slechte kopieën van schilderijen.

Is er überhaupt wel aanleiding tot een bedevaart naar de Napoleon-huizen, vraag ik me na het bezoek af, gezeten op het terras Le consul – een verwijzing naar de benoeming van de gevierde veldheer Napoleon tot Eerste Consul in 1799. De kroning tot keizer zou pas in 1804 volgen. In heel Corsica wemelt het van cafés en hotels met namen die herinneren aan Napoleon: Bar l'Empéreur, Hotel Bonaparte, Restaurant l'Empire. Dat Corsicanen de herinnering aan hem levend houden, is te begrijpen. Maar is voor een Nederlander Napoleon een bedevaart waard?

Het ligt voor de hand hem te beschouwen als een voorloper van de Europese eenheid. Napoleons rijk en invloedssfeer omvatten op hun hoogtepunt zowat heel Europa, met uitzondering van Groot-Brittannië, Sardinië en Sicilië. In zekere zin is hier om de hoek zelfs het geboortehuis van ónze keizer, want in 1810 werd het Koninkrijk Holland ingelijfd bij Frankrijk.

Dat rijk is vooral met het zwaard tot stand gebracht, en dat maakt het in onze hedendaagse ogen verdacht. Niet bij toeval dateren de twee belangrijkste Nederlandse boeken over Napoleon – Napoleon van Jacques Presser uit 1940 en Napoleon voor en tegen van Pieter Geyl uit 1946, van omstreeks de Tweede Wereldoorlog. Beide auteurs maken een vergelijking met Hitler, die andere rijksbouwer. Toch constateren ze beiden ook dat hun vergelijking mank gaat: Napoleon verspreidde ondanks alles de beginselen van de Franse Revolutie in Europa, en die worden door fatsoenlijke mensen nog steeds gewaardeerd. De eenheidsstaat, de gelijkheid voor de wet van alle burgers, de scheiding van kerk en staat en het Burgerlijk Wetboek zijn blijvertjes gebleken.

Een overeenkomst met de Europese Unie van nu is dat de praktijk van Napoleons rijk voor een belangrijk deel bestond uit de handhaving van de externe douanegrens. Nederland werd overspoeld door Franse douaniers die het zogeheten Continentaal Stelsel moesten doorvoeren. Economisch verkeer met Engeland was verboden. Die blokkade werd destijds in Holland gezien als het belangrijkste bezwaar tegen de Franse invloed, want wij zagen meer in vrijhandel en internationaal verkeer. Maar verder waren het gezegende tijden, waarin begrippen als landverraad of `vreemd juk' niet veel harten sneller deden kloppen. Er volgde dan ook geen Bijltjesdag na de Franse aftocht in 1813 en de Nederlandse staat die toen ontstond had meer weg van die in de Franse tijd, dan de Republiek van vóór 1795.

Merkwaardig genoeg lijkt de moderne rechtsstaat te zijn voorbijgegaan aan Napoleons geboorte-eiland. Weliswaar staat er ,,voor de rechtsstaat'', op een spandoek van circa vijfhonderd betogers, die op het Espace Diamant in Ajaccio luisteren naar Corsicaanse liederen, afgewisseld door sprekers die een dreigende toon aanslaan, uit de toespraken blijkt dat de hier verzamelden onder `rechtsstaat' toch vooral hun eigen recht verstaan. De Franse staat moet niet denken dat hij de meningsverschillen onder Corsicaanse nationalisten kan uitbuiten! De strenge controles van de Franse inkomstenbelasting vormen een nieuwe aanslag op de Corsicaanse identiteit! Corsicaans moet verplicht worden gesteld in het onderwijs!

Dertien in getal zijn de hier op een zonnige zaterdagmiddag bijeengekomen Corsicaanse nationalistische groeperingen, en er zijn er nog meer. Dit alles op een eilandbevolking van ongeveer 250.000 zielen. Sommige groeperingen zijn geheime legertjes, voortgekomen uit het in de jaren zeventig opgerichte FLNC (Front pour la libération de la Corse), maar inmiddels in rivaliserende bendes uiteengevallen. Hun strijd voor onafhankelijkheid gaat al jarenlang moeiteloos over in afpersing en geweld.

