SNEEUWDUINEN OP DE ZUIDPOOL BLIJKEN ONBEWEEGLIJK TE ZIJN

De gigantische sneeuwduinen op Antarctica bewegen niet. Dit ontdekten onlangs twee Amerikaanse geofysici. Mark Fahnestock (van de Universiteit van Maryland) en Ted Scambos (Universiteit van Colorado) vergeleken onlangs vrijgegeven opnamen van spionagesatellieten uit de jaren zestig met recente satellietopnamen van de US National Oceanic and Atmospheric Administration. De sneeuwduinen nemen nu exact dezelfde positie in als in 1963. Ze deden verslag van hun onderzoek op een bijeenkomst van de American Geophysical Union, medio december in San Francisco.

De sneeuwduinen van Antartica zijn pas in 1997 ontdekt, ook op satellietfoto's. Door onderzoekers ter plaatse zijn ze nooit als zodanig herkend. Aangenomen werd dat ze ontstaan door accumulatie van stuifsneeuw onder invloed van de wind. De duinen hebben wel merkwaardige afmetingen: ze kunnen tot honderd kilometer lang worden, terwijl ze toch maar enkele meters hoog zijn. Ze liggen vaak evenwijdig aan elkaar gerangschikt op een onderlinge afstand van 1 tot 2 km en kunnen zo duinenvelden vormen van vele duizenden vierkante kilometers.

Behalve in hun relatief geringe hoogte, doen de lange sneeuwduinen sterk denken aan de ook soms honderden kilometers lange lengteduinen in zandwoestijnen. Daar wordt het zand door de wind tot vergelijkbare ruggen getransformeerd, maar die duinen veranderen, zij het langzaam, voortdurend van positie. De sneeuwduinen op Antarctica lijken echter vastgevroren. Dit betekent dat ze een andere ontstaanswijze moeten hebben dan woestijnduinen; de wind op Antarctica is namelijk sterk en waait vrijwel constant. Als de sneeuwduinen zich onder invloed van die wind zouden vormen, dan zouden ze zich ook bij voortgaande wind langzaam moeten verplaatsen.

Over de processen die verantwoordelijk zouden kunnen zijn voor de genese van deze duinen, lieten de onderzoekers zich niet uit. Daarvoor moeten de sneeuwduinen eerst zelf nauwkeurig worden onderzocht. Het ligt voor de hand dat ze niet uit losse stuifsneeuw bestaan. Het is mogelijk dat de duinen stammen uit een periode van veel zwaardere sneeuwval dan nu, waarbij de wind de gelegenheid kreeg om duinen te vormen. Toen de sneeuwval en de wind daarna mogelijkerwijze afnamen, kreeg het sneeuwoppervlak de gelegenheid te bevriezen, waardoor de duinen als het ware voorgoed fossiliseerden. Een dergelijke hypothese verklaart echter nog niet waarom zich, over het oude oppervlak, geen nieuwe sneeuwduinen kunnen afzetten.

(A.J. van Loon)