Fondsprestaties niet willekeurig

Beleggingsfondsen zijn zowel voor de particulier als voor de door de wol geverfde belegger. Maar wie zijn geld parkeert in een dergelijk fonds moet blijven nadenken.

Een warm gekoesterd misverstand rond beleggingsfondsen is dat ze vooral bedoeld zijn voor mensen die zelf van beleggen geen kaas gegeten hebben. Geld onderbrengen in fondsen staat tot rechtstreeks beleggen zoals het spel Stratego zich verhoudt tot schaken, zo proef je wel eens.

Ten onrechte. Ook door de wol geverfde beleggers kunnen heel goede redenen hebben om van beleggingsfondsen gebruik te maken. Professionele partijen doen vaak beide, ze beleggen zelf én besteden uit. Uitbesteed wordt er als het gaat om markten waar anderen meer kennis van hebben, maar ook wel als gaat over een terrein dat ze goed kennen. Dan wordt in bijvoorbeeld Europese aandelen en obligaties voor een deel zelf belegd en een ander deel via een externe vermogensbeheerder. Het motief om niet alles uit te besteden is dat men de kennis in huis wil houden om externe beleggers te kunnen beoordelen.

Beleggen via fondsen is dus niet alleen voor `dummies'. En helaas is het ook niet zo dat het parkeren van vermogen in een beleggingsfonds, betekent dat je mag ophouden met nadenken. Want zelfs als je al weet dat je in een bepaald type aandelen-, vastgoed- of obligatiefonds wilt, dan moet nog steeds de keuze voor een specifiek fonds worden gemaakt. De grote verschillen in de prestaties van op het oog vergelijkbare fondsen maken het volop te moeite waard uit te zoeken welk fonds je wel moet hebben en welk niet.

Om effectief te kunnen selecteren zijn overzichten van het brede fondsenaanbod, zoals het onderstaande van Nyfer, een belangrijk hulpmiddel. Door de producten soort bij soort te zetten worden ze onderling vergelijkbaar, en vergelijkbaar met een marktgemiddelde, de index. Dat is de eerste stap om te kunnen beoordelen. Dit overzicht echter probeert op meer manieren houvast te geven. Via de Sharpe-ratio laat het zien of het gerealiseerde rendement van een fonds in verhouding is geweest tot het genomen risico. Verder brengt het in beeld hoe fondsen zich hielden in tijden van scherpe koersdalingen en -stijgingen (de bear- en bullrendementen), en de ranking in kwartielen maakt in een oogopslag duidelijk of goede prestaties toevalstreffers zijn, of in de loop der jaren regelmatig voorkwamen.

Zo wordt de historie van de fondsen al vrij indringend in beeld gebracht. ,,Nuttig'', meent directeur van het researchinstituut Nyfer, prof. Eduard Bomhoff, ,,want fondsprestaties blijken niet van het ene op het andere jaar willekeurig te veranderen. Succesvolle fondsen weten hun prestaties vaak in volgende jaren te repliceren.''

Nu is dit, zo blijkt wel bij bestudering van de gegevens, in het voorbije jaar niet voor alle fondsen even makkelijk geweest. Het financiële jaar 1999 is in veel opzichten vreemd geweest. De voorziene recessie kwam niet, Aziatische beurzen herstelden zich onverwacht sterk, en hoewel de rente en olieprijzen opliepen, stegen de westerse beursindices per saldo met tientallen procenten. Bomhoff: ,,Maar die stijging was erg geconcentreerd in technologiefondsen en telecombedrijven.''

De omstandigheden maakten dat de fondsrendementen over 1999 vaak ver afweken van de indices die in de diverse deelmarkten als benchmark (maatstaf) gelden. Bomhoff: ,,Een paar fondsen leveren heel consistente resultaten over de gepresenteerde periode van acht jaar, maar andere bleven achter bij hun prestaties uit het verleden.''

Hoe raar 1999 wel niet was blijkt meteen al bij de wereldfondsen. Het is al heel uitzonderlijk dat de wereldindex het met een stijging van liefst 47 procent beter doet dan de deelindices voor Noord-Amerika en Europa (je verwacht immers: hoe breder gespreid de portefeuille, hoe minder spectaculair de stijging). Maar dat de tien fondsen in het overzicht het stuk voor stuk nog beter dan die index deden is helemaal wonderlijk.

Het kan dus niet anders of de best presterende onder die fondsen hebben relatief zwaar ingezet op de Aziatische beurzen en/of op IT-bedrijven, waar de grootste koerswinsten werden geboekt. Gezien de hoge sharpe-ratio's die er achter die succesvolle fondsen genoteerd staan, is het risico dat ze namen ruimschoots met rendement beloond. Maar dat is dus wel een waarschuwing dat een hoge sharpe-ratio niet gelezen mag worden als: dit fonds belegt risicomijdend. Want dat die Azië- en IT-aandelen wel degelijk scherp kunnen fluctueren moge duidelijk zijn. Interessant is dat die verborgen `gevoeligheid' ook niet naar voren komt uit het bear-rendement over de laatste drie jaar. Want dat was bij de top-drie van de wereldfondsen zelfs kleiner dan de index.

In het groepje wereldfondsen zijn er twee die jarenlang vrij consistent in de kopgroep zitten, namelijk het Ohra aandelenfonds en Fortis OBAM. Een fonds dat in het oog springt als een bezemwagenberijder is het Aegon Aandelenfonds. De resultaten van de andere fondsen schieten binnen hun eigen `peer group' nogal grillig op en neer. Ditzelfde geldt trouwens ook voor veel andere fondscategorieën. Dus afgezien van een paar duidelijke gevallen (ABN Amro Trans Europe Fund, Robeco Groep America Fund, VHS Onroerend Goed Mij, Holland Selectie Fonds) blijkt het niet echt eenvoudig om gedoodverfde winnaars op te sporen

Opmerkelijke bij de overige subcategorieën van aandelenfondsen is verder dat onder de groep Noord-Amerikafondsen datzelfde RG America Fund het enige is dat erin slaagt over een periode van drie jaar de MSCI North America index te verbeteren. En voor de categorie Nederlandfondsen geldt mutatis mutandis dat de brede CBS-index slechts door het SNS Nederlands Aandelenfonds werd verslagen. Met niet meer dan 0,3 procent.

Wat je zo graag zou willen ontdekken, na bestudering van een uitputtend overzicht als dit, is dat je ineens zag dat één van de bekende bank- of vermogensbeheernamen er meteen uit sprong als de beste zodat je daar met je geld heen kon gaan en niet verder hoefde zoeken. Maar zo simpel is het leven niet. Nou een beetje misschien. Want een Nederlandse partij die, ook volgens Nyfer, gemiddeld wel vrij goed scoort, is Ohra. Het wereldfonds, het mixfonds, het liquiditeitenfonds en de op Internet en multimedia gerichte sectorfondsen van die instelling doen het allemaal erg goed.

Toch past ook hier een waarschuwing: uit dit overzicht komen alleen de cijfermatige resultaten naar voren. Om er achter te komen of een fonds past bij een aspirantbelegger, zal die toch in de eerste plaats moeten uitzoeken of de inhoud van de beleggingsportefeuille en de stijl hem aanspreken. Want die bepalen het toekomstig rendement.

Beleggingsgids op Internet: www.nyfer.nl/periodieken/belgids.html