Notendoppen en handomdraaien

Wie de wereldgeschiedenis in een rustig kwartiertje wil nalezen, kan terecht bij boekjes die in een oogwenk van de brontosaurus naar Bill Clinton marcheren. Een uitputtend overzicht van de korte adem.

Droog feit of grote lijn. De tegenstelling is al zo oud als het geschiedenisonderwijs. Toch is het een schijntegenstelling. Het een kan niet zonder het ander. Wie niet een minimum aan chronologische kennis heeft, zal nooit tot de `grotere verbanden' komen. En wie zich alleen met die grotere verbanden bezighoudt, loopt het gevaar te abstraheren en louter `autonome processen' te zien.

Maar hoeveel belangrijke jaartallen zijn er? En hoeveel `gebeurtenissen', of `feiten'? En hoe zinvol is het om die te kennen?

Met 2000 voor de deur doet zich een hausse voor aan publicaties die in klein bestek een grote greep doen en zo een soort `verzameld werk van de mensheid' bieden. Alsof het publiek en de uitgevers zich op de valreep realiseren dat we morgen collectief jarig zijn en het goed is de balans op te maken, rekenschap af te leggen, onszelf een rapportcijfer te geven. Dat is hoogmoed. Alsof de auteur, of de lezer, verantwoordelijk is voor het verleden, zich op de borst mag slaan over zoveel vooruitgang in de wetenschap, of zich juist moet schamen over zoveel honger en oorlog op de aardbol.

Dat rekenschap geven gebeurt op vele manieren, maar al die boeken en boekjes worstelen met de strijd tussen jaartal en ontwikkeling. Er zijn historici die de twintigste eeuw hebben samengevat, zoals Eric Hobsbawm in Age of Extremes; dat zijn auteurs die schreven voor hun collega's. Maar ook de leek is jarig. Ook hij moet bediend worden. Kennelijk leeft bij uitgevers het idee dat er een doelgroep bestaat met een behoefte om compact en overzichtelijk het verleden onder handbereik te hebben - maar dan wel mondjesmaat. Niet te dik en niet te moeilijk en voor luttele tientjes. Men speelt daarbij in op de verdamping van parate historische kennis. Historische musea hebben de hoop al opgegeven een beroep te kunnen doen op achtergrondkennis van het publiek. Chronologie, aldus een woordvoerder van dit type musea onlangs in deze krant, daar kan het publiek niets meer mee.

Verwaaide kennis

Toch is de hausse aan dit soort boekjes niet alleen maar gekoppeld aan deze eeuwwisseling; beknopte overzichtswerken en `ditjes en datjes uit de historie' bestaan al veel langer. De zestiende en zeventiende eeuw kenden compendia met historische feiten, anekdoten, grappen, uitspraken van beroemde personen en weetjes. Men kon ze debiteren in gezelschap om door te gaan voor een belezen, onderlegd en onderhoudend persoon. De twintigste-eeuwse `bluff your way in'-serie is er een verre nazaat van. In de negentiende eeuw verschenen korte geschiedenisoverzichten die in dienst stonden van een nationaal besef dat bij de jeugd moest worden gekweekt.

In de twintigste eeuw kwam daar nog een motief bij: niet alleen waren zulke handzame overzichtswerken bedoeld om iets nieuws te leren, maar vooral om ooit aanwezige kennis op te frissen. Voor de oorlog verscheen bij uitgeverij Hollandia al een serie `notedoppen', waarin onder meer een wereldgeschiedenis uitkwam, vertaald uit het Amerikaans. En in De geschiedenis van ons vaderland in een Notedop, kort na de bevrijding, wijst deze uitgever op een interessant onderscheid: `wij zijn', schrijft hij, `geen Amerikanen, het gaat ons Nederlanders niet alleen om amusement. Wij houden niet van grapjes bij de behandeling van ernstige stof. Bij ons moeten de dingen degelijk zijn, wel overwogen en volkomen verantwoord.' Verder heeft hij de indruk dat het vooral de ouderen zijn die gebruik van het boek zullen maken. `Zij zijn de algemene geschiedenis-kennis' kwijtgeraakt, zo die er al geweest is. `Men is blij met het bezit van een handzaam, vlot geschreven, aangenaam leesbaar en niet te dik geschiedenisboek, met behulp waarvan men zijn verwaaide kennis weer bijeenharkt en daardoor het plezierige gevoel krijgt, toch niet zo dom te zijn, als men zich aanvankelijk waande.'

