Economie der lage landen

De Verenigde Staten is de favoriete bestemming voor miljardenovernames van het Nederlandse bedrijfsleven, ook dit jaar weer. Duitsland is het toneel van grote en kleine drama's bij Nederlandse investeringen.

Amerikaanse overnames stimuleren de groei van de winst per aandeel, een kengetal waar menig belegger het eerst naar kijkt bij een beoordeling en zijn de brandstof voor zelfstandigheid. De Bondsrepubliek is weliswaar de grootste handelspartner van het Nederlandse bedrijfsleven, maar winkelen op de bedrijvenmarkt doen de topmanagers liever overzee. In de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Dit jaar voor meer dan 40 miljard gulden.

Nederlands bedrijven zijn de op drie na grootste investeerder in de VS. Nederland imiteert gretig Amerikaanse toestanden, van McDonalds en nieuwe pretparken tot excessieve verrijking door topmanagers met aandelenopties en meer zeggenschap van aandeelhouders.

Is Duitsland zo nabij, dat Nederlandse bedrijven geen grote overnames hoeven te doen, omdat zij het land wel vanaf de Nederlandse thuisbasis kunnen bestrijken. Of zijn het culturele en vergelijkbare hindernissen, zoals het Reinheitsgebot dat buitenlandse overnames in de gefragmenteerde Duitse brouwerijwereld lange tijd zo moeilijk maakte?

Tot dit jaar een halve ommekeer kwam en twee Nederlandse kolossen miljardenovernames in de Bondsrepubliek uitvoerden. ING kocht voor 4,6 miljard gulden de 58 procent van de aandelen in de BHF-Bank die zij nog niet had, terwijl KPN 22 miljard neertelde voor een meerderheidsbelang in de Duitse mobiele telefoonexploitant E-plus.

De twee miljardenovernames vonden plaats tegen de achtergrond van aanhoudende malaise bij Duitse dochters en investeringsprojecten van Nederlandse bedrijven. Het bankroet van bouwbedrijf Holzmann, de nummer twee op de lokale markt, kon alleen maar vermeden worden dankzij een controversiële steunactie van de Duitse overheid.

Holzmanns teloorgang bevestigde de belabberde toestand van grote delen van de Duitse economie. In de bouw en de projectontwikkeling worden nog steeds kolossale verliezen geleden en kennelijk verdoezeld. Een paar maanden geleden moesten verscheidene bestuurders van de HypoVereinsbank hun biezen pakken nadat een extern onderzoek had bevestigd dat bij de fusie van Hypobank en Vereinsbank vastgoedkredieten te gunstig waren voorgesteld.

Na de val van de Muur en de hereniging was het land het toneel van een klassiek piek en dal scenario: overmatige investeringen om de nieuwe kansen te grijpen en een daaropvolgende, mede door hoge belastingen veroorzaakte economische inzinking.

Nederlandse bedrijven die de afgelopen tien jaar een poot aan de grond probeerden te krijgen op de markt voor woningen en kantoren, inclusief toeleveranciers en kantoorartikelen, zitten nu met ,,het Duitse gat''.

Tot dit jaar had bouwer HBG het record bedrag voor een Duitse overname en ook het recordbedrag voor aanhoudende verliezen op zijn investering. De Nederlandse financiële wereld is evenmin erg succesvol. De concurrentie van de zogeheten Länderbanken, die in handen zijn van regionale overheden en dankzij staatsgaranties een voordeel hebben bij het aanboren van nieuwe gelden, is heftig. ING betaalde een premie voor BHF-Bank. Een uitzondering. In Duitsland zijn hoofdzakelijk probleembanken te koop en daarom niet duur: de Zweedse Skandinaviska Enskilda Banken kocht de Bank für Gemeinwirtschaft voor een bedrag onder de boekwaarde.

De rij Nederlandse bedrijven met Duitse mislukkingen is lang. Dit jaar meldden onder meer Ballast Nedam (bouw), GTI (installatietechniek) en Ahrend (kantoormeubelen) tegenvallers of verliezen. Het feit dat verliezen hardnekkig zijn hangt nauw samen met de Duitse faillissementsregels: in Nederland kan een concern vrij simpel een verliesgevende dochter laten vallen. In Duitsland is het kiezen uit twee kwaden: schulden aflossen en het verlies nemen of nieuw kapitaal op tafel leggen.

Het ,,Duitse gat'' heeft consequenties voor de toekomst van Nederlandse bedrijven. HBG is niet meer het bouwbedrijf met de hoogste waarde op de Amsterdamse effectenbeurs. De ingezakte beurskoers is een hindernis bij groei door overnames, waarbij de uitgifte van nieuwe aandelen tegen een acceptabele prijs een essentiële voorwaarde is.

Ahrend merkte na de Duitse problemen en de verwachte winstdaling plotselinge wisselingen onder zijn aandeelhouders. Een koersval van de aandelen prikkelde superinvesteerder HAL Holding, die afgelopen maand in een klap 10 procent van het aandelenkapitaal opkocht. HAL geldt als een gisse belegger. Kleine investeringen in zakenbank Kempen en financieel handelshuis Van der Moolen leverden bijna een miljard gulden op. En HAL kocht afgelopen jaar een groot aandelenpakket in tankopslagbedrijf Pakhoed dat prompt een afgeblazen fusie met concurrent Van Ommeren alsnog uitvoerde.