Het vaderschap

In de twaalfde herziene druk van de Grote Van Dale - de tusseneditie van 1995 - komt het nog niet voor. Vandaag is het, hoe we er ook over mogen denken, een onmisbaar woord. Poldermodel. In een zelfstandig naamwoord wordt uitgedrukt dat er een typisch Nederlandse manier bestaat om rijk te worden en dat wij Nederlanders hierover goed te spreken zijn. In 1995 waren we nog niet zo rijk als nu (de armen uitgezonderd, zeg ik er voor alle zekerheid bij). In de afgelopen vijf jaar is dit woord geboren. Het moet mogelijk zijn, schreef ik ergens, plaats en tijd van de geboorte te bepalen, en wie weet, ook de naam van de schepper te achterhalen.

Ik kreeg een brief. Dit woord, blijkt onomstotelijk, is ter wereld gekomen op 1 december 1995, op een symposium ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de Stichting van de Arbeid. Er gaat wat tijd overheen voor de betekenis van de gebeurtenis wordt beseft. Op pagina 21 van het jaarverslag 1997 van de Verbond van Nederlandse Ondernemers en de Nederlandse Christelijke Werkgevers lezen we dan: ,,Evert Rongen, oud-directeur van DSM Limburg, introduceerde (op dit symposium) de metafoor van het `poldermodel'. `Ik ben een polderlander', zei hij ter afsluiting van een bespiegeling over het bestuur van de Hollandse en Zeeuwse polders in vroeger eeuwen. Rongen was op zijn beurt weer geïnspireerd door de historicus Simon Schama die een standaardwerk over de Gouden Eeuw heeft geschreven.'' Zelden zal het onderzoek naar het vaderschap een zo mooi besluit hebben gekregen.

Wat er daarna is gebeurd kunnen we de heer Rongen niet aanrekenen. Steeds meer mensen die op een symposium, in de reclame of de Tweede Kamer origineel uit de hoek wilden komen, verzonnen iets met polder. Zo gaat het in deze tijd van persoonlijke profilering. Iemand heeft iets bedacht. Het klinkt goed maar dit niet alleen. Het woord dekt de lading. Het blijkt een ware trouvaille te zijn, schot in de roos. Dan komen de profiteurs met de varianten. Daar zit geen kwade trouw bij. Misschien denken ze alleen: ik ook. Of zelfs dat niet eens. Toch zijn ze in zekere zin zwartrijders op andermans oorspronkelijkheid. Het is zo gewoon geworden dat het niet eens meer opvalt. Dan gebeurt er iets anders. Hoe meer varianten er komen, hoe minder ieder volgend verzinsel te betekenen heeft. Of wat nog ernstiger kan zijn: het oorspronkelijke wordt slachtoffer van zijn eigen kwaliteit, het wordt als het ware door zijn talrijk nakomelingschap leeggezogen. Dit lot bedreigt poldermodel.

Veel beter is het gegaan met een uitdrukking die op 5 februari van dit jaar is geboren: het onder de pet houden. Het gebeurde in een verhoor van de Parlementaire Enquêtecommissie die de Bijlmerramp heeft onderzocht. De heer H. Wolleswinkel zei na een kwart seconde te hebben nagedacht, dat bepaalde belangrijke inlichtingen `onder de pet waren gehouden'. De volgende dag gebruikte de minister-president de uitdrukking op zijn persconferentie. Toen las ik dat belangrijke onderknuppels van het Amsterdamse GVB er een gewoonte van maakten, iets onder de pet te houden. Een paar dagen geleden in een radioprogramma – ik weet niet meer welk – zei een expert: ,,De bondskanselier heeft zich vast voorgenomen, de namen onder de pet te houden.''

Er zijn aanwijzingen dat de uitdrukking al heel lang tot het streekidioom van de Zaanstreek hoort. Maar in ieder geval niet tot het ABN. De Grote Van Dale van 1995 geeft 23 overdrachtelijke betekenissen. Geen daarvan heeft iets te maken met geheimhouding. Voor de dit jaar verschenen veertiende editie is de bijdrage van de heren Wolleswinkel en Kok kennelijk te laat gekomen. Mijn voorspelling voor het Nederlands in het eerste decennium van de volgende eeuw is, dat het o.d.p.h. nog vaak in een behoefte zal voorzien.

De lotgevallen van dit woord en deze uitdrukking laten zien, hoe moeilijk het is, de taal te `vernieuwen' of te `verrijken'. P.model komt uit de economie, o.d.p.h. uit de rechtszaal. De literatuur heeft er niets mee te maken. In de taal is het als in de kunst en de techniek: veel vondstenaars, weinig oorspronkelijks dat levensvatbaar is omdat het uit een noodzaak is geboren. Veel oud beddegoed in een aquarium, veel gadgets die je morgen weggooit als ze vandaag tenminste nog niet kapot zijn gegaan, veel copywritersgeknutsel. Hoe verder we in de vrije markt door de media worden omsingeld, terwijl meer mensen om de aandacht van allen schreeuwen, hoe zwaarder de wolkbreuken van onzin. Verzet helpt niet. Roep tegen de storm: Ga liggen! Laten we blij zijn met het overlevende (waarvan hierboven de geboorte is vastgesteld).