Die defensieve toon treffen we ook aan bij de huidige geschiedenissen van de grote, of kleine, greep. Maar als die klacht zo oud is, is er dan ooit een tijd geweest, dat iedereen wèl parate historische kennis bezat?

Het lijkt me sterk. Nu is het daar, zoveel is zeker, de tijd niet meer naar. Geschiedenis moet leuk en onderhoudend zijn. Historische musea moeten amuseren, in de strijd met andere vrijetijdsinstellingen. Kennis staat op schijf: overzichtswerken, encyclopedieën, archiefbestanden en hele museumcollecties zijn beschikbaar op cd-rom. Musea kan men thuis op een website bezoeken, zodat ze hun eigen bestaan overbodig maken. Archieven zijn vergevorderd met plannen om hun bestanden digitaal te archiveren. Kilometers magazijn worden overbodig. Het boek is dus hooguit nog een aanleiding, een tastbare verwijzing naar al die gedigitaliseerde kennis.

Kneedbaar verleden

Het aanbod aan `geschiedenis in kort bestek' is groot en de veelvormigheid laat zien hoe kneedbaar het verleden is. Er zijn twee soorten. Enerzijds het zakelijke, chronologische overzicht en anderzijds het verhalende type. In de eerste categorie valt Sesams Atlas bij de Wereldgeschiedenis, voor het eerst in 1964 gepubliceerd bij Deutscher Bücher Verlag. Twee handzame pocketdeeltjes met links heldere kaartjes en schema's en rechts een jaartallenlijst. Voor Nederland alleen is er het Kalendarium. Geschiedenis van de Lage Landen in jaartallen van H.P.H. Jansen, oorspronkelijk verschenen in 1971 en dit jaar aan zijn negende druk toe. Een kalendarium van de wereldgeschiedenis verschijnt volgend jaar. Saai? Ja, wat wil je, dat is hier niet het criterium: het gaat om de toepasbaarheid.

Wie het niet kinderachtig wil aanpakken en de laatste tweeduizend jaar in verhalende vorm onder handbereik wil hebben, maakt geen slechte keus met Twintig eeuwen zien op u neer. De titel is een variatie op een uitspraak van Napoleon (Frans generaal, veroverde Egypte in 1799, werd later keizer), die voor de piramide van Gizeh een toespraak tot zijn soldaten begon met de zin `Soldats! Du haute de ces Pyramides, 40 siècles vous contemplent'. Drie vaklieden hebben in dit boek per eeuw een thema gekozen, een gebeurtenis, een ontdekking of een ontwikkeling, die bepalend is geweest voor de latere geschiedenis. Het zijn leesbare hoofdstukken geworden, met thema's als `de kerstening van Clovis', `de ontdekking van Kaap de Goede Hoop' en `de val van de muur'. Elk met een korte bibliografie.

Een dikker boek behandelt alleen de laatste duizend jaar en heet ietwat bits Millennium 1000-2000. Dit is een wereldgeschiedenis waarvan de gegevens stammen uit De Grote Winkler Prins Encyclopedie (1979-1984). Deze spin-off van de encyclopedie is dan ook een naslagwerk en bevat kaartjes en veel, niet erg fraai gereproduceerde, illustraties. De vormgever is hier duidelijk in de knoop geraakt met verschillende tekstonderdelen over drie kolom (lopende tekst, aparte kadertjes in verschillende kleuren en bijschriften), wat een onoverzichtelijke indruk maakt. De wereldgeschiedenis wordt wel erg gereduceerd in een ander boekje, dat alleen de twintigste eeuw omvat: H. Ulrichs De 20ste eeuw in een notendop. Het maakt deel uit van een reeks `notendoppen' van uitgeverij Prometheus. Dit deeltje is ook een spin-off, en wel van eerder door de auteur geschreven schoolboeken.

