Trouw KVP'er, niet links of rechts

De heer Enerzijds-Anderzijds noemden critici hem toen hij najaar 1970 op voorspraak van fractieleider Norbert Schmelzer verrassend was gekozen als lijsttrekker van de toenmalige KVP. Het waren de dagen waarin werd gevraagd om meer `duidelijkheid vooraf' van de confessionele partijen (KVP, ARP en CHU) die in het centrum van de politiek destijds pas na verkiezingen beslisten met wie zij verder zouden regeren.

Vooral progressief Nederland was zich in de loop van de jaren zestig zeer gaan storen aan deze `structurele onduidelijkheid' van de grote confessionele partijen. Onder andere uit ergernis daarover verlieten KVP'ers de partij en richtten de GroenLinks-voorloper PPR op, die samenwerking met de PvdA wilde.

De eergisteren op 75-jarige leeftijd overleden Gerhard Heinrich Veringa bleef in 1970/'71 trouw aan het vaste KVP-devies en weigerde zich als lijsttrekker vooraf voor samenwerking met `links' dan wel `rechts' uit te spreken. Over het predikaat Enerzijds-Anderzijds zei hij dan ook openlijk dat dat hem wel beviel. Polarisatie was voor hem uit den boze, die roept ,,geesten op die je niet meer kan bedwingen'', zei hij november 1970 in de Volkskrant. Veringa, die in New York sociologie studeerde en daar op een filosofisch proefschrift promoveerde, was niet alleen de ontdekking van Schmelzer, die hem in '67 van Rijswijks raadslid tot minister van Onderwijs in het kabinet-De Jong (1967-'71) had gepousseerd, maar bleef ook diens politieke kind in moeilijke KVP-tijden die zouden komen.

Hij zou het in vele opzichten moeilijk krijgen. Als minister van Onderwijs met een tot dan ongekend fenomeen: grote groepen studenten die radicaliseerden. Veringa antwoordde met een hervormingswet op de universitaire bestuursstructuur. Niemand was er gelukkig dan wel ongelukkig mee, het werd als maximaal haalbaar erkend.

Zeker zo moeilijk kreeg hij het daarna als lijsttrekker van de KVP, die in ontzuilend en deconfessionaliserend Nederland klap op klap kreeg. Veringa, die zelf destijds niet wist dat hij ernstig ziek was, kon dat tij ook niet keren: de KVP verloor april '71 zeven zetels (van 42 naar 35) in de Tweede Kamer. Even later volgden zijn afscheid van de actieve politiek, een zware maagoperatie en, na herstel daarvan, een benoeming in de Raad van State (1972). Daarvan zou hij – aangenaam ver van alle publiciteit – tot 1993 lid blijven.

Of Veringa de politiek verbitterd heeft verlaten is onbekend. Juli 1973 zegt Schmelzer in Het verschijnsel Schmelzer van Robbert Ammerlaan over Veringa's lijsttrekkerschap: ,,Ik vond zijn persoon geschikt om opgebouwd te worden. Intelligent, integer, bindend vermogen, vertrouwenwekkend, genoeg politieke ervaring. Ik zag hem als de aangewezen fractieleider.''