Foto's mogen nooit jokken

Deze eeuw heeft al veel etiketten opgeplakt gekregen, maar eentje mag er nog bij: de eeuw van de fotojournalistiek. Foto's zijn onze herinnering aan belangrijke gebeurtenissen gaan bepalen.

Tijdens het voorproduceren van de necrologieën van prins Bernhard en prinses Juliana – een krant moet nu eenmaal op het ergste zijn voorbereid – ontspon zich kortgeleden op de redactie weer zo'n discussie waarvan de lezer gewoonlijk minder weet dan merkt.

De fotoredactie had voor de pagina over Juliana aanvankelijk een foto gekozen van de jeugdige koningin met premier Drees, converserend in rieten stoelen tijdens een vliegshow van de Koninklijke Luchtmacht. Er scheren vier vliegtuigen voorbij, maar de vorstin lijkt geen oog voor ze te hebben. Dat is begrijpelijk, want nadere inspectie leerde dat die vliegtuigen later in de foto zijn gemonteerd. Ze hebben er vast wel gevlogen, die middag, maar niet op dat moment. Jokken op een foto is verboden: de foto werd afgekeurd.

Voor de pagina over Bernhard was een foto gekozen van de prins, lachend met zijn honden op het gazon van paleis Soestdijk. Het beeld is duidelijk in scène gezet tijdens een fotosessie van de Rijksvoorlichtingsdienst. De prins poseert. Deze foto werd goedgekeurd. Maar geeft hij de werkelijkheid zuiverder weer?

Zulke vragen zijn in de voorbije honderd jaar steeds vaker gesteld, want dit was de eeuw van de fotojournalistiek. De televisie mag ons vandaag op ontelbare kanalen bombarderen met instant `wegwerpbeeld', belangrijke gebeurtenissen stollen in het collectieve geheugen vaak nog steeds in één statisch beeld. Het naakte meisje dat naar de camera holt na een napalmbombardement is de oorlog in Vietnam geworden. En het jongetje dat salueert bij de kist van zijn vader werd de moord op John F. Kennedy.

Eén foto zegt meer dan duizend woorden, maar de vraag is: welke foto? Het Plein van de Hemelse Vrede in Peking in 1989: dat is die kleine man met zijn boodschappentas die in zijn eentje een colonne tanks tegenhoudt. Een prachtig beeld, maar de tanks werden niet lang tegengehouden.

Op foto's van NRC Handelsblad-fotograaf Vincent Mentzel zijn hersenen te zien, uiteengespat op het asfalt. Maar ze haalden de krant niet: te bloedig.

De fotoredacteur die de afgelopen weken in zijn computer de naam Helmut Kohl intikte, kreeg een reeks opnamen van een zwetende, zeer somber ogende Kohl. De Duitse ex-kanselier verkeert in grote problemen, dat was wel duidelijk. Alleen bleken die opnamen lang niet allemaal recent. De fotopersbureaus hadden kennelijk hun archief gelicht.

En wat te doen met de foto van een patiëntje, dat op een matje ligt af te wachten of hij wordt geholpen in dat Zuid-Amerikaanse ziekenhuis waar volgens het bijschrift werd gestaakt? Toen de fotoredactie verder zocht kwam het kind op zijn matje nog een paar keer terug: in de ene hoek van de wachtruimte, in de Fandere hoek, bij de trap, voor de deur. Kennelijk had de fotograaf lopen zoeken naar de beste compositie en het jochie van hot naar her gesleept. Werd de foto hier nu minder `echt' van?

Foto's zijn altijd waar: je kunt niet iets fotograferen dat er niet is. Maar ze bedriegen per definitie ook. Is het niet door manipulatie van het onderwerp, dan zeker door het kader waarmee de fotograaf en daarna de redactie meer weglaten dan tonen. Sterker dan de beeldenstroom van de televisie zegt een foto in de krant vooral: dit is wat we willen dat u bijblijft.

Wat is u, de eeuw overziend, bijgebleven?

Mensenmassa's op de vlucht voor armoede en oorlog zijn al honderd jaar een constant foto-onderwerp. Sporters en supporters blijken aan het begin van deze eeuw net zo in vervoering te raken als aan het eind. Sommige foto's van de afgelopen weken uit Tsjetsjenië hadden ook tijdens de Eerste Wereldoorlog gemaakt kunnen zijn. Menselijke emotie: verdriet, vreugde, hartstocht, dat blijft beeldbepalend.

Wat wel is veranderd zijn de omstandigheden waaronder foto's worden gemaakt en in de krant komen. Het aanbod van nieuwsfoto's is verveelvoudigd: op een redactie van een krant als deze komen er per etmaal zo'n vijfhonderd binnen. Soms al binnen een half uur nadat ze zijn gemaakt. Digitale camera's en het computerprogramma Photoshop, waarmee opnamen worden klaargemaakt voor publicatie, bieden ongekende mogelijkheden tot kwaliteitsverbetering, maar ook tot manipulatie.

Toen de Britse prins William afgelopen zomer tijdens het maken van de huwelijksfoto van prins Edward en Sophie Rhys-Jones niet vrolijk genoeg keek, werd er een digitale lach overheen geplakt. Het ging hier overigens niet om een pure persfoto maar om een product van de hoffotograaf: persfotografen waren helemaal niet toegelaten.

Die persfotograaf zelf is namelijk ook in toenemende mate onderwerp van manipulatie: woordvoerders van legereenheden en bedrijven organiseren photo-opportunities voor beelden die zij graag in de krant zien. En ze houden de camera weg bij gebeurtenissen die zij minder geschikt achten voor publicatie.

De wetenschap dat het beeld zijn eigen werkelijkheid schept, biedt met name politici een kans die zij niet voorbij laten gaan. De Duitse bondskanselier Schröder slaagt erin bijna altijd ontspannen lachend op de foto te staan. De Amerikaanse president Clinton heeft zijn rolvaste arsenaaltje uitdrukkingen: de pruillip wanneer de natie onrecht is aangedaan, de wilskrachtige vuist wanneer er opgetreden moet worden, en de peinzende blik met de gevouwen handen voor de moeilijke beslissingen.

Ook de opposanten van de politici hebben de camera leren gebuiken. Een actiegroep als Greenpeace organiseert veel van haar acties zelfs uitsluitend voor de camera's. Gewone belangstellenden kunnen er nu eenmaal niet bij zijn als er weer eens op volle zee een olietanker wordt belaagd. De actievoerders weten dat het beeld zijn werk zal doen: hier vechten dappere Davids in rubberbootjes tegen een vervuilende Goliath.

Ze zijn nog steeds waar gebeurd, deze opnamen, dus ze halen de krant. Greenpeace voerde immers werkelijk actie, Clinton balde echt zijn vuist. Net als prins Bernhard, die werkelijk lachte met zijn honden op het gazon van Soestdijk. Persfotografie gaat uit van een vertrouwensband tussen fotograaf, redactie en lezer. Aan het eind van de eeuw wordt die steeds sterker op de proef gesteld.