Hebben de bovengenoemde boeken betrekking op respectievelijk Europa en de hele wereld, andere werken bepalen zich tot Nederland, zoals Nederland in een handomdraai. Het is verdeeld in periodes en in zo'n vijfhonderd hoofdstukjes. Opvallend is de grote aandacht voor de vroege periodes, vanaf het smartelijke einde van de Mososaurus. De samenstellers, alledrie redacteur van NRC Handelsblad, hebben geen gebruik gemaakt van journalistieke kunstgrepen, of populair taalgebruik en zijn in hun doelstelling, het maken van `een leesbaar overzicht' in informatieve, neutrale taal, zeker geslaagd. Wie de vaderlandse geschiedenis in nog kleinere brokken wil consumeren kan terecht bij twee vorig jaar verschenen boekjes: De Nederlandse geschiedenis in een notendop van Herman Beliën en Monique van Hoogstraten, en Geschiedenis van Nederland van Gijs van der Ham.

Dan hebben we nog twee andere boeken, die met een thematische invalshoek het verleden aanpakken, minder encyclopedisch en meer verhalend van opzet. Het aanzien van een Millennium is een bewerkte heruitgave van een boek dat in groter formaat al in 1984 verscheen als Spectrum Atlas van historische gebeurtenissen van de Lage Landen. Hier is gekozen voor gebeurtenissen die worden verteld met veel aandacht voor de plaats van handeling en de reacties van ooggegetuigen. Ook hier veel illustraties, minder goed gereproduceerd dan in Nelleke Noordervliets Op de zeef van de tijd. Dat moet ook wel, want in dit boek is het niet de plek, of een chronologie die de formule van het boek bepaalt, maar zijn het de voorwerpen van de afdeling Nederlandse geschiedenis van het Rijksmuseum. Het is een informatief, verhalend boek, over de periode die loopt van de Late Middeleeuwen tot aan de Tweede Wereldoorlog. Door de afbeeldingen, die sinds jaar en dag boeken over Nederlandse geschiedenis illustreren en door de eenvoudige verteltoon heeft het iets tijdloos': het had ook vijftig of zeventig jaar geleden geschreven kunnen zijn.

Kwartetten

Behalve het kalendarium en het verhaal is er een derde vorm van geschiedenis op de markt gekomen: het luchtige vermaak. Zo is daar de Geschiedeniskalender 2000 (Sdu Uitgevers/Standaard Uitgeverij). Voor elke dag een historisch raadsel: waar en door wie werd de eerste wolkenkrabber gebouwd? Wie is de uitvinder van de thermostaat? Waaraan dankt Witte Donderdag zijn naam? Het uitgebreide antwoord staat op de achterkant. Niet daggebonden is De vaderlandse geschiedenis in 100 spelletjes, een luchtig, gevarieerd werkje dat volgens de inleiding ook kan dienen als gezelschapsspel. Op dat gebied is er overigens ook alweer een ander product: Het historisch kwartetspel, dat uitgeverij Verloren twee jaar geleden uitgaf (ƒ9,95).

Wat houden we nu eigenlijk over?

Net als met kook- of tuinboeken gaat het erom wat de lezer wil: een leesboek, een naslagwerk of een boek met ditjes en datjes. En wat wil de auteur, of de uitgever? Opvallend is de defensieve toon van bijna alle inleidingen. Helaas, zo is de strekking, we weten haast niets meer, het grote vergeten is aangebroken, de geschiedenis verdampt en daarom is dit overzicht zo nuttig.

