Joris Ivens

Bas Roodnat bracht in het CS (24/12) verslag uit van zijn bezoek aan de Nijmeegse tentoonstelling `Passages. Joris Ivens en de kunst van deze eeuw'. Op deze expositie zijn vele bijzondere kunstwerken te zien, die duidelijk maken in welke culturele context Ivens werkte. Maar in deze opzet schuilt ook een gevaar: de indruk kan ontstaan dat de geëxposeerde kunstenaars allemaal wat met Ivens te maken hadden. Zo maakt Bas Roodnat melding van een diepgaande kunstenaarsrelatie tussen de `artistieke reuzen' Joris Ivens en fotograaf Alexander Rodsjenko. `Hun wederzijdse invloed is groot geweest', schrijft hij. Toch is er geen enkele aanwijzing dat Rodsjenko ooit van Ivens of diens films heeft gehoord. Zo'n feitelijke onjuistheid is een uitdrukking van een nieuwe fase in de mythevorming rond de cineast. De Europese Stichting Joris Ivens, initiator van de Nijmeegse expositie, creëert een nieuw imago. Ivens moet meer zijn dan een getalenteerde en tamelijk belangrijke documentaire filmmaker, hij moet en zal tot de reuzen van de 20ste eeuwse kunst behoren, een groot poëet, met een onwesterse, mystieke relatie tot de natuur. Bas Roodnat gelooft het blijkbaar. Zo trakteert hij ons op de tekst: `Beter dan wie ook wist Ivens dat stilte overal anders is. Het geritsel in struikgewas, de schreeuw van een vogel, het gezoem van een insect, de echo's van een verre snelweg, het zijn allemaal andere stiltes.' Beter dan wie ook! In elk geval beter dan de verslaggever, die alleen maar geluiden opsomt. Intussen zijn het wel echo's van de candlelight-poëzie en de oosterse filosofie die te Nijmegen referentiepunten worden voor een Ivensbeeld zonder basis. Men kan er maar niet toe komen Ivens te accepteren met zijn verdiensten én zijn beperkingen.