Vroegere heersers lieten kostbaarheden graag zien

Het is even zoeken naar de gouden en zilveren mantelspeld. De met halfedelstenen ingelegde koningsfibula die in de jaren vijftig bij opgravingen bij het Friese dorp Wijnaldum werd gevonden, is het pronkstuk van de tentoonstelling Koningen van de Noordzee in het Fries Museum in Leeuwarden. Maar het kroonjuweel uit de zevende eeuw staat wat ongelukkig opgesteld, in een vitrine in een te smalle doorgang. Het is een van de weinige kritiekpunten die de prachtige tentoonstelling oproept. De expositie toont de diverse uitingsvormen van de macht van de heersers van de kustgebieden in Engeland, Duitsland, Denemarken, Noorwegen en Nederland in de periode 250-850 na Chr., zoals koninklijke schatten, sieraden, munten, hangers en gouden miniatuurbootjes. Maar ook het dagelijks leven, de handel en grafrituelen worden belicht aan de hand van scheepsonderdelen, gereedschappen, agrarische werktuigen, muziekinstrumenten en complete graven. De internationale, rondreizende tentoonstelling is een initiatief van het Fries Museum. Hoofdmannen, vorsten en koningen bevolkten tussen 250 en 850 met hun elitenetwerken het Noordzeegebied. De machthebbers ontleenden hun status voornamelijk aan hun rijkdom en bezittingen, die ze graag tentoonspreidden. Hoofdmannen droegen in de periode 200 en 400 na Chr. bijvoorbeeld gouden vingerringen, die hun importantie moesten onderstrepen. Gouden bracteaten verleenden de dragers status. De dunne gouden schijfjes die aan één zijde werden beslagen dienden onder meer als insignes voor jonge mannen die als krijgsman werden aangesteld. Ook werden bracteaten meegegeven aan doden.

De samenleving in het Noordzeegebied was niet zo geïsoleerd als aanvankelijk werd aangenomen. De Noordzeevolkeren kwamen door handel veelvuldig met elkaar in contact, wat onder meer te zien is aan de overeenkomsten die het aardewerk en de sieraden hebben. Er werd veelvuldig gehandeld en geruild in kostbaarheden, maar ook in (agrarische) producten.

De Engelsen, Denen, Friezen, Noren en Duitsers vereerden heidense goden. Het kapot slaan van gouden hoorns was een offerande aan de goden, waarmee de Germanen hen gunstig hoopten te stemmen. Op de tentoonstelling staan enkele replica's opgesteld, compleet met runen. Een bijzonder voorwerp is de dennenhouten kop die de god Odin symboliseert en die als voor- of achtersteven op een schip werd geplaatst. Doden kregen allerlei voorwerpen mee op reis naar het hiernamaals. Sommige graven bezaten overdadige bijgiften. Een jonge vrouw kreeg in de vijfde eeuw een zilveren haarnaald en mantelspeld, een ketting met 264 barnstenen en een met 125 glazen kralen, vier zilveren ringen, een ijzeren kam en een pot mee. Haar graf werd tien jaar geleden gevonden bij opgravingen in Denemarken.

De Friezen waren dol op grote honden, die ze bij de jacht inzetten of als waakhond hielden. Uit dankbaarheid voor zijn inzet kreeg een viervoeter soms een eigen graf, waarvan er een te zien is op de tentoonstelling.

Tentoonstelling: Koningen van de Noordzee. T/m 5 mrt. Fries Museum, Tweebaksmarkt, Leeuwarden. Di t/m zo 11-17u. Ma en 1 jan. gesloten. Van 1 apr. t/m 18 juni in Het Valkhof, Nijmegen.