Maatwerk op tv

De Nederlandse televisiekijker staat in 2000 een kleine revolutie te wachten: op een groot aantal kabelnetten zal de digitalisering met kracht ter hand worden genomen. Een gedigitaliseerd kabelnet kan aanzienlijk meer verschillende signalen doorgeven. De techniek maakt het dus mogelijk pakketten van themazenders samen te stellen, afgestemd op de individuele kijker. Ook video on demand, het opvragen door de individuele kijker van programma's, wordt werkelijkheid.

Op den duur zal deze techniek het kijkgedrag sterk doen veranderen. Op dit moment zijn bijna alle Nederlandse televisiezenders nog `algemene' zenders. Zij klutsen informatie, series, documentaires en amusement door elkaar tot een geheel, hopend de kijker vast te houden. Iedereen weet dat de trouwe kijker fictie is: al zappend zoekt hij van kanaal naar kanaal tot hij iets van zijn gading vindt. Of hij opteert bewust voor een bepaald programma, los van wat daarvoor of daarna te zien is.

Onder groepen kijkers met digitale keuzemogelijkheden, in de Verenigde Staten of Frankrijk bijvoorbeeld, daalt de belangstelling voor `algemene' televisiezenders tot ongeveer vijftig procent. De helft van de kijktijd gaat op aan toegesneden televisiezenders.

In de ons omringende landen zien de publieke omroepen de bui hangen en streven ze ernaar om vanaf het begin van de digitalisering – of die nu per ether, kabel of satelliet plaatsvindt – met aangepaste produkten aanwezig te zijn. De Britse BBC en de Duitse ARD en ZDF zijn digitale themakanalen voor nieuws, drama, educatie, herhalingen van uitzendingen op andere zenders etc. gestart, die vanuit de omroepgelden worden gefinancierd. In Frankrijk, Spanje en Italië gebeurt hetzelfde, zij het deels op commerciële basis.

In Nederland heeft de NOS een paar jaar geleden een plan gelanceerd voor een aantal themazenders, maar daarover is weinig meer vernomen. Wie het achterhoedegevecht van sommige publieke omroepbestuurders over het beheer van de bestaande tv-zenders aanschouwt, kan daarover niet al te verbaasd zijn. Als er al partijen pruilend weglopen naar de commercie, omdat zij een spelletje niet meer op het `eigen' kanaal mogen vertonen, kun je je voorstellen hoeveel moeite het zou kosten omroepen overeenstemming te laten bereiken over de inrichting van themakanalen.

Dit betekent wel, dat de publieke omroep en de overheid die zich met die omroep bezig houdt, bezig zijn ten tweede male de boot te missen. Voor het eerst gebeurde dat tien jaar geleden: de publieke omroep, toen nog monopolist, meende zich niets te hoeven aantrekken van de internationale trend naar commerciële omroep en verloor prompt de helft (of meer) van zijn publiek toen die commerciële omroep er, uit het buitenland, toch kwam.

Dat dreigt nu weer: de buitenlandse bedrijven die in Nederland abonneetelevisie en kabelnetten in handen hebben zijn druk bezig met de oprichting van themazenders, met Nederlandse ondertitels en straks ook in de Nederlandse taal. Zonder een antwoord van de publieke omroep laten de gevolgen zich raden.