Het nieuwe Duitsland

Aan weerskanten van de vroegere Duits-Duitse grens hebben tientallen jaren lang brede stroken overwegend agrarische gebieden in een achterstandssituatie verkeerd. De West-Duitse regering probeerde daaraan zonder veel succes wat te doen met subsidies. Het DDR-regime had minder bezwaar tegen de leegte langs de grens met de rijke en ook ideologisch gevaarlijke Bondsrepubliek. Zo bleef een brede, min of meer spontaan gegroeide demarcatielijn in stand van arme, oude dorpjes, smalle wegen en verstilde landschappen tussen Oost en West.

Tien jaar na de Wende in de DDR en het besluit van haar eerste democratisch gekozen Volkskammer toe te treden tot de Bondsrepubliek, hebben Petra Lataster-Czisch, zelf in de DDR geboren, en Peter Lataster een documentaire gemaakt over een jaar in het leven van de bewoners van zo'n Oost-Duits dorpje. Zij kozen daarvoor Gross Lüben, vlakbij de Elbe, enkele tientallen kilometers noordwestelijk van Berlijn, wat goed te horen is (Kanns de net kiecken?).

De documentaire De Tijd de Stroom is een kroniek van vier seizoenen. Morgen zendt de Humanistische Omroep het eerste deel (Winter en Lente) uit, volgende week woensdag het tweede (Zomer en Herfst) over het trage leven in een kleine gemeenschap. Leven dat op het eerst gezicht tijdloos lijkt als het prachtige landschap met zijn nu eens lage grijze wolken dan weer hoge stralende luchten waaronder zelfs gelige oude boerderijen iets moois worden.

Maar zó tijdloos zijn de bewoners en hun familiegeschiedenissen zelf helemaal niet. Zij leefden immers Duitse levens in de twintigste eeuw. Dat van een oude weduwe bijvoorbeeld, wier man bij de Waffen SS was en met wie het daarna als boer in de DDR dus niet goed zou gaan.

Op de eerste onteigeningsgolf, die de Sovjet-Unie organiseerde (de Bodenreform van '46-'47), zouden er meer volgen in de DDR (Junkerland in Bauernhand). Die golven hadden ook een ideologische functie, de eerste tegen mensen van wie met meer of minder recht werd gezegd dat zij oud-nazi waren, de latere tegen anticommunisten of mensen die daarvoor wegens hun bezit konden doorgaan. Erich Loesch, een Oost-Duitse dissidente auteur, zou er later zijn navrante Durch die Erde ein Riss over schrijven.

De zoon van die weduwe heeft in 1968 in het café iets kritisch gezegd over de inval in Tsjechoslowakije door Warschaupact-troepen. Hij moest daarvoor twee jaar gevangen zitten en weigerde zich door de Stasi te laten werven. Sindsdien is zijn leven verwoest en drinkt hij zich naar het einde. Zijn zuster is ooit gevlucht naar het Westen en vertelt, op bezoek in Gross Lüben, hoe zij als vijftienjarige meemaakte dat haar vader werd gearresteerd ,,en alles ons werd afgenomen''. De oud-burgemeester en haar man, nog steeds treurig over het verdwijnen van de DDR, breken daarentegen de staf over weergekeerde vluchters van vroeger. In die gesprekken trekt Duitsland tussen 1933 en 1990 als vanzelf ook langs.

Een jong echtpaar heeft het anders aangepakt. Zij heeft zich laten omscholen van landbouwkundig ingenieur tot fysiotherapeut, hij is in verzekeringen gaan doen. Zij hebben niets meer met Hitler, Stalin, Honecker of de gebleven kleine agrarische armoe van hun ouders te maken. Hij spreekt als het ware namens een `nieuw' Duitsland en de vooruitgang en legt lachend uit dat hij zich wel prima voelt met ,,BMW, Mallorca en Coca Cola''. Zo blijft ook het slot nog triestig.

De Tijd Stroomt (Winter en Lente), woensdag, Ned.1, 22.30-23.33u.