Poetins man in Tsjetsjenië

Bislan Gantamirov verdween drie jaar geleden in een Russische gevangenis, veroordeeld wegens de verduistering van hulpgelden die na het eind van de eerste Tsjetsjeense oorlog waren toegezegd voor de slachtoffers van de oorlog en van fondsen voor de wederopbouw van Grozny. Gantamirov, de voormalige burgemeester van de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny, werd tot zes jaar cel veroordeeld.

Het begin van de tweede Tsjetsjeense oorlog, begin vorige maand, bracht Gantamirov op vrije voeten: premier Vladimir Poetin informeerde het en der binnen de pro-Russische gemeenschap van Tsjetsjenen in Moskou welke Tsjetsjeense leider kon worden vertrouwd, en vroeg president Jeltsin Gantamirov door een amnestie vrij te laten toen zijn naam werd genoemd. Nu leidt de 36-jarige multimiljonair (,,Ik ben de rijkste Tsjetsjeen'') een eenheid van 1500 Tsjetsjenen die, aan de kant van de Russen, tegen zijn eigen landgenoten optrekt. Sterker: volgens zijn talrijke vijanden staat hij toe hoe die eenheid van Tsjetsjenen (door de Russen `gantamirovtsy' genoemd) als kanonnenvoer wordt opgeofferd op het altaar van de Russische belangen in Tsjetsjenië.

Op Bislan Gantamirov kunnen de Russen al heel lang rekenen. In 1991 werd de voormalige politieman uit het zuiden van Tsjetsjenië, die nog een blauwe maandag rechten had gestudeerd, maar zich al gauw richtte op het verdienen van heel veel geld (grotendeels door de wapenhandel en door Russische kredieten aan te vragen en die vervolgens niet terug te betalen), burgemeester van Grozny, dankzij de toenmalige Tsjetsjeense president Djzochar Doedajev. Later evenwel raakte hij met Doedajev en vooral met diens jonge commandant Sjamil Bassajev in conflict over de verdeling van de opbrengst van de winning en het transport van olie. Hoewel de breuk met Doedajev en zijn medestanders om geld ging (en hij aanvankelijk nog trouw zwoer aan de Tsjetsjeense onafhankelijkheid en zelfs een Nationale Garde op poten zette), gaf Doedajevs stap Gantamirov een mooi alibi: zijn latere argument, dat Tsjetsjenië wel autonomie moest hebben, maar zich niet onafhankelijk moest verklaren verschafte de verdreven burgemeester in Russische ogen veel respectabiliteit.

Die respectabiliteit groeide nog nadat Gantamirov met een in het noorden van Tsjetsjenië zelfgeronseld legertje in november 1994 met Russische steun een poging deed Grozny te veroveren en Doedajev te verdrijven. Hij werd echter teruggeslagen. Doedajevs mannen namen later wraak door tachtig familieleden van Gantamirov te vermoorden – althans, dat beweert deze. De Russen toonden hun dankbaarheid door hem na het begin van de Russische invasie in december 1994 tot tweede man (achter Dokoe Zavgajev) van het quisling-regime te maken dat na een Russische zege de macht in Tsjetsjenië moest overnemen. Een grote onderscheiding, want Gantamirov was in het wespennest van rivaliserende Tsjetsjeense krijgsheren em clanleiders zeker niet de enige die tegen Doedajev was opgestaan. Hij was wel de enige die bleef, tot op de dag van vandaag. Gantamirov brak later met Zavgajev, maar werd na de inname van Grozny door de Russen toch opnieuw burgemeester van Grozny gemaakt, tot Doedajevs opvolger Aslan Maschadov hem verdreef en hij kort daarop met zes jaar aan zijn broek in een Russische gevangenis belandde.

Gantamirov is in wezen een rambo en een mafioso, zoals er veel rondlopen in de noordelijke Kaukasus; de krijgsheren van de tegenpartij, Sjamil Basajev en Salman Radoejev, zijn net zulke vechtjassen en mafiosi. Het belangrijkste verschil is dat zij principiële (zij het uiterst fanatieke en fundamentalistische) islamieten zijn. Anders dan zij heeft de charmante, intelligente en sluwe Gantamirov géén idealen of principes. Geld en macht zijn belangrijk, en volgens zijn omgeving is Gantamirov bereid om desnoods met de duivel in zee te gaan als hij daar geld en macht aan overhoudt: de duivel Doedajev vroeger, de duivel Poetin nu.

,,Ik ben niet pro-Russisch'', zegt hij zelf. ,,Maar alles is beter dan de bandieten die voor de onafhankelijkheid zijn. Kijk maar naar wat de onafhankelijkheid in drie jaar de Tsjetsjenen heeft opgeleverd.''