`Wat doen we als sport is opgekocht door één man?'

De toestand in de wereld van de sport was onderwerp van discussie tussen vier invloedrijke heren uit de sport. Joop Alberda, Frank Kales, Henk Kraaijenhof en Hein Verbruggen kwamen in de Anna Pavlova-salon van Hotel des Indes in Den Haag bijeen en wierpen hun licht op de status van de sport in de volgende eeuw. Over het toenemende belang van de sport in de samenleving, over bionische klootschieters, de naïviteit van de politiek, de macht van het kapitaal en de media.

Hoe ziet u de sport in de toekomst?

Frank Kales: ,,Sport wordt steeds belangrijker in de maatschappij. Mensen willen zelf meer doen. Ze willen naar het stadion en ze willen kijken naar sport op televisie. Internet met veel sport komt eraan. Sport biedt spektakel en emotie, meer dan de meeste soapseries. Sport wordt nog meer business. Meer mensen krijgen werk door sport. Steeds meer mensen gaan zich op welke manier dan ook met sport bezighouden.''

Hein Verbruggen: ,,Sport is al belangrijk. Sport is voor de mensen belangrijker dan politiek. Kijk eens naar hoe sport de publiciteit beheerst. Wanneer in Duitsland Kohl met zijn schandaal in het nieuws is, is dat relatief van korte duur vergeleken met een soortgelijk schandaal bij het IOC. Vijfhonderd journalisten uit de hele wereld komen naar een IOC-congres. IOC-voorzitter Samaranch zei me: `Wij praten bij het IOC over een probleem van honderdduizend dollar. Tegelijkertijd valt de Europese regering in Brussel over een schandaal van twee miljard dollar. Dat heeft nog geen honderdste van de aandacht gekregen die het IOC-schandaal kreeg.''

Henk Kraaijenhof: ,,Sport heeft de laatste tien jaar een snelle ontwikkeling doorgemaakt. Misschien door de vervlakking en verzakelijking van het leven, het gebrek aan emotie en gevaar. Sport is een projectie van het leven zoals het vroeger geweest is. Er zijn meer mensen die huilen bij een olympische triomf van Marianne Timmer dan mensen die huilen bij andere gebeurtenissen.''

Joop Alberda: ,,Het gaat niet meer zozeer om de sporter, maar steeds meer om de klant. Die bepaalt wat hij wil zien en spreekt daar een bepaalde waardering voor uit. Vroeger was het zo dat de sport dacht: zo doen we het en je zoekt het maar uit op de tribune. Nu gaat sport steeds meer uit van de klant. We gaan ook de kant op van dingen die bij een hoogconjuctuur passen: vervlakking van waarden en normen. Dat is greed (hebzucht, red.).''

Verbruggen: ,,Ik zie een groot gevaar. Sport is wereldwijd al de tweede of derde industrietak. Maar de politiek begrijpt helemaal niets van sport. De politiek wil niet inzien hoe belangrijk sport is. De politiek is totaal niet voorbereid op wat sport teweeg gaat brengen in de samenleving. Begrijpt ze wel dat mediagiganten als Murdoch en Berlusconi de sport in handen nemen en dat sport van enorme grote economische betekenis wordt.''

Kraaijenhof: ,,Waartoe veel mensen zich aangetrokken voelen, daar ziet de commercie brood in. En ook de politici, want met sport kun je scoren. Sport wordt een speelbal. Wat doen we als de sport wordt opgekocht door één man, die nog meer macht heeft dan Samaranch? Het zou vervelend zijn als Murdoch of Berlusconi de koning van de sport is. Een product in handen van één man. Als nu al een massamoordenaar in Joegoslavië een voetbalclub kan opkopen.''

Kales: ,,Als je sportman gaat accepteren als een echt beroep, wat is er dan tegen een zakelijke structuur? Het is toch mooi dat een jongen op zijn twaalfde een beroepskeuze maakt en zegt: `ik wil beroepssporter worden.' Hij gaat een beroep kiezen waarin hij veel geld kan verdienen. Daar past een zakelijke structuur bij. Zoals bij elk beroep.''

