Tekenen des tijds in art-strip

De uitgevers van het project Comix 2000 staan zelf ook verbaasd dat het is gelukt. Met een omvang van 2048 pagina's is Comix 2000 het dikste stripboek ooit en met de sobere, rode omslag ziet het er uit als een onneembare vesting. Verantwoordelijk voor deze pil is de Franse cult-uitgeverij L'Association, tien jaar geleden opgericht door een collectief van vijf stripmakers, die vonden dat er te weinig mogelijkheden waren voor experimentele, non-commerciële striptekenaars.

Niet dat Comix 2000 vol staat met Franse strips, het is een stripboek voor en door `de hele wereld'. Aan alle striptekenaars van wie het adres kon worden achterhaald, werd gevraagd een bijdrage op te sturen. Het resultaat is een bundel waaraan 324 tekenaars uit 27 verschillende landen hun medewerking verleenden. Om het voor iedereen leesbaar te houden, werden alleen tekstloze bijdrages geplaatst.

Het ontbreken van tekst zou het lezen moeten vergemakkelijken, maar dat blijkt niet het geval. De grafische oplossingen zijn weliswaar allemaal even origineel, maar veronderstellen een bekendheid met visuele conventies die waarschijnlijk niet iedereen paraat heeft. Geduld wordt echter beloond, want Comix 2000 heeft bijzonder veel te bieden. De bloemlezing is namelijk geen voor de hand liggend overzicht van wat er allemaal is geweest in dit millennium, maar een momentopname van de hedendaagse kunstzinnige strip.

De eerste indruk wordt bepaald door de indeling van het boek. Als een lexicon is het alfabetisch geordend, waardoor de meest uiteenlopende soorten strips naast elkaar zijn geplaatst. Om ruimte te sparen, zijn er bovendien geen tussenpagina's, dus het loopt achter elkaar door. De Mexicaanse Jessica Abel mag zich daarom gelukkig prijzen met de meest gretige en geconcentreerde lezer; de Parijse tekenaar Zou wordt geconfronteerd met een hand die een aanmerkelijk hoger bladertempo vertoont. Het voordeel van deze opzet is dat je van de ene verbazing in de ander valt en van het ene land naar het andere `zapt'. De herkomst van de strips speelt echter nauwelijks een rol. Het ontbreken van tekst dwingt de makers tot louter visuele communicatie en de oplossingen die worden gevonden zijn internationaal.

Een vertelwijze die veelvuldig wordt gehanteerd is het vasthouden aan conventionele kaders, waarin gecommuniceerd wordt via tekstballonnen met universele symbolen (hartje = liefde, man-met-masker-en-zakdoek-voor-mond-geknoopt = misdaad). Regelmatig gaan de tekstballonnen een eigen leven leiden en worden ze tot een stripverhaal in een stripverhaal.

Een meester van die vorm van `zwijgende strips' is de Nederlandse tekenaar Erik Kriek. In een aflevering van zijn strip Gutsman verbeeldt hij een conflict tussen antiheld Gutsman die graag wat commerciëler zou willen worden en de tekenaar, die vooral geen concessies wil doen (`held volgehangen met patroongordels in het wilde weg schietend?' vraagt Gutsman. Nee, antwoorde de kunstenaar: `schilder met baret achter schildersezel!').

Het kan ook zonder tekstballonnen. Dan worden de verhalen eenvoudiger en draait alles om herkenbaarheid, sfeer en associaties, terwijl tegelijkertijd de meest bizarre onderwerpen worden aangesneden. Zo laat de Franse tekenaar Debeurme een sombere man zien, die zijn eigen hoofd afsnijdt, waarna er twee nieuwe voor in de plaats komen. Als hij uiteindelijk acht hoofden heeft, ziet hij een man met een tros ballonnen, houdt vervolgens de adem in en zweeft weg. Maar het is niet allemaal l'art pour l'art. Een groot aantal tekenaars liet zich inspireren door de echte wereld, zoals de Zuid-Afrikaanse Joe Dog. In de stijl van Kuifje in Afrika verbeeldt hij een paranoïde, racistische angstdroom van een blank jongetje.

Comix 2000 bevat ook volslagen onbegrijpelijke en ontoegankelijke strips. Schijnbaar willekeurige panelen zijn achter elkaar geplaatst en gaan op die manier toch een relatie met elkaar aan. Het zijn geen afzonderlijke schilderijen, maar tegelijkertijd is er nauwelijks sprake van een verhaal. Een voorbeeld hiervan is de bijdrage van Vincent Fortemps. In een aantal grijzige platen zien we een regenachtig, somber landschap en `volgen' we een man die in een roeiboot zit. Hij gaat een huis binnen, en roeit daarna weer verder.

Voor een groot deel is Comix 2000 gevuld met `small press'-tekenaars wier werk normaal gesproken in extreem kleine oplages verschijnt, maar er zitten ook bekende namen tussen, zoals Edmond Baudoin, Chris Ware, Lewis Trondheim en Thomas Ott. Zelfs oudgediende Skip Williamson is present. In de jaren zestig stond hij al samen met Robert Crumb in undergroundbladen als Zap!-comix. Destijds ageerden tekenaars tegen de Amerikaanse `Comics Code' door zoveel mogelijk seks en drugs te verwerken in hun strips. Ook in Comix 2000 staat veel seks, maar deze is minder op lust gericht en loopt opvallend genoeg in bijna de helft van de gevallen uit op een zwangerschap - het gevolg van een andere trend, namelijk dat het aantal vrouwen dat strips tekent aanzienlijk is toegenomen.

Allemaal tekenen die erop wijzen dat het medium strip na iets meer dan honderd jaar `volwassen' lijkt te zijn geworden. Naast de commerciële variant, die vooral wordt geassocieerd met kinderstrips, is er een grote groep kunstenaars die op eigenzinnige wijze verhalen met beelden vertelt. Hier kan een parallel worden getrokken met film en de experimentele kleine broer daarvan, video. Net als een film kost het produceren van een kleurenstrip voor meerdere taalgebieden veel geld. Het tekenen van een korte, experimentele zwart-wit strip op een zolderkamertje en deze vervolgens kopiëren is echter net zo'n toegankelijke en democratische kunstvorm als het gebruik van een goedkope videocamera. Comix 2000 inventariseert deze ontwikkeling en bakent op die manier de grenzen en mogelijkheden van het medium af. Het lezen van Comix 2000 geeft je het gevoel een volstrekt nieuwe en bruisende kunstvorm te ontdekken.

Comix 2000. L'Association, 2048 blz, zwart-wit, gebonden. ƒ145,-