Millenniumgekte

Onlangs heb ik hier tussen neus en lippen door me laten ontvallen dat de twintigste eeuw na vandaag nog een jaar te gaan heeft. Daar heb ik heel wat brieven op gekregen, waarin mij haarfijn uitgelegd werd dat ik het bij het verkeerde eind had. Nu is tijdrekenkunde nooit mijn sterkste vak geweest, dus ik was onder de indruk.

Ik had gedacht dat ik met simpele logica had kunnen volstaan: als een decennium loopt van 1 tot en met 10, waarom zou een eeuw of een millennium dan plotseling beginnen met 0 en eindigen met 99? Maar zo gemakkelijk is het dus blijkbaar niet. Ik was bijna bereid mij gewonnen te geven.

Maar toen las ik in de Frankfurter Allgemeine Zeitung van eergisteren een artikel van Hubert Markl, die, eveneens tussen neus en lippen door, schrijft dat de ,,werkelijke eeuwwisseling'' een jaar na de jaarwisseling 1999/2000 volgt. Hij beargumenteert dit niet, maar zijn artikel gaat dan ook niet over deze kwestie.

Voor mij was dit evenwel voldoende om te gaan twijfelen aan het gelijk van mijn opponenten. Niet dat ik weet wie Hubert Markl is, maar ik weet wel wat hij is, want dat stond onder dat artikel. Hij is voorzitter van de Max-Planck-Gesellschaft, het topje dus van de Duitse wetenschap. Zo'n man zal toch wel weten waar hij over praat?

Is dus die hele millenniumgekte alleen maar een hype? Zo ja, dan is die ontstaan door iets wat een werkelijk probleem is of was: het feit dat de computers over de hele wereld niet op 2000 waren afgesteld, maar op 00, zodat ze, bij die cijfers aangekomen, weer bij de 1900 zouden beginnen te rekenen. Als daar niets aan gedaan zou worden, zou de chaos losbreken. Dat werd het millenniumprobleem genoemd. (Waarom niet het centenniumprobleem, is mij een raadsel.)

Hoe dan ook, de meest gerenommeerde bladen gaan er – tegen beter weten in? – van uit dat morgen de eenentwintigste eeuw begint. Alles staat in het teken van het millennium. Ook de zeer serieuze Times Litterary Supplement doet er aan mee. Aan een kleine vijftig schrijvers, meest Engelstaligen, heeft het gevraagd wat zij de belangrijkste boeken van het jaar 1999 en van het tweede millennium vonden. In het nummer van 3 december stonden de antwoorden.

Die zijn gepubliceerd onder de kop `International books of the year – and the millennium'. Er staat geen vraagstelling bij, zodat we moeten aannemen dat de beantwoorders vrij gelaten werden te beslissen of het hier ging om boeken die de meeste indruk op hen gemaakt hadden dan wel om boeken die zij, objectief gesproken, het belangrijkst vonden.

Wat de boeken van 1999 betreft, wil ik alleen maar zeggen dat ik de grootste bewondering heb voor mensen die met antwoorden komen. Als je één boek het belangrijkste vindt, dan mag je aannemen dat dat een keuze is uit vele dit jaar gelezen boeken. Waar vinden die mensen, die meestal een drukke werkkring hebben, in godsnaam de tijd om al die boeken te lezen?

Dat geldt natuurlijk ook voor het belangrijkste boek van het millennium, maar om tot die keus te komen, hebben de beantwoorders een heel leven gehad. Niettemin vind ik het een belachelijke vraag. De eerste vier, vijf eeuwen immers konden de meeste mensen niet lezen en waren er dus ook maar weinig schrijvers. (Er worden in de antwoorden drie genoemd: Beowulf, Dante en Hildegard von Bingen.)

Toch geven die antwoorden, met alle beperkingen en bezwaren die ze aankleven, toch wel een aardig beeld – niet van het tweede millennium, maar van de smaak of perceptie van de beantwoorders. Die is heel sterk angelsaksisch bepaald. Van de ongeveer 25 uitverkorenen zijn er elf Engelstalig.

Zes komen uit Frankrijk (Montaigne, Descartes, Rousseau, Diderot, Proust en Lucien Febvre), drie uit Italië (Dante, Vico en Primo Levi), twee uit Rusland (Dostojevski en Toergenjev), een uit Spanje (Cervantes), een uit Duitsland (Hildegard von Bingen) en een uit Nederland (Spinoza).

Opmerkelijk is de geringe oogst uit het Land der Dichter und Denker. Zelfs het Universalgenie Goethe wordt niet genoemd. Ongetwijfeld zou een soortgelijke enquête in Duitsland een heel ander resultaat opleveren. Trouwens, in elk land zou de uitslag verschillend zijn en eveneens sterk nationaal bepaald – hoewel ik me afvraag of zo'n enquête, in Nederland gehouden, Spinoza zou produceren (niet dat hij dat niet zou verdienen).

Natuurlijk zijn er schrijvers die door meer dan één beantwoorder als de grootste van het millennium worden genoemd. Vijf kozen er Shakespeare, vier Dante, drie Darwin, drie Proust, twee Cervantes, twee Beowulf en twee de King James' Bible (de in opdracht van Jacobus I van Engeland en Schotland vervaardigde bijbelvertaling van 1611).

Komen er dus meer Engelstaligen dan anderen op de lijst voor, dat wil niet zeggen dat, behalve Shakespeare, dezen ook met de meeste prijzen pronken. Wat dat betreft, zijn smaak en perceptie vrij cosmopolitisch, hoewel alweer de afwezigheid van Duitsland opvalt. We mogen overigens wel aannemen dat Darwin en de bijbelvertaling van Jacobus zijn gekozen op grond van hun invloed op resp. wetenschap en taal, eerder dan wegens hun intrinsieke schoonheid.

Wat zou mijn keuze zijn als mij de vraag gesteld zou zijn naar het belangrijkste boek van het millennium. Mij beperkend tot de Nederlandse letterkunde, zou ik dan uitkomen op de Statenbijbel, die de Nederlandse taal heeft gevormd (samen met P.C. Hooft, die trouwens ook heel mooie gedichten heeft geschreven).