Alberda: ,,Maar we moeten bij de basis blijven. Pure sport, pure emotie. Het Oranje-gevoel is niet uitsluitend meer een gevoelsuiting, het is al een commerciële uiting. De behoefte aan identificatie blijft gelukkig. Wanneer Nederland straks niks meer voorstelt in Europa, zullen mensen zich door sport kunnen onderscheiden. De reclamewereld en de media begrijpen dat al lang. Straks gaan we naar totale professionalisering, zoals in de VS met basketbal, honkbal en ijshockey. Een Eastern Conference en een Western Conference.''

Kales: ,,Die Amerikaanse cultuur zou ik willen kopiëren. De structuur van de profsport loopt ver vooruit op onze verenigingscultuur. Bij Ajax bepaalt de vereniging wat er gebeurt. Je mag wel naar de beurs, maar je mag niet aan het shirt komen. Sport vercommercialiseert, dat kun je niet tegenhouden. In Amerika is honkbal dichtbij de sport gebleven, ondanks de commercie. Omdat de sport daar gebonden is aan regels. De Europese voetbalbond en wereldvoetbalbond moeten vooroplopen in de nieuwe ontwikkelingen, maar ze remmen alleen maar.''

Verbruggen: ,,Toch moet je oppassen met Amerikaanse methodes te introduceren in Europa. Willen de mensen dat? We hebben de Amerikanen wegwielrennen door de strot willen duwen. Is niet gelukt. Er wordt in Europa te weinig gekeken naar waarom mensen naar sport kijken. Er is toch geen sportbond die consumentenonderzoek doet. Youp van 't Hek schrijft wekelijks in NRC Handelsblad dat Ajax zijn club niet meer is. Hij is maar één consument. Maar er zijn er vast wel meer. Daar moet je als Ajax naar luisteren.''

Kales: ,,Dat doen we ook. Identificatie blijft belangrijk. Het gaat om persoonlijkheden. Daarom hebben we toch Verlaat, Winter, Menzo en al die oude Ajacieden teruggehaald. Omdat mensen Ajacieden wilden. Ze willen iets wat van hen is. De Tour de France is ook niks aan zonder een Nederlandse favoriet?''

Verbruggen: ,,Het gaat niet om landgenoten. Het gaat om grote persoonlijkheden. Toen Indurain niet meedeed aan de Tour, ontbrak er een persoonlijkheid. Dat zag je aan de kijkcijfers. Mensen wilden ook Michael Jordan, niet omdat hij Amerikaan was, maar omdat hij een mooie sportman was. Dat is identificatie. Mensen die het saaie leven inhoud geven.''

Kraaijenhof: ,,Ik geloof niet dat de mensen zoveel eisen. Mensen gaan gewoon kijken en zien wel wat er gebeurt. Pas als er lang niets gebeurt, zoeken ze iets anders. Natuurlijk willen ze een battle of the giants, zoals eens tussen Lewis en Johnson, of een wereldrecord zien breken of een Tour-etappe met zes cols. Maar het zijn de media en vooral de televisie die de mensen wijs maken dat er iets te gebeuren staat en teleurstelling tonen wanneer er niets gebeurt. De media creëren hypes, niet de sport of de sportmensen zelf.''

Alberda: ,,De kans bestaat dat de sport daardoor doorschiet. Media willen een battle of the giants. Mensen daardoor ook. Hoe sportmensen trainen, wat ze gebruiken, doping of niet, het maakt de klant niets uit.''

Verbruggen: ,,Kooigevechten, hoe dom ook. Het maakt niks uit, ze kijken.''

Kraaijenhof: ,,In Japan heb je tv-programma's waarin mensen wormen opeten. In Nederland heb je een tv-programma Over de rooie, ook zoiets. Mensen interesseert ethiek geen bal, als het maar opwindend is.''

Alberda: ,,Toch krijg je een reactie.''

Kraaijenhof: ,,Voorlopig niet. Ik had gedacht dat overexposure zou ontstaan van sport en met name voetbal op televisie. Iedereen hoor je zeggen: `Ik kijk niet meer'. De kijkcijfers bewijzen het tegendeel. Je kunt de televisie niet aanzetten of er is voetbal. Voor andere sporten moet je naar andere zenders, naar een abonneezender nota bene.''

Kales: ,,Wanneer ik iets over pay-per-view lees, gaan mijn ogen glimmen. Een tv-seizoenkaart voor Ajax, waar mensen achttien wedstrijden op televisie kopen voor een bedrag dat lager is dan wanneer ze naar het stadion gaan. Dat is het. Niet allemaal naar één zender hoeven te kijken. We hadden alleen Nederland 1. Als er straks tienduizend mensen naar Heerenveen-Ajax willen kijken en de NOS is toch aanwezig op het veld voor de samenvatting, wat kost het dan om die tienduizend man die niet mee naar Heerenveen konden even lekker naar Heerenveen-Ajax te laten kijken?''

