De hoogste inzet

Was Marcel Proust de Parijse Carmiggelt? Je zou het bijna denken als je het aanbod overziet aan geinige parafernalia bij het werk van de grootste `romancier van het bewustzijn' van de eeuw. Een stripboek, een handleiding `hoe Proust je leven kan veranderen', een vereniging van Vrienden, foto- en plaatjesboeken, en zelfs een bundel met zijn krabbeltjes.

Waar is de roman intussen gebleven? A la recherche du temps perdu is hier nog steeds een van de meest besproken maar minst gelezen klassieken van de wereldliteratuur, zelfs nu Thérèse Cornips dit jaar met de imposante vertaling van het laatste deel, De tijd hervonden, haar levenswerk heeft voltooid. Anno 2000 lijkt Proust in het polderland passé, behalve in cadeauverpakking bij de kassa.

Dat is niet vreemd. Prousts onnoemelijk trage werk loopt niet in de pas met de literaire soundbite-cultuur die elke week een vlot verteerbaar meesterwerk wil, met nog heftiger ervaringen, nog huiselijker ontroering of nog hilarischer absurdisme dan het vorige. De solipsistische moraal van de Recherche wordt niet gewaardeerd door de uitbaters van een sentimenteel danwel nihilistisch universum. De melodie ervan wordt niet herkend door oren die volzitten met gerecyclede pophelden of de amechtige vierkwartsmaat van het 8 uur-Journaal.

Mijn oren zaten vol met sentimentele rockmuziek, mijn boekenplank boog door onder kolderiek nihilisme, toen Proust begin jaren tachtig ernst met de zaken maakte. Niks geen precieus gekoketteer met het salonleven van het fin de siècle, zoals het cliché wilde en zelfs de veteraan André Gide nog had gebriest, evenmin zelfbespiegelingen van een neurotische hypochonder, maar een subtiele en grootse analyse van iets dat te weids is om een schrijver in de klassieke zin tot onderwerp te dienen: het leven `in de tijd'. De hoogste inzet die een schrijver zich wensen kan, met een resultaat dat zo dichtbij komt dat het van de weeromstuit ongrijpbaar lijkt - vandaar alle verzuchtingen dat het zo moeilijk te bepalen is waar Proust `over gaat'. Zodat men het houdt op veilige gemeenplaatsen als: de werking van het geheugen, de tragikomedie van de liefde, of de leegte van het leven in de society.

Al die thema's zijn bij Proust te vinden, in weergaloze vorm zelfs, maar de beslissende aha-erlebnis die ze moeten oproepen is die van het onmogelijke verlangen van de hoofdpersoon om aan zichzelf te ontsnappen, sortir de soi, een paradox van het bewustzijn die zijn apotheose pas duizenden pagina's later vindt in de kunst, waar ervaring en verbeelding eindelijk samenkomen, en die niets anders is dan zijn eigen leven, hervonden buiten de tijd. Daarmee is Proust dé auteur van de subjectiviteit, die, van heroïsche introspectie tot platte zelfontplooiing, de kunst en het levensgevoel van de twintigste eeuw heeft bepaald.

Marcel Proust, De tijd hervonden (1927), en de overige delen van Op zoek naar de verloren tijd zijn verkrijgbaar bij de Bezige Bij.