Zonde van de olie

Dialoog tussen Frits van Egters en zijn vader in `De avonden' van Gerard Reve: ,,Hoe oud zou het gebruik zijn, vader'', vroeg hij, ,,om oliebollen te maken?'' ,,Wat'', vroeg zijn vader. ,,Hoeveel jaren zouden de mensen al oliebollen bakken'', vroeg Frits. ,,Ja'', zei zijn vader.

Het antwoord is: al heel lang. In een document uit de veertiende eeuw van de graaf van Holland wordt gesproken over lijnzaadkoeken, gemaakt van meel en gebakken in kokende olie. De koeken werden gegeten tussen 26 december tot 7 januari en dienden als versterking in de koudste tijd van het jaar. Volgens anderen zou de oliebol nog ouder zijn en afstammen van de vetrijke koeken die bij Germaanse offerriten werden aangeboden. En sommige bakkers vertellen over de Spaanse belegering van Haarlem in de zestiende eeuw. Vrouwen gooiden kokende olie over de stadsmuren om de Spanjaarden te verjagen. Zonde van de olie. Daarom werden er eerst deegbollen in gebakken die de mannen aten als bodem voor de strijd. Pas vanaf de negentiende eeuw is de oliebol een feestbol voor de jaarwisseling geworden. Het recept van de bol is sindsdien nauwelijks veranderd.

,,Bakten ze bij jou thuis ook oliebollen, vader'', vroeg Frits. ,,Zijn er geen oliebollen meer'', vroeg zijn vader. ,,Ik vroeg'', zei Frits ,,of er bij jou thuis, vroeger, ook oliebollen werden gebakken op oudejaarsavond?''

In zeven van de tien gezinnen staan op oudejaarsavond oliebollen op tafel, 88 procent van de Nederlanders eet ze ook op, in sommige gezinnen gemiddeld tien per persoon. De zelfbakker koopt vooral de oliebollenmix van Koopmans Meelfabrieken in Leeuwarden, het bedrijf heeft een marktaandeel van 80 procent. Ook dit jaar zijn er weer ruim twee miljoen pakken verkocht, en dat is genoeg voor veertig tot vijftig miljoen oliebollen, ongeveer drie per hoofd van de bevolking. Groeien doet de fabrikant van oliebollenmix nauwelijks meer, de ,,zelfbakmarkt staat onder druk'', zegt een woordvoerder. Maar de verkoop daalt ook niet. ,,De groei wordt behaald door de verkoop aan klanten die tot nu toe zelf bloem en gist mengden.''

Per jaar worden vijftig miljoen kant-en-klare oliebollen verkocht in de supermarkt, bakker of de oud-Hollandse gebakkraam. Vijf miljoen bollen worden het hele jaar verkocht en vijfenveertig miljoen in de laatste week van december. Per hoofd van de bevolking worden er drie oliebollen gekocht, waarvan één weer in de vuilnisbak verdwijnt.

Want of het ook echt lekker is, valt te betwijfelen als je de zesde jaarlijkse oliebollentest van het Algemeen Dagblad leest. De bollen uit de kramen zijn te vet, rubberachtig, te stekelig, ongaar of te doorbakken. De krant adviseert de bollen bij de bakker te halen. Lekkerder, en nog goedkoper ook. Een bakkersbol kost gemiddeld 85 cent, een bol uit de kraam 1,25 gulden.

,,Dat was een nare toestand in Papendrecht'', zei Frits, ,,met die vergiftigde oliebollen.'' ,,Hoe kwam het eigenlijk'', vroeg zijn moeder. ,,Vrij eenvoudig'', antwoorde Frits. ,,Het bakmeel was niet goed.'' ,,Is dat goed dan zo vergiftig'', vroeg ze. ,,Nou vergiftig niet'', antwoordde hij, ,,maar er zijn mensen, die er dood van gaan.''