Verbruggen: ,,Televisie kijken voor een bedrag dat lager is dan de prijs voor een stadionkaartje? Ik zou het duurder maken. Je moet de man die bereid is zijn clubliefde te tonen door naar het stadion te gaan juist belonen. Die man is belangrijk. Niet die zoon van hem die thuis blijft en voor de televisie gaat zappen, want die heeft niets met de club.''

Kales: ,,De man die thuis zit, beleeft de wedstrijd nooit zo als wanneer hij in het stadion zit. Hij mist de sfeer, het zingen, het mopperen, de hele entourage. Als hij dat thuis niet heeft, mag hij wel wat minder betalen.''

Verbruggen: ,,Ik hecht veel waarde aan verbondenheid tussen club en supporter. Je moet daarin investeren. Ajax wil toch geen lege tribunes?''

Kales: ,,Het gevaar dat de tribunes leeg raken, zie ik niet. Mensen gaan mee met Ajax naar Mallorca. Ze willen erbij zijn en het meegemaakt hebben, terwijl het live op tv is. Balend gaan ze naar huis als Ajax verloren heeft, maar ze hebben een fantastische dag gehad. Elektronische beleving is een andere wereld. Dan ruik je en voel je geen voetbal. Bij sport hoort sfeer.''

Kraaijenhof: ,,Sfeer? Ik ga echt niet naar atletiek voor de sfeer.''

Verbruggen: ,,Vreemd. In Amerika hebben ze atletieksterren, Carl Lewis, nu weer Michael Johnson, Marion Jones. Maar atletiek leeft er totaal niet.''

Kraaijenhof: ,,Ze hebben een keer een enquête gehouden in Amerika. Atletiek staat tussen modderworstelen en tractorpulling. Carl Lewis is geen ster. Alleen wanneer de natie in het geding is, bij de Olympische Spelen.''

Alberda: ,,Amerika: It's only the Olympics. Atletiek maakt de fout een evenement als de wereldkampioenschappen, een televisiegenieke sport, uit te smeren over een week. Het programma is niet toegesneden op de vraag.''

Kraaijenhof: ,,Het programma wordt aangepast aan de toppers. Maurice Greene en Marion Jones, de sprinters. Ze willen een battle of the giants.''

Alberda: ,,Dus de volmaakte samenwerking tussen marketing, communicatie en sport. Bij een normaal atletiekprogramma is het voor Marion Jones onmogelijk vier medailles te winnen. Ze zou ook wereldrecords kunnen breken. Maar die kans is niet groot. Dus geven ze haar de kans zoveel mogelijk medailles te halen. Medailles zijn belangrijker geworden dan wereldrecords.''

Kraaijenhof: ,,Nog meer medailles, nog meer records, nog meer prijzengeld, is dat wat we willen? Het leven wordt gestuurd door begeerte.''

Alberda: ,,Ik heb het als volleybalcoach meegemaakt dat de organisatie het beste team drie keer in twee dagen het veld in wilde jagen.''

Verbruggen: ,,Dit jaar was in de Ronde van Spanje een berg opgenomen met een stijgingspercentage van zo'n 22 procent. Ik zei tegen de organisator: `Dat is toch geen wielrennen meer.' Zegt hij: `Zie de kijkcijfers, zeven miljoen kijkers.' Op termijn heb je een voordeel als je de aard van de sport vasthoudt. Sport is niet gebaat bij circus.''

Alberda: ,,Als ze bij atletiek merken dat alleen nog maar mensen zijn geïnteresseerd in de tien kilometer, dan moet men zich afvragen waarom ze dat bij die andere onderdelen niet zijn.''

Verbruggen: ,,Ik vind het armetierig als je alleen voor de tv-camera's kunt presteren.''

Alberda: ,,Je afvragen: waarom is de sport zo groot geworden? Dat is echt niet door managers gekomen. Dat heeft de sport helemaal zelf gedaan.''

Kraaijenhof: ,,Daarom vergissen mensen uit het management zich. Ze denken dat ze sport kunnen leiden als speelgoed, omdat ze het bedrijfsleven kennen.''

