Een moderne JulesVerne

In Thea Beckmans klassieke jeugdboek Kruistocht in spijkerbroek (1974) heet het een `materie-transmitter' en in de Suske & Wiske-strips een `teletijdmachine': het apparaat waarmee twintigste-eeuwers naar het verleden worden geflitst. In de nieuwe thriller van Michael Crichton (Disclosure, The Lost World) blijven de wondermachines naamloos, maar wel zo precies mogelijk uitgelegd hoe ze werken. Timeline vertelt het verhaal van drie oudheidkundigen die door middel van van quantumtechnologie door `wormgaten' (tunnels in tijd en ruimte) worden getransporteerd naar de veertiende eeuw – als driedimensionale faxen die voor de duur van de reis worden omgezet in kleine brokjes informatie.

Dat mag onzinnig klinken, maar over de science-fiction van de historicus en computerspecialist Crichton (Chicago, 1942) moet je nooit te snel een oordeel vellen. In 1991 beschreef hij in Jurassic Park hoe onverantwoordelijke genetici met behulp van computers en biotechnologie dinosaurussen op de aarde zetten. Twee jaar later werd bekend dat wetenschappers erin waren geslaagd om stukjes dino-DNA te onttrekken aan insekten die honderd miljoen jaar geleden na een hapje dinosaurus vast waren komen te zitten in boomhars precies zoals Crichton beschreven had. Er waren vervolgens lange artikelen in de wetenschappelijke vakbladen voor nodig om uit te leggen waarom het ingenieuze kloonproces in de praktijk nooit zou kunnen werken.

Ook in Timeline schijnen Crichtons theorieën aardig te kloppen tenminste volgens het persbureau AP, dat onlangs enkele quantumfysici vroeg naar de mogelijkheid van tijd-ruimtereizen. Maar eigenlijk is dat van ondergeschikt belang. Crichton mag ervan houden om als een moderne Jules Verne zijn romans vol te stoppen met wetenschappelijke verhandelingen, hij wil in de eerste plaats amuseren. En daar slaagt hij in.

Na een korte proloog heeft hij maar een paar bladzijden nodig om de lezer in het verhaal te trekken. Vervolgens ontvouwt zich een ouderwets jongensboek dat filmisch heen en weer schakelt tussen een quantum-laboratorium in twintigste-eeuws New Mexico en een Frans kasteel- en kloostercomplex ten tijde van de Honderdjarige Oorlog.

Crichtons intrige draait om de experimenten van een commercieel bedrijf, ITC, dat door `first-hand information from the past' perfecte reconstructies hoopt te bouwen van archeologische vindplaatsen; want, zo betoogt de overigens meedogenloze directeur, in de 21ste eeuw willen de mensen geen entertainment meer maar `authenticiteit.' Als de leider van een door ICT gefinancierde opgraving in de Dordogne doorkrijgt dat zijn sponsor veel makkelijker aan historische informatie kan komen dan hij, vraagt hij erom als proefpersoon naar het jaar 1357 getransporteerd te worden. Natuurlijk gaat er iets mis, en drie van zijn teamleden volgen hem naar het verleden om hem te redden uit de klauwen van een brute warlord.

De drie zijn bepaald geen `temporele provinciaaltjes' (zoals Crichton de mensen noemt die niets weten van het verleden en er nog trots op zijn ook), maar ze komen al gauw tot de ontdekking dat het verleden inderdaad `een ander land' is. Temidden van de bloedige schermutselingen tussen Engelse en Franse oorlogsbendes is het niet makkelijk het hoofd koel te houden, en het lukt zelfs niet iedereen om het hoofd op de nek te houden.

Crichton schetst in Timeline een gotisch universum van terloops-wrede ridders en corrupte monniken, van sombere kastelen, moordzuchtige achtervolgingen en voortdurend rondvliegende pijlen. Het zijn de Middeleeuwen volgens een Amerikaan, die `'s levens felheid' beduidend concreter neemt dan Huizinga in Herfsttij. Maar Crichton zou Crichton niet zijn als hij zijn boek niet zou doorspekken met interessante uitweidingen: over de codes van de ridderlijkheid, de uitputtendheid van het ridderbestaan, de technologie van de watermolen, of de finesses van de Honderdjarige Oorlog.

Zo spannend als Jurassic Park of Disclosure is Timeline niet, daarvoor zijn de hoofdpersonen te eendimensionaal en volgen de bijna-dodelijke avonturen en de (soms letterlijke) cliffhangers elkaar te snel op. Dat je je toch geen moment verveelt, komt behalve door het tempo en door het flair waarmee Crichton deeltjesfysica verbindt met het concept van de tijdreis, door de humor. Alleen al de scène waarin de ICT-directeur zijn pr-mensen de mantel uitveegt omdat ze de `verkeerde' stukjes gefilmd verleden aan potentiële sponsors willen laten zien Lincoln die met een piepstemmetje zijn beroemde toespraak bij Gettysburg uitspreekt, Washington die zeeziek de Delaware oversteekt – is onbetaalbaar. Aan literaire `authenticiteit' mag het Michael Crichton misschien ontbreken, entertainment is nog steeds zijn fort.

Michael Crichton: Timeline. Alfred A. Knopf, 450 blz. ƒ65,55 (gebonden)