Platel toont zorgvuldig opgebouwde puinhoop

In het Vlaamse toneelstuk Allemaal indiaan van regisseurs Alain Platel en Arne Sierens gluren we door de ramen van een achterstandsbuurt. Op het podium zijn twee levensechte arbeiderswoningen nagebouwd. Grijze huisjes vol verworpenen. Rechts woont Franky de brandweerman met zijn zoon en zijn hysterische zus. Links woont Tosca met haar rijke kinderschaar. Op de begane grond is de wasserette van een asielzoekster die Kosovo heet.

Het gluren geeft een even fijn als ongemakkelijk voyeuristisch en zeer realistisch effect, vooral als de bewoners alleen zijn en ronddansen in ondergoed. Het kijken wordt pijnlijker als een flirt tussen de zwakzinnige Arno (`nen mentale') en zijn gedecolleteerde buurvrouw uitloopt op een poging tot verkrachting. Een duidelijk verhaal is er niet. De spelers doen maar wat, net als in het echte leven. Deze chaos is in feite zorgvuldig opgebouwd en strak getimed. In vier kamers tegelijk wordt gespeeld, maar het aandachtspunt wordt subtiel steeds op een kamer gericht.

Soms wordt het realisme doorbroken door een raak schrikeffect. De werkster hangt in haar ondergoed aan de dakgoot, het zoontje van de brandweerman springt uit het raam en wordt opgevangen door zijn vader. Arno de `mentale' springt met zijn hoofdtooi van nok tot nok. Als in het circus houdt het publiek de adem in want het dak is hoog en de grond is hard. Dat regisseur Alain Platel van huis uit choreograaf is, blijkt vooral uit deze acrobatiek van mooie, katachtig tuimelende lijven.

De toon is luchtig. Op het eerste gezicht is het best gezellig in de sociale woonwijk, maar er heerst onrust. Eenieder is moe, huilerig en ontevreden. Als gekooide dieren drentelen de bewoners heen en weer. Ze kleden zich vaak om. Veel geschreeuw en luide muziek. De brandweerman wacht op zijn vrouw die terugkeert uit een psychiatrisch ziekenhuis. De wulpse tiener droomt van New York, de werkster playbackt een lied. Playbacken: de droom der armen op een mooier leven in de showbizz. Maar vluchten is zinloos. Dat blijkt al uit de aanwezigheid van Kosovo (`ik kom uit Montenegro, nie uit Kosovo') die juist naar de woonwijk gedreven kwam.

Regisseur Alain Platel maakte vorig seizoen indruk met zijn dans/theatervoorstelling Iets op Bach. Hij werkte eerder met regisseur Arne Sierens in Moeder en kind en Bernadetje; ook losjes gestructureerde voorstellingen over het volkse leven, gebaseerd op improvisaties, in een dwingend decor. Platel werkt graag met kinderen en `echte mensen', wat de puurheid van de voorstellingen vergroot. Ook in Allemaal indiaan spelen de kinderen een grote rol, met hun schaamteloze plezier in het zichzelf tonen. Jammer dat het toneelstuk zo slecht te verstaan is. Het geluid blijft teveel in de huisjes hangen. Bovendien spreken de spelers Vlaams met een Gents accent, wat voor Nederlanders moeilijk te volgen is. Maar ook met deze handicap blijft Allemaal indiaan een pure, ontroerende en oorspronkelijke belevenis.

Voorstelling: Allemaal indiaan van Victoria/ Les Ballets C. de la B.. Regie: Alain Platel en Arne Sierens. Spel: Arend Pinoy, Johan Heldenbergh, Vanessa van Durme, e.a.. Gezien: 29/12 de Singel Antwerpen. Aldaar t/m 7/1. In Nederland: Holland Festival Amsterdam 22/6 t/m 24/6. Parade Festival Den Bosch 11/8 t/m 13/8. Inl. 0032-3-248 28 28.