Vrijwel geen nacht gaat voorbij op Corsica, zonder dat ergens een bom ontploft – voor de deur van een Franse overheidsinstelling meestal, en anders bij huizen of bedrijven van niet-Corsicanen. Afgezien van een enkele klapper – de moord op de Franse prefect in 1997 bijvoorbeeld – wordt het meest gemoord tussen de bendeleden onderling. Dus daar hoef je je als toerist geen zorgen over te maken. Er zijn wel opvallend weinig bankautomaten, vooral in kleinere plaatsen, want geldtransport is gevaarlijker dan elders. Van harte moet worden afgeraden op Corsica als buitenlander een huis te kopen of een bedrijf te beginnen: óf je betaalt je blauw aan beschermingspenningen, óf je gaat de lucht in.

De gevolgen zijn over het hele eiland duidelijk: de grote vakantiecomplexen en hotels die elders menige Middellandse-Zeekust verpesten, ontbreken vrijwel volledig. Toerisme is vooral een zaak van kleine hotelletjes, campings en dergelijke, in een vaak spectaculaire natuur die relatief ongerept is gebleven. Goedkoop is het er niet, op een eiland waar bijna alles moet worden aangevoerd lopen de prijzen aardig op en ook de hotels zijn meer op gefortuneerden gericht.

Eigenlijk is dit eiland een stukje Balkan. Je merkt het bij de eerste kop koffie die je bestelt. De gemoedelijkheid van Zuid-Frankrijk ontbreekt hier volledig: je wordt geduld. Wie eenmaal een café heeft gevonden om koffie te drinken, doet er goed aan om dat niet later tijdens zijn verblijf voor een ander te verruilen. Zoiets zet al gauw kwaad bloed, en wekt ten minste argwaan. Elke ochtend kun je, aan diezelfde koffie, in de plaatselijke krant Corse Matin nalezen wie er gisteren weer is vermoord en welke huizen – meestal van Fransen van het continent of buitenlanders – nu weer door een bom zijn opgeblazen.

Voor die moorden hoef je als buitenlander niet al te bevreesd te zijn. Meestal gaat het immers om vergeldingen binnen plaatselijke milieus. De bloedwraak is op Corsica moeilijk uitroeibaar. Het plaatselijk dagblad, de Corse Matin, durft er niet onbevangen over te berichten en beperkt zich tot het letterlijk afdrukken van communiqués, gesteld in een houten jargon dat doet denken aan de Rode brigades.

Corsica is daardoor een van de meer archaïsche streken van Europa, maar in zekere zin ook een idylle. Dat was al zo in de 18de eeuw. Jean-Jacques Rousseau, filosoof van de Verlichting en bedenker van de `edele wilde', opperde dat als er ergens in Europa de ideale democratie kon worden gevestigd, dit vermoedelijk op dit door noeste primitieven bewoonde eiland was. Deze gedachten vormden mede de voedingsbodem tot een aantal opstanden onder Corsicanen tegen elke vorm van hoger gezag. Eerst vanaf 1730 tegen het Genuees gezag, en nadat Genua het eiland met een zucht van verlichting had weten te verkopen aan de Franse koning Lodewijk XV ook tegen de Fransen.

Wat de gids in het geboortehuis van Napoleon vermijdt te vertellen – het betreft hier een officieel museum van de Franse staat waar op Corsicaanse neigingen tot separatisme niet de nadruk wordt gelegd – is dat de familie Bonaparte het huis in 1793 overhaast moest verlaten, waarna het door politieke vijanden werd geplunderd. De familie Bonaparte stond namelijk bekend als Fransgezind. Pas in 1797, toen de troebelen wat bedaard waren, kon de familie Bonaparte het huis weer betrekken.

Napoleon Bonaparte heeft het na 1793 nog maar één keer bezocht, in 1799 op de terugweg van zijn campagne in Egypte, op weg naar Parijs om daar het politiek leiderschap van Frankrijk op zich te nemen. Daarna heeft hij zich op Corsica nooit meer laten zien: niemand is profeet in eigen land. De bijnaam `de Corsicaan' heeft Napoleon zijn leven lang achtervolgd, en niet in gunstige zin. Het eiland gold als de bakermat van clanbewustzijn, bloedwraak en rebellie – allemaal verschijnselen waarmee de beschaafde wereld zich liever niet inlaat.

Na de loodzware atmosfeer van Corsica is de aankomst op het kleine Elba bijna een opluchting: gewoon een onbenullig Italiaans vakantie-eilandje, waar iedereen vriendelijk is en waar het wemelt van de badgasten. De meesten van hen zijn Italianen, wat voor- en nadelen heeft: heel veel lawaai op de overvolle stranden, en overal lekker eten voor weinig geld. Het is weinig waarschijnlijk dat u en ik de naam van dit Toscaanse eiland zouden kennen, als Napoleon er niet tien maanden had gewoond.

