Jezelf als inzet nemen

Als een boek iemands leven een belangrijke wending geeft, dan was de lezer al aan een keuze toe. Dan heeft het boek gediend als gesprekspartner. Met mij was dat het geval toen ik, net twintig geworden, Les Chemins de la liberté van Jean-Paul Sartre las in de Nederlandse vertaling van Jo Boer.

Sartre was niet in de mode in die tijd, niemand las dat existentialistische fossiel meer en de enige reden dat ik hem las, was dat ik even genoeg had van Nederlandse literatuur (die ik voor mijn studie moest lezen) en tegen een goedkope Contact-uitgave van De Wegen der Vrijheid aanliep.

Het was in de zomer van 1971 en ik was verwikkeld in debatten met studiegenoten, bijna allemaal linkse activisten, van wie er nogal wat lid waren geworden van de communistische partij. Uit de potloodstreepjes in de kantlijn, soms voorzien van een met zichtbaar enthousiasme geplaatst uitroepteken, blijkt met hoeveel herkenning ik de worsteling heb gevolgd van Sartres hoofdpersoon, de bourgeois-intellectueel Mathieu Delarue. Diens gesprekken met de communist Brunet over aansluiting bij de communistische partij als `enige juiste keuze', maar ook als middel om jezelf te redden of op zijn minst van existentiële twijfels te ontdoen, waren - zo leek het - speciaal voor mij geschreven.

Bij herlezing vind ik die dialogen - die in wezen over het begrip vrijheid gaan - trouwens nog altijd prachtig. Brunet houdt Mathieu voor dat als hij niet kiest voor het communisme, zijn leven als een zin tussen twee haakjes zal blijven hangen. Hij zal sterven zonder ooit wakker te zijn geweest. Brunet probeert Mathieu ervan te overtuigen dat individuele vrijheid niets voorstelt: `Je bent nu vrij... maar waar dient die vrijheid toe, wanneer het niet is om jezelf als inzet te geven?' En Mathieu moet hem gelijk geven: `Mijn vrijheid? Die is mij tot last; jarenlang ben ik nu al vrij om niets. Ik barst van verlangen om die vrijheid eindelijk in te ruilen tegen een zekerheid. Ik zou niets liever willen dan met jullie samenwerken, dat zou tenminste een afwisseling van mijzelf zijn en ik heb het nodig om mij zelf een beetje te vergeten.'

Mathieu deinst op het laatste moment terug voor het partijlidmaatschap. `Ik kan mezelf niet als inzet geven', zegt hij. `Ik heb daar niet genoeg reden voor.' Brunet vindt Mathieu een slappeling die zich niet van zijn klasse kan losmaken en hijzelf vindt dat ook, getuige zijn wanhoopskreet: `Ik ben een mislukkeling.'

Zoals Mathieu, met wie ik me hevig identificeerde, wilde ik niet worden, ik liet me wèl overtuigen door Brunet, en een half jaar later was ik lid van de CPN.

Toen ik na ruim tien jaar mijn lidmaatschap opzegde, was het weer een boek dat me hielp van de eerdere keuze terug te komen, Jorge Sempruns Autobiografie van Federico Sánchez. Niet dat Semprun achteraf Mathieu gelijk geeft, maar hij maakt wel duidelijk hoe fundamenteel fout Brunet zat.

Jean Paul Sartre, De wegen der vrijheid (1945) werd in 1981 heruitgegeven door Bert Bakker, maar is niet meer leverbaar.