Verbruggen: ,,Of een voorzitter benoemen van een bond die op een vrije middag even iets denkt te kunnen regelen omdat hij uit het bedrijfsleven komt. Sport besturen is niet alleen zakendoen en geld verdienen.''

Keert het publiek op den duur de sport de rug toe, omdat de sportsterren zo ontzettend veel geld verdienen?

Kales: ,,Mensen denken niet continu wat die sportmensen verdienen. Als ze slecht presteren, dan krijgen de sportmensen het voor hun kiezen. Als je baalt als supporter ga je over alles balen. Mensen accepteren dat er filmsterren zijn, popsterren, televisiesterren, voetbalsterren, schrijversterren. Sterrendom is overal.''

Verbruggen: ,,Het schijnt de mensen niet te storen. Maar we weten het niet. Omdat de sport er niet mee bezig is. Het succes komt zoals het komt.''

Kales: ,,Ik krijg zoveel reacties, brieven en e-mails. Ik zie dat de spelerssalarissen en de transferbedragen geen rol spelen bij de supporters.''

Alberda: ,,Ik bespeur dat mensen het fantastisch vinden dat die helden zoveel geld krijgen. Heldendom moet beloond worden. Natuurlijk wordt er ook over geklaagd. Dat is de ambivalentie van mensen die sport volgen.''

Kraaijenhof: ,,Het enige gevaar is de sporter zelf. Dat een voetballer zegt: `Deze strafschop laat ik aan mij voorbijgaan, want ik moet mijn Ferrari nog afbetalen'. Dat soort dingen krijg je. Is de sporter nog bereid risico's te nemen? Mist hij de strafschop, dan keldert zijn marktwaarde.''

Alberda: ,,Geld is alleen belangrijk voor subtoppers. Het gaat toppers om sport. Als je aan Boris Becker vraagt: `Waarom tennis je nog?' Dan zegt hij dat hij het nog leuk vindt. Die moet je koesteren. In het mechanisme van de commercie en televisie dreigen zij te snel te stoppen. Opgebrand.''

Kraaijenhof: ,,Echte toppers laten zich niet gek maken. Ze zeggen gewoon af wanneer ze niet willen. Dat kunnen ze zelf goed bepalen. Ik vind niet dat een bond dat hoeft te doen. Paternalisme is er ook niet in het bedrijfsleven. In de sport moet er een goede samenwerking zijn tussen coach en sporter.''

Verbruggen: ,,Henk is tegen paternalisme. Maar een complete vrijheid van eigen grenzen blijkt in de praktijk niet te werken. Wielrenners die nog geen contract hebben, dus werkeloos dreigen te worden, willen grote risico's nemen. Die gaan zoveel mogelijk wedstrijden rijden en doping nemen.''

Alberda: ,,Dat heeft de kwaliteit van het systeem in de sport. Daar is men in Amerika verder mee. Daar spelen ze niet zoals Ajax en Feyenoord demonstratie- en oefenwedstrijden om de kas te spekken. Daar telt alleen het totale belang. Het wedstrijdseizoen gaat boven alles.''

Kales: ,,Het spelen van een of twee voetbalwedstrijden in de week moet kunnen. Het zit 'm in de voorbereiding, zoals in de NBA. Een lange, intensieve voorbereiding. Nu spelen we tussen 45 en 50 wedstrijden per jaar. Dat zou in zeven maanden moeten kunnen. Dat doen de basketballers in Amerika ook.''

Is zoveel wedstrijden in korte tijd niet te belastend voor de spelers? Het publiek wil toch altijd de sterren zien en niet de reserves, zoals bij Barcelona?

Kales: ,,Supersterren wil je altijd zien. Als Ronaldo gezond is, wil men hem zien spelen. Maar tot nu is Barcelona's tweede elftal nog goed genoeg. Totdat het fout gaat. Dan komt het publiek in opstand.''

Alberda: ,,Michael Jordan speelde nooit een hele wedstrijd. Alleen het deel dat belangrijk was. Dat moest zijn coach, Phil Jackson, voor hem regelen. Daarom is Jackson zo fantastisch. Hij wist wanneer hij Jordan moest brengen. Dat begreep het publiek. Een kwestie van het publiek opvoeden. Een Amerikaanse honkbalploeg heeft zeven pitchers nodig om de World Series te winnen. De selectie wordt zo ingericht dat ze in de laatste wedstrijden fit moet zijn. Een pitcher stopt in een wedstrijd na veertig ballen. Dat is de grens. Dat begrijpen ze in Europa niet.''

