Kerstmis op zeven januari

Volgens de overlevering begint kerstavond als de eerste ster aan de hemel is verschenen, vertelt Tatjana Stojanova. Even later, om half acht 's avonds, begint in de Russisch-orthodoxe Nikolaaskerk te Amsterdam de `nachtmis'. Vooral de Russen onder de gelovigen zullen nog maar nauwelijks hersteld zijn van de millenniumviering: een beetje nieuwjaarsfeest in Rusland bestaat uit een dag of drie stevig drinken.

Russisch-orthodox Kerstmis valt op 7 januari. Maar dat wil niet zeggen dat de Russich-orthodoxen Kerstmis op een andere dag vieren, legt de Nederlandse vader Alexis uit. ,,Wij vieren Kerstmis op 25 december. Alleen, als die datum volgens de Russisch-orthodoxe kalender wordt bereikt, is het al 7 januari.'' Op 14 januari is er nog een feest, zegt zijn vrouw Tatjana. ,,Dan vieren de Russen stary novy god. Oud Nieuwjaar.''

De kalender van de Russisch-orthodoxe kerk loopt 14 dagen achter. Dat komt omdat de Russisch-orthodoxen nog steeds gebruikmaken van de jaartelling die volgens de legende in 45 voor Christus door Julius Caesar werd ingevoerd.

Veel van de hervormingen van `Caesar' hebben de tand des tijds doorstaan. Zo tellen onze `even' en `oneven' maanden nog steeds respectievelijk 30 en 31 dagen. En omdat in de juliaanse kalender de werkelijke lengte van een jaar is vastgesteld op 365 1/4 dag, werd elk vierde jaar met een dag verlengd: het schrikkeljaar.

De juliaanse kalender was een dramatische verbetering van de oude Romeinse manier van tellen, maar hij was niet correct genoeg. De werkelijke lengte van het `zonnejaar' is niet 365,25, maar 365,24225 dagen. Het juliaanse jaar duurt daarom gemiddeld vijf minuten te lang. Iedere 128 jaar is het verschil tot een etmaal opgelopen en `verspringt' de juliaanse kalender 1 dag ten opzichte van de `echte' tijd.

In de zestiende eeuw liep de juliaanse kalender zo ver achter op het zonnejaar dat er problemen ontstonden bij de berekening van Pasen. Volgens de kerkelijke leer valt Pasen dertig dagen na de voorjaarsequinox, het moment dat dag en nacht even lang zijn. Door het achterlopen van de juliaanse kalender was de zonnewende zo ver in het jaar `opgeschoven' dat Pasen in juni moest worden gevierd.

In 1582 verordonneerde paus Gregorius VII dat een vernieuwde, `gregoriaanse' kalender moest worden ingevoerd. Als `officiële' dag voor de equinox werd 21 maart gekozen, omdat tijdens het belangrijke kerkconcilie van Nicea in 352 na Christus op die dag de zonnewende was. Ten opzichte van de vierde eeuw was de juliaanse kalender intussen 10 dagen naar achteren `verschoven'. Dat werd gecorrigeerd: Gregorius bepaalde daarom dat 5 oktober 1582 zou worden opgevolgd door de 14de oktober.

In de katholieke landen van Europa werd de gregoriaanse kalender meteen ingevoerd. De protestantse landen volgden een eeuw later. In het orthodoxe Rusland, waar helemaal een afkeer bestond van het `Latijnse' Rome, werd de gregoriaanse kalender genegeerd. De Russische Revolutie van 25 oktober had daarom eigenlijk 14 dagen later plaats, op 7 november. Het waren de communisten die uiteindelijk in 1918 de gregoriaanse kalender in Rusland introduceerden.

De Russisch-orthodoxe kerk ging na de revolutie ondergronds en behield de oude juliaanse tijdrekening. Dat zorgt soms voor complicaties, vertelt vader Alexis. Met het ingaan van de volgende eeuw `verspringt' de juliaanse kalender opnieuw met 1 dag. ,,Volgend jaar zouden we dus eigenlijk Kerstmis op 8 januari moeten vieren. Maar wie daarover beslist, weet ik niet.''