Onthaasten? Sorry, geen tijd voor gehad

Aan het eind van de twintigste eeuw regeert niet de leugen, maar de haast. We willen alles krijgen, maar nemen nergens meer de tijd voor. Ondanks de roep om onthaasting staan we zelfs nauwelijks nog stil bij wat er met onszelf en onze omgeving in steeds hoger tempo gebeurt. We nemen niet de tijd om te leven, maar leven om tijd te maken. En hoe we ook ons best doen, het blijkt niet mee te vallen om dat gedrag te veranderen. Zo worden we bijna willoos meegevoerd op de maalstroom van de tijd.

De voormalige New York Times journalist James Gleick wil in zijn nieuwe boek Faster de moderne maatschappij een spiegel voorhouden en haar bezetenheid met het fenomeen tijd blootleggen. Alles moet steeds sneller, stelt hij vast. Het paradoxale is echter dat hoe meer de technologie ons in staat stelt om aan die eis te voldoen, hoe minder tijd we lijken over te houden. Voor een deel zijn we daar zelf schuldig aan, aldus Gleick. Je bent pas iemand als je geen tijd hebt om je met allerlei nutteloze activiteiten bezig te houden.

Gleick geeft tal van amusante voorbeelden van hoe de moderne samenleving op die permanente jacht naar tijdwinst is ingericht. Niemand vindt het bijvoorbeeld leuk om op een lift te wachten. Uit onderzoek blijkt dat mensen vijftien seconden wachttijd nog acceptabel vinden, maar er zichtbaar de pest in krijgen als het oponthoud langer duurt dan een halve minuut. Daarom worden liften tegenwoordig uitgerust met meer rekenkracht dan er aanwezig was in een `ouderwetse' Apollo maanraket. Deze intelligente liften slaan verdiepingen over als ze toch al vol zitten, en houden rekening met bepaald gedrag, zodat ze klaarstaan wanneer een hele verdieping gaat lunchen.

Maar er zijn altijd onvoorziene omstandigheden en tijdverlies voor een gesloten liftdeur is onvermijdelijk. Het vervelendste daarvan is dat je er zo weinig aan kunt doen. Pas in de lift is er een uitweg voor alle frustratie: de knop waarmee de liftdeuren gesloten kunnen worden. Gleick onthult echter dat het althans in de Verenigde Staten geen enkele zin heeft daarop te drukken, omdat de knop veelal onklaar is gemaakt: het is een placebo. Daarmee worden schadeclaims voorkomen van mensen die met lichaamsdelen tussen de sluitende deuren bekneld zijn komen te zitten.

Bijna overal kunnen nog (milli)seconden worden gewonnen. Niet alleen in het persoonlijke leven, maar vooral in de economie. De eerste die met de stopwatch in de hand - of verborgen in een uitgehold boek - de fabrieken inging was de Amerikaan Frederick Taylor. Hij introduceerde aan het einde van de negentiende eeuw op het hoogtepunt van de Industriële Revolutie zijn `wetenschappelijke' methoden om de productiviteit te vergroten. Het ideaal van `Speedy Taylor' was een optimale samenwerking tussen mens en machine, ten dienste van een maximale efficiëntie. Zijn verhandeling over `Shop Management' uit 1903 was volgens Gleick een `vaarwel aan een wereld die geen haast had'. Nog altijd heeft het `Taylorisme' veel volgelingen. Een aardig voorbeeld zijn de telefonische inlichtingen in, opnieuw, de Verenigde Staten. Daar is de gemiddelde tijd die een telefoniste aan een vragensteller besteedt teruggebracht tot 21 seconden. Speciale software verwijdert onnodige pauzes en haperingen in de vraag van de klant en speelt deze vervolgens versneld aan de telefoniste af. Zodra het nummer is gevonden, wordt dit automatisch door een computer weergegeven, zodat de volgende klant kan worden geholpen, wiens vraag natuurlijk intussen alweer is voorbewerkt. Wie serieus met zijn tijd omgaat, betaalt vervolgens om direct doorverbonden te worden met het zojuist aangevraagde nummer. Dat scheelt weer de tijd van het intoetsen.

Je wordt er al moe van als je het leest, en ik begon me een beetje te voelen als Alice die in Through The Looking Glass van de rode koningin te horen krijgt dat ze maar in een langzaam land woont: `Je kunt er nog eens ergens komen als je heel hard loopt. Hier moet je je benen uit je lijf rennen om op dezelfde plaats te blijven, snap je.'

Gelukkig ligt de natuur af en toe dwars. Zelfs de grootste workaholic kan niet zonder een paar uur slaap per etmaal. Wie te snel reist krijgt problemen met de jet lag. Een magnetron helpt je niets wanneer je soufflé wilt maken. De tijd die nodig is om een boterham te roosteren, wordt onherroepelijk bepaald door de snelheid waarmee de warmte zich door het brood verplaatst, en daar kan geen fabrikant iets aan doen.

Onze obsessie met snelheid heeft er bovendien voor gezorgd dat op sommige terreinen juist het tegendeel is bereikt. Het verkeer rond vele grote steden wordt bijna de gehele dag geteisterd door files en ook op het steeds drukker bezochte digitale WWW (`World Wide Wait') zijn we tegenwoordig veel meer tijd kwijt met wachten dan met surfen. Snelheid verkeert zo in zijn tegendeel.

Dat hoort niet: informatie moet direct beschikbaar zijn. Iedereen moet ons overal vandaan direct kunnen bereiken. Daarom nemen we een laptop met gsm mee om overal ter wereld onze post te kunnen lezen. Het is in dat opzicht bezien bijna onvoorstelbaar dat bijvoorbeeld in de Engels-Amerikaanse veldslag bij New Orleans in 1815 tweeduizend mensen het leven verloren, twee weken nadat het vredesverdrag tussen Engeland en de opstandige kolonie al was gesloten. Zo lang deed informatie er nu eenmaal over om de oceaan over te steken.

Dit soort anekdotes volgen elkaar in Faster zo snel op dat je nauwelijks de tijd krijgt om ze allemaal goed tot je door te laten dringen. Vorm en inhoud zijn daarmee volmaakt met elkaar in overeenstemming. We hebben weinig tijd meer over om een boek te lezen - zo'n zestien minuten per dag als we Gleick mogen geloven - en dus moet elk verhaal snel worden opgediend. Mij viel pas op hoeveel aardigs het boek bevat toen ik nog eens terugbladerde en de tijdens het lezen aangekruiste passages rustig nalas. In al die anekdotes is Gleick op zijn best, maar helaas is dat niet voldoende om van Faster echt een goed boek te maken. Daarvoor ontbreken richting en diepgang. Je kunt je natuurlijk afvragen of dat wat uitmaakt. De zevenendertig hoofdstukjes van de nieuwe Gleick zijn sociologisch fast food. Ook dat kan op zijn tijd lekker zijn.

James Gleick: Faster. The Acceleration of Just About Everything. Pantheon, 324 pagina's, ƒ61,20