Hemelse boodschappen

Iedereen weet dat Galileo Galileï (die leefde van 1564, sterfjaar van Michelangelo tot 1642, geboortejaar van Newton) de telescoop uitvond, er doorheen keek en ontdekte dat de aarde rond was, dat die aarde om zijn as en ook nog eens om de zon draaide, dat de planeet Mars twee maantjes had, en dat niet de aarde maar de zon in het centrum van het heelal stond. Ook liet hij een grote en een kleine kanonskogel van de scheve toren van Pisa vallen en nam waar dat ze tegelijk de aarde raakten. Hij zat veel in bad en verkondigde dan het marxisme. De paus martelde hem, maar Galileï bleef zeggen: ``En toch beweegtie', waarmee hij de aarde bedoelde.

Al die dingen zijn onjuist. Galileï kocht een telescoop en werd op zijn 46ste jaar beroemd in heel Europa door zijn boek De Sterrenboodschap, waarin hij beschrijft hoe het oppervlak van de maan eruit ziet en dat er vier maantjes om Jupiter cirkelen in zo'n regelmaat dat je er overal ter wereld de klok op kan gelijkzetten. Hij zag ook dat er iets met de vorm van Saturnus was, maar die ontdekking — later door Huygens goed geïnterpreteerd als een ring — deelde hij zijn collega-sterrenkijkers in een anagram mee. Kepler las het anagram als ``Mars heeft twee manen', iets wat trouwens waar is, maar pas in 1877 ontdekt werd. Misschien was de vergissing van Kepler de reden dat Swift het al in 1726 over de twee manen van Mars heeft.

Over Galileï bestaan twee planken met biografieën, dus wie een nieuwe biografie schrijft, moet óf met een nieuw inzicht komen óf met nieuwe informatie. Dava Sobel, die ons eerder verraste met een boek over De Lengte Op Zee, zocht het in de nieuwe informatie. In Florence bewaart men de brieven die zuster Maria Celeste, een dochter van de geleerde, uit haar klooster aan hem schreef. Helaas zijn de brieven van de vader aan de dochter door de vijandige Roomse kerk vernietigd. Niemand had die dochterlijke brieven ooit vertaald en nu Sobel het voor ons gedaan heeft, is ook duidelijk waarom: er staat niets in dat een nieuw licht op Galileï werpt. Sobel vlocht die brieven allemaal braaf in wat toch eigenlijk gewoon een nieuwe ouderwetse biografie van Galileï is.

Biechtvader

Galileï had aan het begin van de zeventiende eeuw bij een Venetiaanse vrouw twee meisjes en een jongen gekregen. Hij trouwde de moeder niet, zodat de meisjes moeilijk aan een echtgenoot konden komen en in een klooster verdwenen. De zoon werd later aan goede papieren geholpen. Eén van de meisjes schrijft aan haar vader briefjes die, met de schone was en vruchten uit de kloostertuin, in de mand meegaan naar het vaderlijk huis. De meeste van die brieven zijn van geen enkel belang. Ze lijken vaak overgeschreven uit een brieven-voorbeeldboek. Pas als er in het klooster zaken moeten worden gedaan — ze wil een eigen cel kopen, en ze wil een behoorlijke biechtvader — komt er leven in de brouwerij. Maar ze blijft vroom in God en Paus geloven, terwijl ze tegelijk haar vader trouw wil zijn. Over zijn passie, de wetenschap, geen woord. Van haar zus horen we niets. Ze wordt als enigszins achterlijk afgebeeld, maar misschien was ze gewoon kwaad op vader die haar in een klooster dumpte.

Al in 1543 had Copernicus aangetoond dat het in alle opzichten beter is om te zeggen dat de aarde en de andere planeten om de zon draaien, dan het ingewikkelde stelsel van Ptolemaeus te volgen, waarin de zon om de aarde draait en de planeten ingewikkelde combinaties van cirkelbewegingen moeten maken. Alle verstandige Europeanen waren het met hem eens. Maar dat de aarde uit het centrum van het heelal werd verdreven had ook theologische consequenties. In 1600 werd de monnik Giordano Bruno in Rome verbrand omdat hij Copernicaanse denkbeelden verkondigde. In 1616 kreeg Galileï te horen dat de kerk het idee van Copernicus als ketterij beschouwde, en dat hij het niet mocht verdedigen. Galileï, die ook steun onder de clerus meende te hebben, schreef toen een prachtig boek, niet in het Latijn maar in het Italiaans, waarin drie mensen een gesprek hebben over deze zaken.

