Wat het is

Ik weet niet wat het is tijd ik denk niet dat het er is

als ik op straat loop met wind op mijn wangen denk ik

dat het mijn ene oor in

mijn andere uit waait. Tijd die mij naast mij neerlegt

zoals je vel eenmaal per zeven jaar

dun naast je ligt in bed. Een manier van terug

naar wat er niet meer is, maar het is er toch: zo

als in je handschrift alles wat je schreef

verzameld is. Daarom is het

er nog niet echt. Alleen in je hoofd nergens anders

ligt het in strengen opgewikkeld. Tijd

waarmee je kunt springen, een touw

gerold om je handen zodat het nooit te lang nooit

te kort voor je is, in spin en daar hangt hij je broertje

dat geen zin had in leven, vlak naast het trapgat – ik dacht

als je je voet op het zand zet en je loopt verder,

als dan een krab aan je spoor zit een meeuw pikt de krab op

loopt je voet gewoon verder, geen tijd

voor iets anders dan plaats voor plaats, onverbaasd.

Kijk niet om,

je gaat struikelen, je blijft achter;

loop door, je brengt niets terug

Eva Gerlach en Rutger Kopland schreven deze gedichten ter gelegenheid

van de millenniumwisseling op verzoek van NRC Handelsblad.