Kraaijenhof: ,,Het zit 'm ook in de training. Bij voetbal en wielrennen krijg ik de indruk dat de training in de kinderschoenen staat. Het is soms lachwekkend bij voetbal.''

Alberda: ,,Slim en verstandig trainen. Acht uur werken en zestien uur wat anders doen. Coaches hebben de angst om te weinig te doen. Het is moeilijker voor een coach een dag niet te trainen dan een dag wel te trainen.''

Kraaijenhof: ,,Gebrek aan zelfvertrouwen.''

Alberda: ,,Wat is topsport? Topsport is op een door jou gekozen moment energie vrijmaken. Dat jochie van zes jaar dat tien dagen onder het puin in Turkije heeft gelegen en zegt: `Hier ben ik weer'. Terwijl hij door iedereen was afgeschreven. Hij had er niet voor getraind en zich niet op voorbereid. In een toestand als in Kosovo breng ik Hein op mijn rug zonder een hernia te krijgen in veiligheid. Op de intensive care en in oorlog worden de echte topprestaties geleverd. Er zijn vele systemen in het lijf, maar wanneer worden die aangesproken? Wij groeien niet op in omstandigheden om topprestaties te leveren. Wij hebben het grootste sociale vangnet ter wereld in Nederland. Er zit wel energie, maar die is verscholen. Doping is een noodoplossing.''

Verbruggen: ,,Nu is het nog betrekkelijk onschuldig. Doping is nog in de hand te houden omdat het meeste spul te traceren is. Maar straks heeft een tien-kilometerloper een hartklep laten transplanteren. Is dat doping of niet? Als een schutter een ander hoornvlies laat inplanten, kun je dat ontdekken? Ik houd krampachtig vast aan de natuur van de sport. Maar wat willen de mensen? Willen die bionische sporters, willen die natuurlijke sport? We weten het niet.''

Kraaijenhof: ,,Robotten. Iedereen is daar al mee bezig.''

Kales: ,,Het is heel verschillend. Balsporten zullen zich anders ontwikkelen dan atletiek en gewichtheffen.''

Kraaijenhof: ,,Ik zie nog geen bionische klootschieter in Nederland. Maar mensen gaan zo ver als maar mogelijk is. Er is nog geen ontwikkeling geweest waarvan men zei: `Dit gaat ons te ver'. Alles wat technisch mogelijk was, is gebruikt. Genetische manipulaties, manipulaties met griepvirusjes en DNA op spiercellen waardoor ze gaan groeien. Het is er al.''

Verbruggen: ,,De natuur van de sport overwint. Maar ik ben heel pessimistisch over voetbal. Ik denk dat voetbal doorgeschoten is.''

Kales: ,,Hoe kom je daar nu bij?''

Verbruggen: ,,Er is in het voetbal zoveel geld aanwezig, maar er is geen instantie die reguleert. De FIFA en UEFA zijn kansloos. Als er straks veertien clubs komen die aan de hand van multinationals samen willen gaan, gebeurt het. Er zit geen filosofie achter die sport. Het is net onze regering, met premier Kok. Die heeft helemaal niets te vertellen in de hele wereld. Die wordt nu net als straks de voetbalbonden voorbijgestreefd door multinationals.''

Kales: ,,Akkoord, maar als er gezocht wordt naar een goede organisatievorm, zoals de NBA en de NHL (ijshockeyliga, red.) in Amerika, dan is er wel zekerheid en controle. Die kant moet het op.''

Verbruggen: ,,Ach ja, in het profijshockey hebben ze ook geen dopingprobleem. `Kom, volgende week hebben we een wedstrijd daar hangt een miljoen dollar van af. Spuit er in. Niks aan de hand'. Dankzij de commercie.''

Kraaijenhof: ,,Er wachten ons interessante tijden. Wat er gebeurt, ik weet het bij God niet. Ik hoop dat sport geen product wordt, sport met een kleurig papiertje erom. Want sport moet sport blijven. Gewoon sport.''

Alberda: ,,We kunnen erover praten en over denken. We weten het niet. Over twintig jaar denken we waarschijnlijk heel anders.''