Wie het boek leest, ziet dat Copernicus gelijk heeft. Maar Galileï had het niet zelf gezegd. Hij krijgt na veel gezeur toestemming het boek uit te geven. Als het verschijnt beseft Rome dat het een gevaarlijk boek is, en hoewel een oude vriend inmiddels paus is geworden, moet hij toch in Rome voor een rechtbank komen, die inderdaad het recht heeft verdachten te martelen, maar dit blijkt niet nodig. Galileï, nu bijna zeventig jaar, betuigt spijt, trekt alles in, en krijgt toch nog straf. Lezing van het verslag van de rechtszitting is even ontroerend als lezing van het verslag over de laatste nacht van Socrates. Geen enkele biograaf kan beter doen dan het verslag integraal op te nemen, en gelukkig doet Sobel dat ook.

Zwaarte

De straf is een ter-beschikking-stelling. Eerst in Rome, en dan in Siena, en tenslotte in zijn eigen huis, is hij als een gevangene, die geen bezoek mag ontvangen. Dat gebeurt toch. Zo komen de Engelsen Hobbes en Milton bij hem langs en de uitgever Elsevier die zijn derde belangrijke boek gaat uitgeven. Dat boek gaat niet over het gevaarlijke onderwerp van zon en maan, maar over het vraagstuk van de beweging in het algemeen, waarmee hij zijn wetenschappelijke carrière was begonnen. Galileï smeet nooit gewichten van de toren van Pisa. Wel deed hij experimenten met een bal die van een hellend vlak rolt. Maar vooral gebruikte hij de wiskunde om de uitkomsten van die experimenten in formules te vatten. En hij gebruikt zijn gezond verstand: `Als, zoals Aristoteles zegt, een zwaar voorwerp harder valt dan een licht voorwerp, wat gebeurt er dan als je een zwaar voorwerp aan een licht voorwerp vastmaakt? Valt het geheel dan harder? Of remt het lichte voorwerp het zware af?'

Simplicio (Simpelmans, die voor Aristoteles speelt) antwoordt op de vraag `Wat is de oorzaak dat de dingen naar beneden vallen?': `Iedereen weet dat die oorzaak de zwaarte is'. `Nee', zegt dan Salviati (niet de maniëristische schilder van een eeuw eerder, maar de gesprekspartner die voor Galileï speelt), `U had moeten zeggen: iedereen weet dat men die oorzaak de zwaarte noemt'. Tot die dag vond de wetenschapper dat hij klaar was als hij iets een naam had gegeven, en ik zou niet alle wetenschappers te eten willen geven die dat nog steeds vinden.

De verdienste van Galileï ligt niet in zijn astronomische ontdekkingen — iedereen had een telescoop kunnen kopen en op Jupiter richten — en zelfs niet in zijn theorieën, waarin hij het vaak mis had zoals met zijn verklaring van eb en vloed. Zijn verdienste is dat hij de moderne wetenschap uitvond en propageerde, die zich niet op autoriteiten beroept, die kwantitatief werkt, waar experiment en theorie elkaar steunen, en waarin de wiskunde de taal is van het boek van de natuur.

U merkt het: we zijn de dochter uit het oog verloren. Zij is vaak een hinderlijke onderbreking in het altijd weer spannende verhaal van wetenschappelijke passie en godsdienstige onderdrukking, dat Sobel goed vertelt. Het is leuk, dat Maria Celeste, net als u tien jaar geleden, nooit van mozzarella di bufala heeft gehoord, en denkt dat het om eieren van de waterbuffel gaat. Gruwelijke details uit het kloosterleven zijn interessant maar verdienen een boek op zich.

Nu dringt zich via de dochter vooral de vraag op: als vader Galileï inderdaad zo'n edel man is, die zo moedig de moderne wetenschap blijft verdedigen en zo helder kan denken en schrijven, had hij dan ook niet inzake het lot van zijn onwettige dochters wat moediger kunnen zijn en kunnen zorgen dat ze een normaal leven kregen? Idiote anachronistische vraag natuurlijk, maar de inzichten van Galileï waren in zijn tijd ook idioot — iedereen ziet toch dat de zon om de aarde draait en dat een getrapte voetbal altijd uiteindelijk tot stilstand komt?

Dava c: Galileo's daughter.

c, 448 blz. ƒ51,10