Niemand heeft het hier over onafhankelijkheid, maar toch is Elba ooit wél een zelfstandig vorstendommetje geweest. Het behoorde tot het Oostenrijkse Rijk, toen Napoleon er op 4 mei 1814 voet aan wal zette. Zijn verblijf was bedoeld als een ballingschap: de anti-Franse coalitie had de keizer-veldheer van Europa na de mislukte veldtocht in Rusland ten slotte toch klein gekregen.

Napoleon zat op Elba niet gevangen, zoals later op St. Helena. De Oostenrijkse keizer die aan Napoleon zijn dochter Maria-Louise had uitgehuwelijkt in een tijd dat de Franse hegemonie voor altijd leek, schonk Napoleon de soevereiniteit over het eilandje, in de hoop dat de keizer de rest zijner dagen als vorst van een dwergstaatje zou willen slijten.

Dit bleek een ernstige misrekening, want de nieuwe soeverein van Elba onderhield vanuit de hoofdstad, Portoferraio, talrijke militaire en politieke contacten en op 26 februari 1815 zette hij al weer koers naar Frankrijk voor een come back als keizer van Frankrijk. Die vond, zoals bekend, een paar maanden later een roemloos einde op het slagveld van Waterloo.

Tijdens zijn korte heerschappij over Elba, dat 12.000 zielen telde, legde Napoleon een ongelofelijke ondernemingslust aan de dag: de al uit de Etruskische tijd daterende ijzermijnen werden gemoderniseerd, er zijn twee forten gebouwd en er werd een staand leger georganiseerd. De dorpse havenstad Portoferraio veranderde in een minimetropool met pleinen, en overal op het eiland verrezen fonteinen en bruggen.

Het meest indrukwekkend zijn twee, tot op de huidige dag bewaard gebleven paleizen: een winterverblijf in Portoferraio, en een zomerhuis nabij het dorp San Martino. In beide werd de schijn van een hofleven opgehouden, met ontvangsten, diners en bals. Bij ontstentenis van een keizerin werden de honneurs waargenomen door Napoleons moeder (eerbiedig madame mère genoemd), of diens zusje Pauline.

De paleizen zijn klein maar tegelijkertijd groots van opzet – duidelijk het werk van een man die vastbesloten was zich niet klein te laten krijgen. Het winterverblijf bevat bijvoorbeeld een fraaie bibliotheek, een paar duizend ingebonden werken met een gouden letter `N' op de rug. Rousseau en Voltaire ontbreken niet, naast het Franse staatsblad sedert 1789.

Het mooist is het zomerverblijf, dat ontegenzeglijk grandeur ademt. Zeer ten onrechte is het in later tijden aan het zicht onttrokken door een protserige galerij, aangelegd door een negentiende-eeuwse, Russische bewonderaar van Napoleon. Hoogtepunt is de eetzaal in Egyptische stijl, vol geschilderde hiërogliefen aan de muren. Midden in het vertrek bevindt zich een in de vloer verzonken badkuip. In gedachten zie ik de keizer daarin poedelen met Maria Walewska, zijn Poolse geliefde van vroeger die hem op Elba kwam bezoeken, met hun beider kind. Er was veel gebeurd, sinds de strenge burgermanswoning in Ajaccio.

De emotionele sleutel tot deze villa rustique bevindt zich op het plafond van de vergaderzaal. Twee geschilderde duifjes een lang lint in hun snavel houdend – symbolisch voorstellend de liefde tussen Napoleon en Maria-Louise, door het wrede lot gescheiden maar toch in liefde verbonden. Maar Napoleon wachtte op Elba vergeefs op Maria-Louise, die na zijn nederlaag naar Wenen was teruggegaan en in de armen van ene graaf Neipperg gevallen.

Naast de staatsrechtelijke betekenis is het misschien vooral dit kennelijke hedonisme en de romantiek die het grote verschil uitmaken met Hitler. Pieter Geyl schreef in 1946 in Napoleon voor en tegen dat de geleidelijke rehabilitatie van Napoleon aangaf dat mettertijd ook over Hitler genuanceerder zou worden gedacht. Dat is gelukkig niet uitgekomen: niemand glimlacht bij de gedachte van Eva Braun in de armen van de Führer. Dat blijft gewoon een gruwelijk sprookje.