Nog altijd een beetje Haagse kak

Waar zijn ze gebleven, de clubs die in een periode van deze eeuw in hun tak van sport de beste van Neder- land waren, maar nu uit beeld zijn verdwenen? In de vierde en laatste aflevering voetbalvereniging HVV.

Slechts drie clubs in het Nederlandse voetbal hebben meer landskampioenschappen behaald dan HVV: Ajax, Feyenoord en PSV. De Haagse Voetbal Vereniging won acht titels – waaronder de eerste van deze eeuw – maar leeft tegenwoordig in een hele andere wereld dan de Grote Drie uit het betaalde voetbal. Het eerste elftal speelt bescheiden in de derde klasse en daar is men aan de statige Van Hogenhoucklaan best tevreden mee. ,,Hoe het met de club gaat? Heel goed, dank u'', zegt voorzitter Reinier Luijckx.

Ook bij de amateurs neemt de oude Haagse club tegenwoordig een bijzondere positie in, want HVV heeft er bewust voor gekozen geen vaste – inmiddels legale – onkostenvergoeding aan zijn eerste-elftalspelers te verstrekken. ,,We betalen weleens de trein voor een student, maar dat is alles'', zegt Luijckx. Betalen aan spelers past niet bij de clubcultuur. De leden komen uit betere buurten van Den Haag en Wassenaar. HVV staat voor, zoals de voorzitter het zegt, ,,een beetje bekakt''.

Toch gaan er af en toe ook bij HVV stemmen op om financieel `iets te doen' voor de spelers. Maar daar zal volgens insiders nooit een meerderheid voor te vinden zijn. De consequentie is dat het eerste elftal waarschijnlijk niet hoger dan de derde klasse zal reiken. Dat HVV bij de invoering van het betaald voetbal in Nederland niet de stap naar de profs maakte, had weinig met het beleid te maken. De club speelde toen al geruime tijd niet meer op het hoogste niveau. In 1932 degradeerde HVV voor het eerst in haar bestaan. Daarna slaagde de club er nooit meer in om terug te keren aan de top.

Ondanks de steeds groter worden verschillen voelt HVV nog steeds een band met Ajax. Dat was de eerste club die HVV passeerde in aantal kampioenschappen. Ajax (nu 27 titels) ontving destijds keurig een felicitatie uit Den Haag. De hoofdmacht van de Amsterdamse club – met spelers als Van Basten, Rijkaard en Vanenburg – luisterde in 1983 ook het honderdjarig bestaan op van de voetbalafdeling van de Haagse vereniging door een wedstrijd tegen de amateurs te voetballen. Aan de muur van de bestuurskamer hangt nog steeds de klok, die het Ajax-bestuur destijds alleen aan Europa-Cuptegenstanders cadeau gaf. Maar voor HVV werd een uitzondering maakte.

Ook de naam van Vitesse heeft een bijzondere klank voor de HVV'ers. Dat komt omdat de Haagse club op 31 mei 1914 zijn laatste landstitel won door een overwinning op de Arnhemmers. Vitesse, de nummer één van het oosten, had die middag tegen HVV genoeg aan een gelijkspel om de eerste niet-westelijke kampioen van Nederland te worden.

Vlak voor tijd stond het nog 1-1. ,,Eén minuut nog! Tonny Kessler gooit in, twee meter van de hoekvlag af'', aldus een ooggetuigeverslag uit die tijd. ,,V.d. Bergh speelt hem den bal weer toe en de blonde Germaan geeft een hoge boogbal naar Göbel die met uitgestrekte armen den bal tegemoet gaat, hem even lipt, maar niet in in zijn heilige handen kan krijgen, zoodat de bal tegen de lat komt, in 't veld terugspringt... op den voet van de Serriére.''

En zo bezorgde jonkheer Guus de Serriére zijn ploeg het kampioenschap. Volgens de overlevering stonden er die dag aan Haagse kant negen spelers met een adellijke en/of academische titel op het veld. Graag had HVV vorig jaar nog een keer tegen Vitesse willen spelen. Op dat verzoek kreeg het bestuur een kort en kil standaardbriefje terug, met daarin slechts de vermelding de prijs van een oefenwedstrijd tegen de eredivisieclub. ,,Ik denk dat meneer Aalbers (voorzitter van Vitesse, red.) niet eens weet hoe goed Vitesse was aan het begin van de eeuw'', zegt HVV-voorzitter Luijckx.

Op gepaste wijze koestert HVV zijn roemruchte verleden. Overal in het clubgebouw hangen herinneringen aan vroeger. Op de bovenverdieping staan prachtige borden waarop alle spelers staan vermeld die meer dan honderd wedstrijden voor de hoofdmacht hebben gespeeld. En alle internationals. Én alle kampioenschappen. Officieel heeft HVV acht landstitels gewonnen, de Hagenaars zelf tellen er 1891 en 1896 ook nog bij en komen op tien uit. Hoe dan ook, HVV was in de beginperiode van het georganiseerde voetbal een van de toonaangevende clubs. Op 12 april 1909 stonden er in de interland tegen de amateurs van Engeland zelfs vijf HVV'ers in het Nederlands elftal – onder wie mr. J.H.H. `Dé' Kessler, die uiteindelijk tot 21 interlands kwam.

HVV speelt al langer dan een eeuw op hetzelfde complex, De Diepput. Weggejaagd van het Malieveld kwam HVV terecht op een deel van landgoed Clingendael, de buitenplaats van Baron van Brienen. Het verhaal gaat dat de baron bereid was de club er te laten voetballen als hij het vanuit zijn raam maar niet kon zien. De eerste huurprijs werd vastgesteld op 280 gulden per jaar. Tegenwoordig is de club zelf eigenaar van het complex. Aangezien het terrein aan de Wassenaarseweg grenst, kreeg HVV al snel zijn vermaarde bijnaam `De Leeuw van Wassenaar'.

HVV is onderdeel van de Haagse Cricket en Voetbal Vereniging (HC & VC). Het cricket was er zelfs al eerder dan het voetbal, sinds mei 1887 en zodoende kreeg in 1987 het predicaat `koninklijk'. De Haagse cricketers (HCC) waren nog veel succesvoller dan de voetballers en zijn in totaal 47 keer landskampioen geworden. Daaraan ontleent de club zijn andere bijnaam, `De Groote Haagsche'.

Sinds ruim twintig jaar heeft de club ook een tennis- en squashafdeling. In totaal heeft de vereniging 1.400 leden. HVV heeft een luxeprobleem, want door de omvang van de voetbaltak is het complex (drie velden) te klein. Soms moet er ergens anders een veld worden gehuurd. ,,Toch denk ik dat we over honderd jaar nog op De Diepput zitten'', zegt de voorzitter.

Het dieptepunt op voetbalgebied beleefde HVV toen het eerste elftal in 1988 naar de Haagse afdeling, tegenwoordig de vijfde klasse, afzakte. En dat vonden ze zelfs bij HVV te gortig. Niet voor niets staat de terugkeer naar de vierde klasse, in 1990, op het bord op de bovenverdieping van het clubgebouw net zo groot beschreven als de landskampioenschappen.