Fiets

Precies honderd jaar geleden, op de laatste middag van 1899, zag een redacteur van het Algemeen Handelsblad vanuit zijn raam een fiets rijden, eentje met een hoog wiel, het beeldmerk van de voorbije eeuw. ,,Een hoge! Hij verloor zijn pedaal maar hij trapte langzaam voort op het stompje, als een verdwaalde, verminkte vogel. Een hoge!''

Gistermiddag was ik op diezelfde plek, en ik zag de fietsen in ijzeren kluwens langs het trottoir hangen. Het stond vol kleurige auto's, Marokkaanse jongens veegden de boel schoon, aan de overkant kon je een weekeindje New York bestellen, maar verder was er niets veranderd.

,,De oorlog schijnt bestemd om te verdwijnen'', betoogde deze krant in een vooruitblik op de twintigste eeuw. Veel werd beloofd – wellicht kon met de nieuwe röntgenstralen zelfs de menselijke ziel geopenbaard worden. ,,Ik vrees geen theorieën en beginselen'', schreef de hoofdredacteur, ,,hoe revolutionair ze ook klinken mogen, ik vrees geen oorlog (...), zolang in dit moeilijke leven de sterke, tedere liefde van man en vrouw de drijfkracht blijft van de staat.'' Ik zag dat in zijn werkkamer nu een woongroep huist.

Ik bel met de Eeuw zelf, met de hoogbejaarde Marinus van der Goes van Naters, de `Rode Jonkheer' die alles doorleefde. Voor hem blijkt de millenniumwisseling van geen enkel belang. ,,Het is alleen maar een menselijke, wiskundige constructie. Fysiek en geologisch gebeurt er vanavond niets. Maar maatschappelijk wel, omdat de wereld nu eenmaal aan elkaar hangt van mensen. Alles hangt nu af van wat de mensen willen, kwaad en goed.''

Zo loopt het af met Onze Eeuw. Ik wens u het beste.