Zakelijk en nauwkeurig, en bovendien gespeend van pogingen tot leukigheid, zijn vooral Sesams Atlas van de wereldgeschiedenis en Jansens Kalendarium. Voor een beknopt verhalend geschiedsoverzicht zijn de criteria veel moeilijker: als leesboek is Twintig eeuwen zien op uw neer, in alle bewuste beperking, heel goed.

Voor Nederland dienen zich drie geschiedenissen in zakformaat aan, geschreven door historici: `Handomdraai', `Notendop' en `Geschiedenis', in respectievelijk 351, 130 en 127 bladzijden en voor respectievelijk ƒ29,50, ƒ16,90 en ƒ19,90. Alle drie voorzien van een index en een literatuurlijst. Nederland in een handomdraai is het meest afgewogen en biedt de beste waar voor zijn geld met ook de langste literatuuropgave.

Visioen

Het blijft een onmogelijk genre. De historicus ziet vooral wat er niet in staat, of wat te beknopt of te ongenuanceerd is behandeld. Anderszins is het goed dat er zoveel van die boeken en boekjes voorhanden zijn. De oogst kan een modaal gezin bedienen. Grootvader leest voor uit het Rijksmuseumboek, oma legt de plaatjes uit. Pa en moe halen hun middelbare schoolkennis op uit één van de geïllustreerde overzichten, de kinderen lezen een notendopje door om vervolgens elkaars kennis te toetsen aan de Geschiedenis in honderd spelletjes.Daarna wordt tot diep in de nacht historisch gekwartet.

Dat is een visioen uit de twintigste eeuw. In de komende jaren zien we grootvader op de website van het Rijksmuseum zoeken naar het stokske van Oldenbarneveldt om daarmee, zacht neuriënd de maat van het Wilhelmus te tikken op de boekenkist van Hugo de Groot. Grootmoeder voert interactieve gesprekken met Jacoba van Beieren en Anne Frank over het thema `de ander'. Vader heeft contact met de Genealogische Helpdesk, waarna moeder de mooie voorontworpen stamboom van de familie, voltooid tot zeven generaties terug, uit de kleurenprinter laat rollen. Broer laat juichend weten dat hij dankzij een geheim chemisch wapen Napoleon eindelijk de slag bij Waterloo heeft laten winnen op het programma Histofun. Zus is uit, naar een houseparty in het voormalige Historische Museum.

Alleen op de wc staart men nog naar de historische kalender. Een relict uit een millennium waarin geschiedenis nog van papier was.

H.P.H. Jansen: Kalendarium. Geschiedenis van de Lage Landen in jaartallen.

Het Spectrum, 322 blz. ƒ24,90

Herman Beliën, Fik Meijer, Wijnand Mijnhardt, Peter Raedts: Twintig eeuwen zien op u neer. Een wereldgeschiedenis vanuit Europees perspectief.

Ambo, 256 blz. ƒ29,90

Akke van der Meer en Martine Both: Millennium, 1000-2000. Winkler Prins/Elsevier, 320 blz. ƒ99,50

Willem Velema (samenstelling): Het aanzien van een Millennium. Kroniek van historische gebeurtenissen in de Lage landen, 1000-2000.

Het Spectrum, 310 blz. ƒ34,90

Hans Ulrich: De 20ste eeuw in een notendop. Wat iedere Nederlander moet weten van de 20ste eeuw. Prometheus, 160 blz. ƒ16,90

Bas Blokker, Gijsbert van Es, Hendrik Spiering: Nederland in een handomdraai. De vaderlandse geschiedenis in jaartallen.

Balans, 352 blz. ƒ29,90

Nelleke Noordervliet: Op de zeef van de tijd'. Een geschiedenis van Nederland. Waanders/Rijksmuseum, 206 blz. ƒ49,50 (pbk), ƒ65,- (geb.)

Anton van der Lem: De vaderlandse geschiedenis in 100 spelletjes. Contact, 144 blz. ƒ29,90