Late doorbraak van waanzin bij Muse

Voor een groep zoals het Engelse Muse zie je moeiteloos een toekomst voor je. Na een eerste cd, het onlangs verschenen debuut Showbiz, en kleinschalige optredens, zoals gisteravond in het volle Paradiso, zal ze doorstomen naar grote zalen en festivals als Pinkpop en Reading. En de wereld zal van ze houden, van dit trio rondom de scharminkelige zanger Matthew Bellamy die als een blaasbalg zijn stem naar buiten perst en liedjes schrijft die zowel onstuimigheid als romantische vervoering in zich dragen.

De drie bandleden zijn allemaal omstreeks de twintig en spelen al sinds hun dertiende samen. Dit verklaart waarschijnlijk hun hechte, voor een trio brede geluid. Toch is de groep muzikaal niet zo opvallend. De instrumentaties zijn gedreven, maar Bellamys gitaaraccenten lijken wel erg op die van de jonge The Edge van U2. Bij de live-versies van hun liedjes bleek gisteravond bovendien dat er weinig werkelijk enerverende nummers tussen zitten, de meeste moeten het hebben van Bellamys dramatische zang.

Die stem is de troef van Muse. Hij springt niet doelbewust van noot naar noot maar waart zo'n beetje rond tussen de hele en halve tonen. Jeff Buckley deed het ook zo, al was hij gekker. Matthew Bellamy houdt zijn stem onder controle, zodat hij op tijd de jammerende uithalen ten beste kan geven.

Want dat is Bellamy's streven: minstens één moment van emotionele razernij per nummer. Al zijn de teksten niet te verstaan, de zwartharige zanger verandert dan op slag in een vertwijfelde Heathcliff of Hamlet.

Zoals Shirley Bassey haar concerten op orkaansterkte begint en dat een optreden lang vasthoudt, zo heeft ook Bellamy geen tijd nodig om op te warmen. Hij zette dramatisch in en bleef op hetzelfde niveau. Dat had een zekere eenvormigheid tot gevolg.

Maar net toen het optreden van de groep teleurstellend dreigde te worden, speelde Muse het ene nummer dat het allemaal de moeite waard maakte: Fillip. Het heeft een strak couplet en een hevig ontsporend refrein dat dan weer door hakkerig gitaarspel in het gareel wordt gebracht, terwijl Bellamy als een excorcist de demonen van zich af tiert. De uitvoering van dit nummer had de oprechte waanzin waar het eerder aan ontbrak.

Concert: Muse. Gehoord: 6/1 Paradiso, Amsterdam.